◷ 6 min leestijd
In de eerste twee artikelen keken we naar wat vegetarisch eten voor je lichaam betekent en hoe je er praktisch mee omgaat. Nu duiken we een laag dieper, want dit is waar mijn vak, de kPNI, echt over gaat: niet naar losse stukjes kijken, maar naar hoe alles in je lichaam met elkaar samenwerkt. En als je snapt wat er onder de motorkap gebeurt, begrijp je ook waarom juist vitamine B12 zo'n bijzondere rol speelt.
Je lichaam draait op kleine schakelaars
Laat ik beginnen met een van de mooiste processen in je lichaam, dat de meeste mensen nog nooit bij naam hebben gehoord: de methylering. Klinkt ingewikkeld, maar het idee is eigenlijk heel simpel. Je moet je voorstellen dat je lichaam de hele dag door piepkleine schakelaartjes aan- en uitzet. Met zo'n schakelaar activeert je lichaam een proces, of zet het er juist eentje stil. Dat aan- en uitzetten gebeurt door het aanhangen of loshalen van een heel klein bouwsteentje, en dat noemen we methylering.
Dit gaat over van alles: het aflezen van je DNA, het aanmaken en opruimen van je boodschapperstoffen in je brein, en het opruimen van stoffen die je lichaam wil afvoeren. Kortom, methylering speelt mee in vrijwel alles wat je lichaam doet. En om die schakelaars goed te laten werken, heeft je lichaam een paar vaste meewerkers nodig. Vitamine B12 is er daar één van, samen met folaat, vitamine B6 en vitamine B2. In de kPNI noemen we die meewerkers cofactoren: stoffen die zelf niet het werk zijn, maar zonder wie het werk niet gedaan kan worden.
De twee gezichten van B12
Wat ik zo interessant vind aan B12, is dat hij eigenlijk twee gezichten heeft, twee actieve vormen die elk hun eigen werk doen. En allebei die vormen zitten in het lichaam op een andere plek te werken.
De ene vorm werkt vooral in het deel van de cel waar je energie wordt gemaakt, in wat ik altijd liefkozend de energiefabriekjes van je cellen noem, de mitochondriën. Daar draait de hele dag een soort verbrandingsproces waarin je voeding wordt omgezet in bruikbare energie. B12 werkt in dat proces mee als cofactor. En daarom zeg ik altijd: dit is geen kortstondige oppepper die je even omhoog jaagt en daarna weer laat vallen. Het is meewerken aan je energie op de lange termijn, van binnenuit, op de plek waar je energie écht gemaakt wordt.
De andere vorm werkt vooral in de rest van de cel en is nauw betrokken bij je zenuwstelsel, je brein en je boodschapperstoffen. En hier komt een van mijn favoriete beelden om de hoek. Je zenuwen kun je een beetje vergelijken met een stroomdraad, en om die draad heen zit een soort beschermend rubberen omhulsel, zodat het signaal netjes en snel doorkomt. B12 speelt een rol bij het onderhoud van dat omhulsel. Werkt dat goed, dan lopen je zenuwsignalen soepel. Je snapt dan meteen waarom deze vitamine zo verbonden is met hoe helder en veerkrachtig je je voelt.
Het opruimverhaal van homocysteïne
Dan is er nog een proces dat mooi laat zien hoe die B-vitaminen samenwerken. Bij de omzetting van eiwitten ontstaat er in je lichaam een tussenstof met de naam homocysteïne. Dat is een stof die je lichaam weer netjes wil omzetten naar iets bruikbaars. En laat dat nou precies zo'n klusje zijn waarbij vitamine B12, folaat en vitamine B6 de handen ineenslaan. Samen zorgen ze ervoor dat die tussenstof weer wordt omgezet, zodat alles blijft doorstromen. Je ziet hier prachtig terug waarom ik altijd zeg dat je nooit naar één losse vitamine moet kijken, maar naar het team.
Waarom dit bij plantaardig eten extra speelt
Nu je weet waar B12 allemaal aan meewerkt, snap je ook waarom het bij een plantaardig patroon een stof is om bewust mee om te gaan. B12 komt namelijk vrijwel alleen uit dierlijke voeding, en bovendien is de opname ervan een verrassend ingewikkeld verhaal. Je maag, je darmen en een aantal transportstofjes moeten allemaal netjes hun werk doen voordat die B12 uiteindelijk in je cel belandt. Er zitten dus best wel wat schakels in die keten, en bij ieder van ons loopt dat net weer een tikje anders.
Daarbij komt dat je lichaam B12 opslaat in de lever, in een voorraad die een hele tijd meegaat. Fijn, maar het betekent ook dat je niet meteen merkt als je er structureel minder van binnenkrijgt. Precies daarom is het zo prettig om er aan de voorkant bewust voor te zorgen, in plaats van pas achteraf te kijken.
Folaat, de trouwe partner
Ik wil folaat hier ook even noemen, want die hoort echt in dit rijtje thuis. Folaat is de actieve, direct bruikbare vorm van foliumzuur, en het werkt zij aan zij met B12 in datzelfde methyleringsverhaal en bij het opruimen van homocysteïne. Folaat haal je gelukkig goed uit plantaardige voeding, denk aan donkere bladgroente, peulvruchten en volle granen. De naam zegt het eigenlijk al: folaat komt van het Latijnse woord voor blad. Toch is het fijn om te weten dat B12 en folaat elkaar nodig hebben, want dat verklaart waarom ze in een goede formule vaak samen zitten.
En dan is er nog een derde teamlid dat ik niet onbenoemd wil laten: vitamine B6. Die maakt dit rijtje eigenlijk pas compleet. B6 is namelijk ook betrokken bij dat opruimwerk rond homocysteïne, en daarnaast speelt hij een rol bij je zenuwstelsel, net als B12. Je ziet dus een klein hecht clubje ontstaan: B12, folaat en B6, die op precies dezelfde plekken in je lichaam samen aan het werk zijn. Dat is voor mij het hart van hoe de kPNI naar voeding kijkt. Je lichaam werkt nooit met één losse stof, maar altijd met een samenspel, en het mooiste resultaat krijg je als dat hele team er is.
Waar dit naartoe gaat
Als je één ding meeneemt uit dit artikel, laat het dan dit zijn: vitamine B12 is geen los knopje dat je even omzet, maar een meewerker die op meerdere plekken tegelijk het verschil maakt. In je energiefabriekjes, in je zenuwstelsel en in dat fijne opruimwerk van je lichaam. En omdat hij vooral uit dierlijke voeding komt, is het bij een plantaardig patroon precies de stof om bewust te regelen.
In het laatste artikel van deze reeks maak ik het concreet. Dan laat ik je zien hoe je die B12, samen met zijn vaste partners folaat en B6, praktisch en gericht binnenhaalt.




