Zum Inhalt springen

Mit „Ausgezeichnet“ bewertet | Rezensionen lesen

Der ScKIN Club: Jetzt beitreten + 25 Punkte

Bestellung vor 12:00 Uhr, Lieferung am nächsten Werktag*

Kostenloser Versand ab 50 EUR (NL)

Vrouw aan een licht bureau bij het raam in de ochtend

Wat je hersenen nodig hebben om te kunnen focussen

◷ 7 min leestijd

Je zit achter je scherm, je leest dezelfde zin voor de derde keer, en er komt gewoon niets binnen. Je denkt: ik moet even beter mijn best doen. Dus je zet nog een koffie, je schuift je stoel wat aan, en tien minuten later zit je weer op je telefoon zonder dat je precies weet hoe je daar terecht bent gekomen.

Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI zo interessant vind aan focus, is dat we er bijna altijd over praten alsof het een karaktertrek is. Alsof de een nou eenmaal geconcentreerd is en de ander niet. Terwijl focus in je lichaam gewoon een proces is dat draait. Er is energie voor nodig, er zijn bouwstoffen voor nodig, en er zijn omstandigheden waarin dat proces makkelijker loopt dan in andere. Ik wil je in dit artikel graag meenemen in hoe dat werkt, want als je dat eenmaal ziet, ga je heel anders naar je eigen aandacht kijken.

Je hersenen zijn zelfzuchtig, en dat is maar goed ook

Binnen de kPNI werken we met een principe dat de selfish brain heet, de zelfzuchtige hersenen. Het komt erop neer dat je brein bij het verdelen van energie in je lichaam altijd vooraan in de rij staat. Wat er ook gebeurt, je hersenen eisen hun deel op, en pas daarna is de rest aan de beurt. Dat klinkt asociaal, maar het is precies hoe je het zou ontwerpen als je iets wilt bouwen dat moet overleven. Een lichaam zonder werkend brein redt het niet.

Je moet je voorstellen dat er een soort pomp bestaat die energie naar je hoofd trekt. In de kPNI noemen we dat het brain pull systeem. Wordt het spannend, moet je snel beslissen, of is er iets onzekers aan de hand, dan gaat die pomp harder werken en gaat er meer energie naar je hoofd. Handig in een situatie waarin je een besluit moet nemen. Alleen: als dat systeem dag in dag uit op scherp staat, dan trekt je brein continu aan die energie. En dat voel je.

Onzekerheid is daarbij een enorme energieslurper. Zodra jouw systeem niet weet welke kant iets op gaat, gaat het informatie verzamelen om die onzekerheid op te lossen, en daar is brandstof voor nodig. Een dag met veel losse eindjes, veel wisselende prioriteiten en veel dingen waarvan je niet weet hoe ze aflopen, kost je hoofd daarom veel meer dan een dag met drie duidelijke taken. Ook als je op papier evenveel gedaan hebt.

Het denkende deel van je brein is het jongste deel

Er is nog iets. Je hersenen zijn in laagjes gegroeid door de evolutie heen. De hersenstam is er al ontzettend lang, de middenhersenen kwamen daarboven, en het voorste deel van je grote hersenen, de prefrontale cortex, is evolutionair gezien de nieuwkomer. En laat dat nou net het deel zijn dat je gebruikt voor overzicht, plannen, taal en complex denkwerk. Alles wat wij focus noemen, zit daar.

Wat je moet weten is dat die volgorde ook een rangorde is. In rustige omstandigheden mag dat voorste deel de leiding nemen. Je kunt dan nadenken, afwegen, een beslissing uitstellen tot je meer weet. Maar zodra jouw systeem iets als dreigend of urgent inschat, draait die rangorde om. De snelle, oudere delen nemen het over, want die reageren in een fractie van de tijd. Er is dan simpelweg geen ruimte voor de langzame, doordachte route.

Dat verklaart iets wat veel mensen herkennen: dat je in een drukke, gejaagde week wel van alles doet, maar het diepe denkwerk niet van de grond komt. Je bent niet lui en je bent niet minder slim geworden. Je systeem heeft alleen tijdelijk voorrang gegeven aan snel reageren boven rustig nadenken. Pas als de druk eraf gaat, mag dat voorste deel weer meedoen.

Hoe je zenuwcellen elkaar iets doorgeven

Dan het niveau eronder, want daar wordt het pas echt praktisch. Aandacht en leren draaien in je hoofd op prikkeloverdracht: de ene zenuwcel geeft iets door aan de volgende. Wat we in de kPNI langetermijnpotentiatie noemen, is precies het mechanisme waarmee je opslaat wat je leert, waarmee je een beweging automatiseert en waarmee je oplet. Het is letterlijk het proces achter opletten.

Bij die overdracht heb je twee kanten nodig. Er zijn stoffen die aanzetten, glutamaat is daar de bekendste van, en er zijn stoffen die weer dempen, zoals GABA en taurine. Zie het als een schakelaar met een dimmer erop. Zonder aanzetten gebeurt er niets, maar zonder dimmen gaat alles tegelijk aan en dan is er ook geen focus meer, alleen nog ruis. Een hoofd dat overprikkeld is, is niet een hoofd dat te weinig doet. Het is een hoofd waar de dimmer het zwaar heeft.

Precies op die dimmer zit magnesium. Het mineraal speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen en helpt die schakelaar rustiger te laten reageren. En dat is nou net waarom mensen die veel achter een scherm zitten en veel prikkels verwerken, aan het eind van de dag zo'n vol hoofd hebben. Ik ken dat zelf ook heel goed van cursusdagen: acht uur luisteren en meedenken, en dan naar buiten lopen met een plofhoofd.

De stoffen die in dit werk meedoen

Als je dit zo op een rij ziet, dan wordt ook duidelijk welke voedingsstoffen hierin een rol spelen. Niet als wondermiddel, gewoon als materiaal waar je lichaam mee werkt.

DHA is een omega 3 vetzuur en wordt binnen de kPNI hét hersenvetzuur genoemd. Dat is niet voor niets. Het zit in de wanden van je zenuwcellen en bepaalt mede hoe soepel die wanden zijn, en dus hoe goed het signaal doorkomt. Er is ook een duidelijke link met dopamine, de stof die je motivatie en je aandacht mede aanstuurt in juist dat voorste deel van je hersenen. Je lichaam maakt DHA nauwelijks zelf aan, dus je haalt het uit je voeding. Vette vis is veruit de rijkste bron: zalm, makreel, haring, sardines.

Magnesium zit dus op die dimmer in de prikkeloverdracht, en doet daarnaast mee in het vrijmaken van energie uit je voeding. Je vindt het in groene bladgroenten, noten, zaden, peulvruchten en pure chocolade. Groene groenten zijn er rijk aan omdat magnesium letterlijk in het hart van het bladgroen zit.

Vitamine B12 is betrokken bij je zenuwstelsel. Ik leg het altijd uit met een stroomdraad: om een draad heen zit een rubberen omhulsel, en dat zorgt ervoor dat de stroom netjes doorloopt en niet weglekt. Rond je zenuwen zit zo'n zelfde soort laag. B12 doet mee bij het onderhoud daarvan. Je haalt het uit dierlijke producten: vlees, vis, ei en zuivel.

Vitamine B6 is wat we een cofactor noemen: een meewerker. Zonder B6 lopen allerlei omzettingen in je hoofd minder soepel, onder andere in de aanmaak van neurotransmitters. Die vind je in vis, gevogelte, banaan, aardappel en volkoren producten.

En dan is er nog een interessant rijtje dat in de kPNI de hersenselectieve mineralen heet: ijzer, zink, koper en selenium. Wat opvalt is dat die alle vier ruim voorkomen in zeevoedsel, net als DHA. Dat is geen toeval. Er is een sterke aanwijzing dat de menselijke hersenen zich juist aan de kust hebben kunnen ontwikkelen, omdat daar alles bij elkaar lag wat een groeiend brein nodig had.

Wat je hier vandaag al mee kunt

Drie dingen om mee te beginnen. Eet twee keer per week vette vis, dat is de makkelijkste manier om aan DHA te komen. Zet elke dag iets groens en een handvol noten of zaden op je bord voor magnesium. En kijk eens eerlijk naar hoeveel losse eindjes er in je dag zitten, want onzekerheid over hoe iets afloopt kost je hoofd meer energie dan de taak zelf.

In het volgende artikel ga ik in op iets waar bijna iedereen tegenaan loopt: die dip halverwege de middag. En waarom dat echt niet gaat over of je je best doet.

Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd, lees je welke producten hierbij passen.

Lees ook

Vorherigen Post Nächster Beitrag