Zum Inhalt springen

Mit „Ausgezeichnet“ bewertet | Rezensionen lesen

Der ScKIN Club: Jetzt beitreten + 25 Punkte

Bestellung vor 12:00 Uhr, Lieferung am nächsten Werktag*

Kostenloser Versand ab 50 EUR (NL)

ScKIN Journal

Portret van een vrouw met glanzend schouderlang haar in een lichte, rustige ruimte

Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle

◷ 6 min leestijd In deze reeks zijn we langs allebei de kanten van je haar gegaan. In het eerste artikel keken we naar hoe haar in je haarzakjes gebouwd wordt uit eiwit, en welke stoffen daar een rol in spelen: biotine, zink en selenium kwamen daar langs, samen met jodium, ijzer en de essentiële vetzuren. In het tweede artikel zagen we waarom het najaar zo'n stempel op je lengtes drukt. En in het derde werd het praktisch, met een olie en een goede kam. In dit laatste artikel maak ik de brug. Welke van die stoffen hebben een erkende rol voor je haar, waar zitten ze in, en hoe ziet dat er bij ScKIN uit. De stoffen met een erkende rol voor je haar Er zijn drie stoffen waarvan de bijdrage aan je haar officieel is vastgesteld, en toevallig zijn dat precies de drie die in het eerste artikel al langskwamen. Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar.1 Zink houdt je haar sterk.2 Selenium draagt bij aan het behoud van normaal haar.3 En omdat je haar uit je hoofdhuid komt, en je hoofdhuid gewoon huid is, telt ook dit mee: biotine draagt bij aan het behoud van een normale huid en zink is belangrijk voor de huid.1,2 Biotine draagt daarnaast bij aan het behoud van normale nagels, wat veel vrouwen als bijvangst meenemen.1 In je eten haal je ze hier vandaan. Biotine zit in eieren, noten, zaden en orgaanvlees. Zink vooral in schaal- en schelpdieren, rood vlees, pompoenpitten en cashewnoten. Selenium zit het rijkst in paranoten, en verder in vis en eieren. Je ziet het patroon uit het eerste artikel weer terug: het komt opvallend vaak uit de zee, en het komt uit hoeken van je voeding die in een druk najaar als eerste overgeslagen worden. Van binnenuit: Control+ Die drie stoffen zitten alle drie in ScKIN Control+. Per dagdosering van drie tabletten levert Control+ 20 mcg biotine, 15 mg zink en 150 mcg selenium. Daar komt een bredere basis omheen: vitamine A, vitamine C, vitamine D3, vitamine E, vitamine B5, jodium en chroom. Verder bevat de formule 2000 mg MSM en 150 mg lactoferrine, een lichaamseigen eiwit dat van nature in slijmvliezen en speeksel voorkomt, aangevuld met mariadistel, groene thee extract en gember als onderdeel van de complete formule. Een paar dingen die ik er eerlijk bij wil vertellen, want daar heb je meer aan dan aan een mooi verhaal. Bouw het rustig op. Drie tabletten per dag is de dagdosering, maar begin in week één met één tablet per dag, ga in week twee naar twee en pas in week drie naar drie. Je spijsvertering went zo rustig aan de formule. Control+ en Super Greens+ gaan niet samen. Kies er één. Gebruik je op dit moment Super Greens+, laat die dan rusten zolang je met Control+ bezig bent. Niet voor iedereen. Control+ is niet geschikt voor kinderen onder de tien jaar, en niet voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Gebruik je medicijnen of ben je onder behandeling, overleg dan eerst met je arts of therapeut. En het blijft een aanvulling. Alles wat in het eerste artikel stond over eiwit bij elke maaltijd en twee keer per week iets uit de zee, blijft gewoon staan. Een supplement is er voor de weken waarin dat minder goed lukt, niet in plaats daarvan. Van buitenaf: de Argan Oil De andere helft is de buitenkant, en daar hoort iets heel anders bij. De ScKIN Argan Oil is geen supplement maar een verzorgingsproduct, en dat betekent ook dat er een ander soort uitspraken bij hoort. Geen voetnoten dus, gewoon wat de olie op je haar doet. De Argan Oil verzorgt droog en beschadigd haar, maakt het haar glanzend en beter kambaar, en trekt snel in zonder vettig gevoel. Dat laatste is voor veel vrouwen het verschil tussen een olie die je blijft gebruiken en een olie die achterin de kast belandt. De fles bevat 50 ml, en met twee tot drie druppels per keer doe je daar lang mee. De olie is er trouwens niet alleen voor je haar: hij voedt en verzorgt ook de huid en is geschikt voor huid, haar en nagels. Gebruik hem precies zoals in het vorige artikel beschreven staat. Twee tot drie druppels, uitwrijven tussen warme handpalmen, vanaf je punten omhoog tot oorhoogte, en één keer per week een royalere laag als behandeling voor het wassen. En de kam Bij de Hair Control Bundle krijg je een handgemaakte haarkam van acetaat met een leren hoes cadeau. Acetaat wordt uit één stuk gesneden en daarna gepolijst, dus er zit geen naadrand tussen de tanden zoals bij geperste kammen. De tanden staan breed uit elkaar, waardoor je in rustige stukken van onder naar boven door je lengtes gaat. Precies de manier van ontwarren uit het vorige artikel. De Hair Control Bundle Deze drie zitten samen in de Hair Control Bundle: Control+ voor de binnenkant, de Argan Oil van 50 ml voor de buitenkant, en de haarkam met leren hoes als cadeau erbij. Het is dezelfde tweedeling die door deze hele reeks heen loopt, alleen dan in één doos. Bekijk de Hair Control Bundle In deze bundel zitten Control+ en Argan Oil. Je kunt ze ook los bekijken. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan zijn dat je haar traag is. Het groeit een centimeter per maand, en wat er nu uit je hoofdhuid komt is gebouwd in een periode die al achter je ligt. Dat betekent dat je geduld nodig hebt, en het betekent ook dat wat je vandaag doet, ergens verderop meetelt. Doe het rustig. Eiwit bij elke maaltijd, twee keer per week iets uit de zee, lauw wassen, en een olie en een kam die je lengtes met respect behandelen. De rest komt vanzelf. Heb je vragen over wat bij jou past, stel ze gerust. We helpen je heel graag verder. 1 Biotine (20 mcg per dagdosering Control+) draagt bij aan het behoud van normaal haar, aan het behoud van een normale huid en aan het behoud van normale nagels. Goedgekeurde gezondheidsclaims. 2 Zink (15 mg per dagdosering Control+) houdt je haar sterk en is belangrijk voor de huid. Goedgekeurde gezondheidsclaims. 3 Selenium (150 mcg per dagdosering Control+) draagt bij aan het behoud van normaal haar. Goedgekeurde gezondheidsclaim. De ScKIN Argan Oil is een cosmetisch verzorgingsproduct en geen voedingssupplement. De uitspraken over de olie zijn cosmetische verzorgingsclaims. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat je haar nodig heeft, van binnen en van buiten Waarom haar in het najaar droger aanvoelt Olie en kam: zo verzorg je je lengtes

Erfahren Sie mehr
Vrouw kamt met een kam met brede tanden rustig door haar lengtes

Olie en kam: zo verzorg je je lengtes

◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar hoe je haar gemaakt wordt en waarom het najaar er zo'n stempel op drukt. Nu het meest praktische deel van deze reeks, en meteen het deel waar je vanavond al iets mee kunt. Het gaat over twee dingen die samen meer doen dan allebei apart: een olie en een goede kam. Waarom juist je lengtes aandacht vragen Het helpt om even stil te staan bij leeftijd. Je hoofdhuid levert elke maand ongeveer een centimeter nieuw haar. Heb je schouderlang haar, dan is de punt daarvan al gauw twee jaar oud. Twee jaar aan zon, chloor, föhnbeurten, sjalen, kussens en kammen. Het stuk bij je hoofdhuid is nog splinternieuw en krijgt bovendien het talglaagje mee dat je hoofdhuid afgeeft. De punten liggen het verst weg van die bron en hebben tegelijk het meeste meegemaakt. Daarom werkt verzorging die je overal gelijk verdeelt eigenlijk niet goed. Je aanzet wordt er snel vet van en je punten krijgen nog steeds te weinig. Alles wat je hierna leest, komt erop neer dat je je aandacht verlegt naar beneden. Wat een haarolie doet Een haarolie werkt aan de buitenkant, en dat is precies wat je wilt weten om hem goed te gebruiken. De olie legt zich als een heel dun laagje om de haarschacht heen, over die schubben die als dakpannen over elkaar liggen. Dat doet drie dingen tegelijk. De pannen gaan platter liggen, dus het licht weerkaatst gelijkmatiger in plaats van alle kanten op te breken. Dat is glans, en glans is niets anders dan een glad oppervlak. Ten tweede glijdt de kam er soepeler doorheen, waardoor je minder trekt en er minder afbreekt. En ten derde vertraagt dat laagje hoe snel het vocht uit de haarschacht verdampt, wat in een droog verwarmd huis behoorlijk uitmaakt. Voor het haar zelf wordt vaak gekozen voor lichte plantaardige oliën die rijk zijn aan onverzadigde vetzuren en van nature vitamine E bevatten. Arganolie is daarvan de bekendste, jojoba en avocado worden ook veel gebruikt. Waar het bij de keuze om draait, is hoe zwaar een olie aanvoelt. Sommige blijven aan de oppervlakte liggen en maken je haar sluik, andere trekken snel weg in de haarschacht en laten geen vettig gevoel achter. Voor fijn haar zijn die laatste veel prettiger. Hoeveel, en waar precies Hier gaat het het vaakst mis, dus ik ben er even heel concreet over. Hoeveel: begin met twee tot drie druppels. Dat lijkt weinig en dat is het ook, en dat is precies de bedoeling. Te veel is de meest gemaakte fout, en dat is ook de reden dat veel vrouwen denken dat olie niets voor hen is. Hoe: doe de olie in je handpalm, wrijf je handen goed over elkaar tot ze warm zijn en de olie overal verdeeld is. Zo breng je een dun, gelijkmatig laagje aan in plaats van één plek die verzadigd raakt. Waar: begin bij je punten en werk omhoog tot ongeveer oorhoogte. Wat er daarna nog op je handen zit, strijk je met je vingers door de rest van je lengtes. Blijf van je aanzet af, behalve bij de behandeling die ik hieronder beschrijf. Te veel op? Geen ramp. Kam het rustig verder uit en laat het zitten. De volgende wasbeurt is het weg, en je haar heeft er ondertussen alleen maar van geprofiteerd. Drie momenten om olie te gebruiken Voor het wassen, als behandeling Dit is mijn favoriet en het is de manier waarop olie het meest doet. Breng op droog haar een wat royalere hoeveelheid aan in je lengtes, en als je hoofdhuid aan de droge kant is mag je die nu wel meenemen. Masseer daar rustig met je vingertoppen in, een minuut of twee. Doe je haar los omhoog en laat het minstens twintig tot dertig minuten zitten, of neem er een avond voor. Was daarna uit met shampoo. Het fijne hieraan is dat je de olie weer weghaalt, dus zwaar haar krijg je er niet van, en je haar heeft al die tijd wel de bescherming gehad. Op handdoekdroog haar Na het wassen dep je je haar met een handdoek tot het niet meer druipt, en dan gaan er twee of drie druppels door je lengtes. Dit is het moment waarop olie het meeste doet voor je kambaarheid en voor de bescherming tegen de föhn. Een vochtige haarschacht is zachter en kwetsbaarder dan een droge, dus juist hier scheelt een gladde laag veel breuk. Droog, als finish Eén druppel, goed uitgewreven tussen je handpalmen, en dan licht over je lengtes strijken. Dit is puur cosmetisch: het legt pluis plat en geeft glans. Perfect voor onderweg, en het redt je punten op een dag dat je niet gewassen hebt. De kam is geen bijzaak En dan het tweede deel, dat vaak wordt afgedaan als detail terwijl het dat niet is. Waar je mee kamt, bepaalt hoeveel je haar tijdens het ontwarren te verduren krijgt. Kies een kam met brede tanden, want die pakt een streng in één keer en gaat er rustig doorheen. Kijk daarna naar de afwerking. Goedkope geperste kammen hebben een naadrand tussen de tanden, een dun richeltje dat overblijft uit de mal. Dat voel je zelf nauwelijks, maar je haar haakt er wel achter en langs zo'n randje schuurt de schubbenlaag open. Een kam die uit één stuk gesneden en daarna gepolijst is, bijvoorbeeld uit acetaat, heeft dat niet en glijdt merkbaar gladder. Nog een voordeel van een kam boven een borstel bij nat haar: je ziet waar je bent en je voelt een klit aankomen voordat je eraan trekt. Met een borstel op nat haar zit je er zo doorheen, en dat is precies het moment waarop je haar het kwetsbaarst is. Ontwarren zonder trekken Er is één volgorde die werkt, en dat is van onder naar boven. Verdeel je haar eerst in twee of vier delen en werk die één voor één af. Pak een streng vast net boven de plek waar je gaat kammen, zodat je het trekken opvangt met je hand in plaats van met je hoofdhuid. Begin bij de laatste vijf centimeter en kam die vrij. Ga dan een stukje hoger zitten, kam weer naar beneden, en schuif zo omhoog tot je in één beweging vanaf je hoofdhuid naar beneden kunt. Kom je een klit tegen, hou dan op met kammen en plaag hem met je vingers uit elkaar. Begin je bovenaan, dan duw je alle kleine klitten voor je uit naar beneden en maak je er onderaan één grote knoop van. Dat is het moment dat er haren sneuvelen. De rest van de dag Drogen: knijp het water eruit en dep, ga niet wrijven. Een microvezelhanddoek of een oud katoenen T-shirt geeft veel minder wrijving dan een badstof handdoek. Föhnen: middelstand, op ongeveer een handbreedte afstand, en beweeg. Richt de luchtstroom van boven naar beneden mee met de schubbenlaag in plaats van er tegenin. Sluit af met de koude stand. Slapen: een losse vlecht of een losse knot bovenop je hoofd, vastgezet met een zachte scrunchie in plaats van een strak elastiek. En een sloop van zijde of satijn. Opbinden: wissel de hoogte van je staart af. Elke dag op precies dezelfde plek strak opbinden geeft steeds op hetzelfde punt spanning. Een werkbaar ritme Je hoeft hier geen project van te maken. Een ritme dat voor veel vrouwen goed vol te houden is: één keer per week een oliebehandeling voor het wassen, verder na elke wasbeurt een paar druppels op handdoekdroog haar, en tussendoor een druppel als finish wanneer je punten erom vragen. Ontwarren doe je altijd van onder naar boven, met een kam. En geef het tijd. Je haar groeit een centimeter per maand, dus wat er nu aan je punten zit, blijft zitten. Wat je vanaf nu doet, zie je het eerst terug in hoe je haar aanvoelt en hoe soepel de kam gaat, en pas veel later in de lengtes zelf. In het laatste artikel van deze reeks zet ik de binnenkant en de buitenkant bij elkaar, en vertel ik welke producten daarbij passen. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat je haar nodig heeft, van binnen en van buiten Waarom haar in het najaar droger aanvoelt Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle

Erfahren Sie mehr
Vrouw met lang haar bij een raam in een licht, ruim interieur met herfstlicht

Waarom haar in het najaar droger aanvoelt

◷ 7 min leestijd Er is een moment in het jaar dat ik er bijna de klok op gelijk kan zetten. Ergens vanaf half oktober gaat het erover: het haar voelt anders. Droger, futlozer, pluiziger dan in augustus. En vaak volgt er meteen achteraan dat er niets veranderd is aan de shampoo, de conditioner of de routine. Dat klopt ook. Er is niets veranderd aan wat jij doet. Er is van alles veranderd aan de omstandigheden waarin je haar zich bevindt, en dat is precies wat ik in dit artikel wil uitpakken. Want als je begrijpt waar het vandaan komt, weet je ook waar je aan kunt draaien. Je haar praat de hele dag met de lucht om zich heen Dit is het belangrijkste stuk, dus daar begin ik mee. Keratine, het eiwit waar je haar uit bestaat, neemt vocht op uit de lucht en staat het er ook weer aan af. Dat gaat continu en het is een evenwicht: is de lucht om je heen vochtig, dan houdt je haar vocht vast. Is de lucht droog, dan geeft je haar af. En nu komt het najaar. Buiten is het koud, en koude lucht kan van nature veel minder vocht bevatten dan warme lucht. Die lucht komt vervolgens je huis binnen en wordt door de verwarming opgestookt naar twintig graden. Warme lucht kan juist veel vocht opnemen, alleen zit er niets meer in dat opgenomen kan worden. Het resultaat is een binnenklimaat dat kurkdroog is, soms rond de dertig procent luchtvochtigheid, terwijl vijftig prettiger is. Je haar staat in zo'n kamer de hele dag vocht af. Daar komt het heen en weer nog bovenop. Warm en droog binnen, koud en klam buiten, en dan weer terug. Je haar zet in feite steeds een beetje uit en krimpt weer, en die schubbenlaag aan de buitenkant gaat daardoor openstaan. Dat is meteen de verklaring voor het pluizen, het statische vliegen en het feit dat de kam minder soepel gaat. De sjaal, de kraag en de muts Een eenvoudige, en toch wordt hij bijna altijd over het hoofd gezien. Vanaf oktober zit er acht uur per dag wol of polyester tegen je lengtes aan. Een sjaal die meedeint, een jaskraag waar je haar overheen valt, een capuchon, een muts die je op en af zet. Dat is wrijving, uur na uur, en wrijving is precies wat die schubben openpluist en op den duur haren afbreekt. Dezelfde wrijving levert ook de statische lading op. Wol en synthetische stoffen laden je haar op, de haren gaan elkaar afstoten en dan staat alles alle kanten op. Dat je haar in de winter statisch is, komt dus niet doordat het droger is in zichzelf, maar doordat droog haar die lading veel makkelijker vasthoudt. De douche wordt warmer en de föhn gaat vaker aan In de zomer laat je je haar aan de lucht drogen en douche je lauw. In november sta je langer en heter onder de douche, want dat is heerlijk, en vervolgens ga je niet met natte lengtes de kou in. Dus de föhn gaat aan. Allebei die dingen halen vocht uit je haar en zetten de schubbenlaag verder open. Het heet douchen doet nog iets. Het lost het dunne laagje talg op dat je hoofdhuid van nature afgeeft en dat je lengtes soepel houdt. In de zomer, met vochtige lucht, merk je daar weinig van. In een droog huis merk je het meteen. Het licht gaat uit Dan een stuk dat over de binnenkant gaat. In Nederland staat de zon vanaf ongeveer oktober tot en met maart te laag aan de hemel om je huid nog vitamine D te laten aanmaken. Dat is geen kwestie van vaker naar buiten gaan, het is simpelweg de hoek waaronder het licht binnenkomt. Vitamine D is betrokken bij de vernieuwing van huid en hoofdhuid, en de voedingsbronnen zijn beperkt: vette vis, eieren en wat er aan smeersels verrijkt is. In het donkere halfjaar is dit dus een punt om bewust bij stil te staan. Tegelijk verandert er meer aan je voeding dan je denkt. De frisse salades en de bakken zomerfruit maken plaats voor stamppot en pasta. Prima eten, alleen ligt het zwaartepunt anders en komt vis er in die maanden vaak bij in. Terwijl dat nou juist de plek is waar de zeemineralen zitten. Het drukste kwartaal van het jaar En dan is er nog iets waar zelden bij stilgestaan wordt: het najaar is voor veel mensen het volste stuk van het jaar. Het schooljaar draait op volle toeren, op het werk moeten de cijfers voor de jaarwisseling rond zijn, en aan het eind wacht december met alles erop en eraan. Daar komen de eerste verkoudheden van het seizoen bij. In het vorige artikel legde ik uit hoe je schildklier het werktempo van je cellen bepaalt, en dat de voorraadvorm van het hormoon met behulp van selenium omgezet wordt naar de actieve vorm. Er is ook die tweede route naar een vrijwel identieke vorm die wel op zijn plek aandokt maar de cel niet aanzet, de sleutel die niet draait. Wat je ziet is dat in periodes van langdurige spanning, en als je afweer veel te doen heeft, die tweede route drukker wordt gebruikt. Je lichaam houdt dan energie achter de hand voor wat op dat moment belangrijker is. Zet dat naast elkaar en het plaatje klopt. Een droog binnenklimaat, meer wrijving, hetere douches, minder daglicht, een ander eetpatroon en een vollere agenda. Het is niet dat je haar ineens anders is geworden. Het krijgt gewoon in november een heel andere week voorgeschoteld dan in juli. Tien dingen die in het najaar echt schelen 1. Zet de luchtvochtigheid in je slaapkamer hoger. Een simpele luchtbevochtiger of zelfs een schaal water op de verwarming tilt je binnenklimaat een flink stuk op. Je haar staat er acht uur per nacht in, dus dit werkt door. 2. Draai de douche een standje terug. Lauw in plaats van heet, en spoel je haar af met de koudste stand die je nog leuk vindt. Koud water helpt die schubbenlaag om plat te gaan liggen. 3. Was je hoofdhuid en laat je lengtes met rust. Shampoo hoort bij je hoofdhuid. Het uitspoelende schuim doet de rest. 4. Föhn op middelstand, op een handbreedte afstand. En eindig met de koude stand. Het duurt iets langer en het scheelt enorm. 5. Kies je sjaal bewust. Zijde, katoen of een zachte gebreide wol geven minder wrijving dan ruwe wol of polyester. Of haal je lengtes gewoon buiten je kraag. 6. Bind je haar los op als je de kou in gaat. Een losse vlecht of een lage staart met een zachte scrunchie geeft veel minder wrijving dan los haar tegen een jas. 7. Slaap op zijde of satijn. Een katoenen sloop trekt vocht uit je haar en geeft de hele nacht wrijving. Dit is een van de goedkoopste aanpassingen met het meeste effect. 8. Geef je lengtes twee keer per week een verzorgingsmoment. Daar gaat het volgende artikel helemaal over. 9. Houd vis op het menu. Twee keer per week iets uit de zee, ook als het buiten guur is. Dat is de makkelijkste manier om jodium, selenium, zink en de essentiële vetzuren binnen te houden in het seizoen waarin ze er anders bij inschieten. 10. Denk in het donkere halfjaar aan vitamine D. Tussen oktober en maart maakt je huid het niet meer aan, en daar kan geen wandeling iets aan veranderen. Tot slot Wat ik je vooral wil meegeven: dit is een seizoenspatroon, geen verval. Rond april draait het meestal vanzelf weer de goede kant op als het buiten vochtiger wordt en je huid het licht weer terugkrijgt. Wat jij in de tussentijd doet, bepaalt hoeveel je ervan merkt. In het volgende artikel ga ik helemaal praktisch: hoe je met een olie en een goede kam je lengtes door dit seizoen heen krijgt, en hoe je dat precies aanpakt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat je haar nodig heeft, van binnen en van buiten Olie en kam: zo verzorg je je lengtes Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle

Erfahren Sie mehr
Flatlay met eieren, paranoten, pompoenpitten, zalm, oesters en walnoten op een zandkleurige ondergrond

Wat je haar nodig heeft, van binnen en van buiten

◷ 8 min leestijd Je haar doet het jarenlang gewoon, en dan is er die periode dat het anders aanvoelt. Doffer dan je gewend was, droger in de lengtes, en de kam gaat er minder soepel doorheen. Je gebruikt dezelfde shampoo als altijd, je doet niets nieuws, en toch reageert je haar alsof je dat wel deed. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI zo interessant vind aan haar, is dat het bijna nooit alleen een verzorgingsverhaal is. Het haar dat je in je handen houdt is namelijk het eindproduct van iets wat een paar millimeter dieper in je hoofdhuid gebeurt. Daarom loop ik in dit artikel allebei de kanten met je langs: wat er van binnenuit nodig is, en wat je aan de buitenkant doet. Wat haar eigenlijk is Laten we bij het begin beginnen, want dan wordt de rest een stuk logischer. Het haar dat je ziet, vastpakt en kamt is dood materiaal. Het bestaat uit keratine, een stevig eiwit, en het heeft geen bloedvaten, geen zenuwen en geen enkele manier om zichzelf te voeden. Alles wat die haarschacht is, is gemaakt op het moment dat hij uit je hoofdhuid kwam. Wat er daarna nog mee gebeurt, is behoud en verzorging. Het levende deel zit eronder. In je hoofdhuid zitten ongeveer honderdduizend haarzakjes, en zo'n zakje is eigenlijk een piepklein orgaan dat dag en nacht bezig is met bouwen. Daar worden aminozuren aan elkaar geknoopt tot keratine, laag na laag, en dat wordt langzaam naar boven geduwd. Het is een van de plekken in je lichaam waar cellen zich het snelst delen. En dat betekent ook iets anders: het is een van de eerste plekken die meebeweegt als er elders in je lichaam iets speelt. Je haar staat achteraan in de rij Dit is het punt waar ik in mijn werk het vaakst op terugkom, want het verklaart zoveel. Je lichaam krijgt elke dag een bepaalde hoeveelheid bouwstoffen binnen en verdeelt die vervolgens over alles wat er moet gebeuren. Die verdeling is niet eerlijk, en dat is maar goed ook. Je hart, je hersenen, je afweer en je spieren gaan voor. Dat zijn de dingen waar je leven van afhangt. Je moet het zien als een lopende band waar de spoedorders altijd voorrang krijgen. Is het rustig, dan komt alles langs en wordt ook het haar netjes afgemaakt. Wordt het druk, dan schuift precies datgene naar achteren wat je niet acuut nodig hebt om te overleven. Je haar hoort daarbij. Je kunt er prima mee leven als het een tijdje wat doffer is, en je lichaam weet dat. Daarom zegt je haar vaak iets over de weken en maanden die achter je liggen, en niet over vandaag. Het groeit zo'n centimeter per maand, dus wat er nu uit je hoofdhuid komt, is gebouwd in een periode die al voorbij is. Dat maakt het een trage boodschapper, maar wel een eerlijke. Wie de haarzakjes aanstuurt Er is één systeem dat hier een grote vinger in de pap heeft, en dat is je schildklier. Schildklierhormoon bepaalt voor een flink deel het tempo waarop cellen werken, en het beïnvloedt rechtstreeks de functie van je haarzakjes. Gaat dat tempo omlaag, dan merk je dat aan je energie, aan je huid en dus ook aan je haar, dat droger en stugger gaat aanvoelen. Daar zit een mechanisme achter dat ik graag uitleg, omdat het laat zien waarom drukke periodes zo doortikken. Je schildklier maakt vooral een soort voorraadvorm van het hormoon, T4. Dat is nog niet de actieve vorm. Elders in je lichaam wordt die voorraadvorm omgezet naar de werkzame variant, T3, en voor die omzetting is selenium nodig. Er bestaat ook een tweede route, naar een bijna identieke vorm die rT3 heet. Die lijkt zo sterk op de actieve variant dat hij op dezelfde plek aandokt, maar hij zet de cel niet aan. Je kunt het zien als een sleutel die wel in het slot past, maar niet draait. En voor die tweede route heeft je lichaam geen selenium nodig. Wat je ziet is dat bij langdurige spanning en bij een afweersysteem dat veel te doen heeft, er meer van die tweede route gebruikt wordt. Dat is geen mankement, het is zuinigheid. Je lichaam knijpt op dat moment de kraan wat dicht op plekken die even kunnen wachten. Je haarzakjes horen daarbij. De stoffen waar het om draait Als je weet dat er in die haarzakjes eiwit gebouwd wordt, en dat het bouwtempo mede door je schildklier bepaald wordt, dan wordt het rijtje stoffen dat ertoe doet vanzelf logisch. Eiwit en aminozuren. Keratine wordt uit aminozuren gebouwd, dus zonder genoeg eiwit in je eten heeft je lichaam simpelweg minder materiaal om mee te werken. Biotine. Een B-vitamine die meedraait in de stofwisseling van vetten en eiwitten. Zit onder andere in eieren, noten en orgaanvlees. Zink. Werkt in je lichaam als cofactor, een soort meewerkende sleutel voor honderden enzymen. Zit in schaal- en schelpdieren, vlees, pompoenpitten en cashewnoten. Selenium. Precies de stof uit het schildklierverhaal hierboven. Paranoten zijn de rijkste bron die er is, verder vis en eieren. Jodium. De grondstof waar je schildklier het hormoon letterlijk uit maakt. Zit in zeevis, zeewier en gejodeerd zout. IJzer. Zorgt voor het zuurstoftransport naar plekken die hard werken, en een haarzakje werkt hard. Zit in rood vlees, peulvruchten en donkergroene groente. Vitamine A en vitamine D. Allebei betrokken bij de vernieuwing van huid en hoofdhuid. Essentiële vetzuren. Die heten niet voor niets essentieel: je lichaam kan ze niet zelf maken, dus ze moeten uit je eten komen. Vette vis is de bekendste bron. Wat me opvalt als ik dit rijtje zo zie staan: het komt opvallend vaak uit de zee. Jodium, selenium, zink, ijzer en de essentiële vetzuren zitten allemaal ruim in vis en schelpdieren. Dat is geen toeval, en het is een van de praktischste dingen die je uit dit hele artikel kunt meenemen. En dan de buitenkant Terug naar die haarschacht, want daar kun je meteen iets mee. Een haar is opgebouwd als een dennenappel: de buitenste laag bestaat uit dunne schubben die als dakpannen over elkaar liggen. Liggen die pannen mooi plat, dan weerkaatst het licht gelijkmatig en glanst je haar. Ook glijdt de kam er dan doorheen zonder te blijven haken. Staan die schubben open, dan gebeurt het omgekeerde. Het licht breekt alle kanten op, dus je haar oogt dof. De kam blijft steken, haren haken in elkaar en er breekt sneller iets af. Ook verdwijnt het vocht uit de haarschacht makkelijker, waardoor je haar droog en pluizig aanvoelt. Wat die pannen openzet is heel alledaags: heet water, stevig wrijven met een handdoek, de föhn op de hoogste stand, een stijltang, chloor en zon, en het kammen van kletsnat haar. Daar komt bij dat je hoofdhuid zelf een dun laagje talg afgeeft dat de lengtes van nature glad en soepel houdt. Was je vaak en heet, dan haal je dat laagje er steeds opnieuw af, en juist je punten zitten daar het verst vandaan. Waar ik zou beginnen Vier dingen die in mijn ervaring het meeste opleveren, en die je vandaag al kunt doen. Zorg dat er bij elke maaltijd eiwit op je bord ligt. Ei, vis, vlees, peulvruchten, kwark, noten. Niet alleen 's avonds, maar verdeeld over de dag, want zo heeft je lichaam de hele dag door materiaal beschikbaar. Zet twee keer per week iets uit de zee op tafel. Zalm, makreel, haring, mosselen, garnalen. In één klap heb je daarmee jodium, selenium, zink en de essentiële vetzuren te pakken, en dat lukt met los knutselen veel minder makkelijk. Was lauw in plaats van heet, en was je hoofdhuid, niet je lengtes. Masseer de shampoo alleen in bij je hoofdhuid. Het schuim dat er bij het uitspoelen langs je lengtes loopt, is voor die lengtes ruim genoeg. Behandel je punten als het oudste stuk dat ze zijn. De punten van schouderlang haar zijn al gauw twee jaar oud en hebben alles meegemaakt. Dep ze droog, kam ze van onderaf uit, en geef ze regelmatig wat verzorging mee. Tot slot De rode draad is eigenlijk simpel. Je haar wordt van binnenuit gemaakt en van buitenaf onderhouden, en je hebt allebei nodig. De beste verzorging kan niets goedmaken aan een haar dat met weinig materiaal gebouwd is, en het mooiste materiaal redt het niet als je er vervolgens dagelijks met hitte overheen gaat. In het volgende artikel kijk ik naar het najaar, want dat is voor veel vrouwen het seizoen waarin het haar het meest verandert. En daar zitten heel logische verklaringen achter. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waarom haar in het najaar droger aanvoelt Olie en kam: zo verzorg je je lengtes Biotine, zink en arganolie: de Hair Control Bundle

Erfahren Sie mehr
vrouw en haar

Sterk, gezond haar: zo verzorg je het van binnenuit én van buitenaf

◷ 5 min leestijdJe kent dat wel: je haar voelt droog aan, het pluist alle kanten op, of het mist gewoon die glans die je zo graag wilt. Heel veel vrouwen lopen hier tegenaan, en wat ik dan altijd wil meegeven is dat mooi haar eigenlijk van twee kanten komt. Van buitenaf, met goede verzorging, en van binnenuit, met de juiste bouwstenen. Als je alleen aan de buitenkant sleutelt, mis je best wel een belangrijk stuk. Ik neem je even mee in hoe die twee samenwerken, zodat je precies weet waar je op kunt letten. Wat er eigenlijk met je haar gebeurt Je haar krijgt elke dag van alles te verduren: warmte van je föhn, de zon, hard water en styling. Daardoor kan de buitenste laag van je haar, de schubbenlaag, wat ruwer worden. En als die laag ruw staat, weerkaatst het licht er minder mooi op, waardoor je haar dof of pluizig oogt. Tegelijk wordt er vanuit je hoofdhuid steeds nieuw haar aangemaakt, en juist dáárvoor heeft je lichaam voedingsstoffen nodig. Die twee kanten, de buitenkant die je verzorgt en de binnenkant die je voedt, bepalen samen hoe je haar eruitziet en aanvoelt. Ik zie vaak dat mensen heel veel aandacht aan die buitenkant geven en de binnenkant een beetje vergeten, terwijl daar eigenlijk de basis ligt. Als je die twee combineert, help je jezelf het meest. Je hoofdhuid: daar begint het Voordat we naar oliën en voeding gaan, nog even iets belangrijks: je haar begint bij je hoofdhuid. Een rustige, gezonde hoofdhuid is de plek waar nieuw haar ontstaat, dus het is fijn om daar een beetje lief voor te zijn. Was je haar niet te heet, wees zacht met stevig droogwrijven, en geef je hoofdhuid af en toe gewoon even rust. Kleine dingetjes, maar ze tellen op. En ga je haar kammen of borstelen, doe dat dan rustig en van onder naar boven, zodat je klitten losmaakt zonder onnodig te trekken. Van buitenaf: verzorgen en beschermen Aan de buitenkant kun je je haar gewoon een handje helpen. Een pure, koudgeperste olie is daar heel fijn voor. Arganolie is licht en voedend en trekt snel in, waardoor je haar zachter aanvoelt en er weer wat glans op komt. Castorolie is wat rijker en wordt van oudsher gebruikt voor de verzorging van je haar, en trouwens ook van je wenkbrauwen en wimpers. Je hebt er echt maar een paar druppels van nodig. Warm ze even tussen je handen en verdeel ze door de lengtes en de punten, en houd het rustig aan bij je hoofdhuid. Kam je haar daarna zachtjes door met een fijne kam, dan verdeel je de olie mooi over je haar en voorkom je dat je onnodig trekt aan natte, kwetsbare haren. Zo'n klein ritueeltje een paar keer per week, bijvoorbeeld als een verzorgend masker vóór het wassen, doet eigenlijk best veel voor hoe je haar aanvoelt. Van binnenuit: de bouwstenen voor je haar En dan die andere helft, die zo vaak vergeten wordt. Nieuw, sterk haar heeft voedingsstoffen nodig, en een paar daarvan doen er echt toe. Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar. Zink houdt je haar sterk. En selenium draagt óók bij aan het behoud van normaal haar. Deze stoffen werken als een soort cofactoren, meewerkers die je lichaam nodig heeft om zijn werk goed te doen. Ze zitten van nature in een gevarieerd voedingspatroon, denk aan eieren, noten, zaden, vis, volkoren producten en groene groenten. Eet je daar wat weinig van, of vraagt je lichaam in een bepaalde fase gewoon wat meer, dan is het best de moeite waard om er bewust wat meer aandacht aan te geven. Want hoe goed je je haar aan de buitenkant ook verzorgt, de kwaliteit van je nieuwe haar wordt van binnenuit gelegd. Nog één ding wat ik je graag meegeef: haar groeit langzaam, dus geef het rustig de tijd. Dit is geen kwestie van een paar dagen, maar van je haar structureel de goede bouwstenen blijven geven. Ik zeg altijd: geef je lichaam waar het mee kan werken, en dan doet het zelf het mooiste werk. Welke olie past bij jou? Twijfel je tussen argan en castor? Heel kort: arganolie is licht en trekt snel in, waardoor het fijn is voor bijna elk haartype, ook als je haar snel plat of wat vetter aanvoelt. Castorolie is rijker en dikker, dus heerlijk voor droger, poreuzer of krullend haar dat wel wat extra voeding kan gebruiken. Je kunt ze ook prima combineren: een paar druppels castor in de punten voor de voeding, en argan over de lengtes voor de glans. En de rijpere huid dan? Ook daar zijn deze twee fijn voor, want zowel argan als castor worden gewaardeerd om hun verzorgende werking op een wat drogere, rijpere huid. Zo werkt een fles dus eigenlijk voor je haar én je huid. Drie gewoontes waar je haar blij van wordt Föhn en stijltang niet te heet, en gebruik een hittebescherming. Kam rustig en van onder naar boven, zeker als je haar nog nat en kwetsbaar is. Geef je haar van binnenuit elke dag de bouwstenen die het nodig heeft, naast je verzorging van buitenaf. Zo pak je het samen aan bij ScKIN Wil je je haar van twee kanten ondersteunen, dan is het fijn om binnen en buiten te combineren. Voor de buitenkant hebben we onze pure Argan Olie en Castor Olie, samen met de ScKIN Haarkam om alles mooi te verdelen. Voor de binnenkant kijk je naar biotine, zink en selenium, die je onder andere vindt in Control+ en Collagen+. Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar en normale nagels, en zink houdt je haar sterk. Alles bij elkaar vind je in onze collectie Haar en nagels. Weet je niet goed wat bij jou past? Vraag het ons gerust, we helpen je heel graag verder. Een hele fijne dag. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerd voedingspatroon.

Erfahren Sie mehr
Castorbonen en een blad van de wonderboom naast een glazen schaal met olie

Wat is castorolie en waar komt het vandaan?

◷ 7 min leestijd Castorolie is zo'n product dat al jaren meegaat en toch steeds opnieuw opduikt. Je ziet het bij de drogist staan, je hoort erover in gesprekken over wenkbrauwen, en de kans is groot dat je moeder of je oma er ook al iets mee deed. Maar als ik vraag wat het eigenlijk is, blijft het vaak stil. Een olie, ja. Uit een plant, ergens. En verder? Ik vind dat eigenlijk jammer, want als je weet waar iets vandaan komt en hoe het is opgebouwd, snap je meteen veel beter waarom je het op de ene manier wel gebruikt en op de andere manier niet. Daarom begin ik deze reeks bij de basis: welke plant het is, hoe de olie gemaakt wordt, wat erin zit, en waarom castorolie zo anders aanvoelt dan bijna elke andere plantaardige olie die je kent. De plant: de wonderboom Castorolie komt uit de zaden van Ricinus communis, in het Nederlands de wonderboom genoemd. In warme streken groeit die uit tot een echte boom van een paar meter hoog. Bij ons haalt hij dat niet, want de eerste vorst is het einde van het verhaal, en daarom zie je hem hier vooral als sierplant in tuinen staan. Je herkent hem aan de grote handvormige bladeren en de roodachtige stengels. Best een indrukwekkende verschijning. Na de bloei komen er stekelige vruchten aan, en in elke vrucht zitten drie zaden. Die zaden lijken op gespikkelde bonen: glanzend, bruin gemarmerd, een paar millimeter groot. Daar zit de olie in, en dan meteen in flinke hoeveelheid, want zo'n zaad bestaat voor ongeveer de helft uit vet. India is veruit de grootste producent van de wereld, gevolgd door China en Brazilië. De naam wonderboom komt trouwens uit de bijbel, uit het verhaal van Jona die schaduw krijgt van een plant die in één nacht opschiet. Of dat exact deze plant was, daar zijn geleerden het niet over eens, maar de naam is blijven hangen. Van zaad naar olie De zaden worden geperst, en de manier waarop dat gebeurt bepaalt voor een groot deel wat je uiteindelijk in de fles hebt. Er zijn ruwweg twee routes. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch worden uitgeperst zonder dat er warmte aan te pas komt. Wat eruit komt is een licht goudgele, stroperige olie met een eigen, milde geur. De begeleidende stoffen uit het zaad, zoals vitamine E, blijven daarbij grotendeels bewaard. Voor cosmetisch gebruik is dit de versie waar je naar op zoek bent. Geraffineerd wil zeggen dat de olie na het persen nog een aantal bewerkingen ondergaat met warmte, waardoor ze vrijwel kleurloos en geurloos wordt en langer houdbaar is. Handig voor de industrie, en niets mis mee, alleen verdwijnt er onderweg wel wat van het karakter van de olie. Zie je een castorolie die volstrekt kleurloos en reukloos is, dan weet je dus welke route ze heeft afgelegd. En dan de vraag over ricine Deze krijg ik vaak, en terecht, dus laat ik er helder over zijn. In het zaad van de wonderboom zit ricine, een eiwit dat giftig is als je rauwe zaden zou eten. Dat is precies de reden dat je de plant en de zaden buiten bereik van kinderen en huisdieren houdt. Maar ricine is een eiwit, en eiwitten lossen niet op in vet. Bij het persen blijft het daarom achter in de perskoek, het vaste deel dat overblijft, en gaat het niet mee de olie in. Wat er eventueel nog van over is, wordt bij de verdere bewerking onwerkzaam gemaakt. De castorolie die je als verzorgingsproduct koopt, bevat het dus niet. Wat je in je handen hebt is gewoon een plantaardige olie voor uitwendig gebruik. Waarom castorolie zo dik is En dan het stuk dat castorolie echt bijzonder maakt. De meeste plantaardige oliën zijn een mengsel van allerlei vetzuren. Bij castorolie is dat anders: ongeveer 85 tot 90 procent bestaat uit één en hetzelfde vetzuur, ricinoleïnezuur. Dat kom je in de natuur nauwelijks ergens anders zo geconcentreerd tegen. Het aardige is dat je aan de vorm van dat vetzuur meteen kunt zien waarom de olie zo aanvoelt. Stel je een vetzuur voor als een lange gladde draad. In de meeste oliën liggen die draden los langs elkaar en glijden ze makkelijk langs elkaar heen, en dat merk je: de olie is dun en vloeit snel weg. Ricinoleïnezuur heeft halverwege de keten een extra groep zitten, een soort haak. Al die haken blijven onderling aan elkaar hangen, en daardoor glijden de draden veel minder makkelijk. Dat is precies wat je voelt als je castorolie tussen je vingers wrijft: stroperig, bijna als dunne honing, terwijl bijvoorbeeld arganolie meteen wegloopt. Daarnaast zitten er kleinere hoeveelheden oliezuur en linolzuur in, en van nature wat vitamine E. Maar het verhaal van castorolie is echt het verhaal van dat ene vetzuur. Die dikte heeft in de praktijk vier gevolgen, en die kun je maar beter weten voordat je begint. Je hebt heel weinig nodig. De olie trekt langzamer in dan je gewend bent. Ze blijft als een dunne film op de huid liggen in plaats van meteen te verdwijnen. En in je haar is ze puur soms lastig uit te wassen, waardoor veel mensen castorolie mengen met een lichtere olie. In het derde artikel van deze reeks laat ik precies zien hoe je dat doet. Waarom een olie die blijft liggen prettig is voor je huid Om te snappen waarom die film juist fijn is, helpt het om te weten hoe de buitenste laag van je huid in elkaar zit. Ik leg het altijd uit als een muurtje. De huidcellen zijn de stenen, en de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie netjes op zijn plek zit, houdt je huid haar vocht binnen en blijft er van buiten weinig ongewenst binnenkomen. Je huid is namelijk een grensgebied, dat is haar hele werk. Wordt de specie dunner, dan gebeuren er twee dingen tegelijk. Je huid verliest sneller vocht, waardoor ze trekkerig en droog aanvoelt. En prikkels van buitenaf komen makkelijker binnen, waardoor je huid gevoeliger reageert dan je van haar gewend bent. Wat die specie uitput is meestal heel alledaags: te heet douchen, te vaak en te stevig reinigen, droge binnenlucht van de verwarming, koude wind. Een olie die op de huid blijft liggen, remt dat vochtverlies af. Ze maakt de huid soepel en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Dat is cosmetische verzorging aan de buitenkant, en zo moet je het ook zien: het is de bescherming van dat muurtje, niet iets wat in je lichaam gebeurt. Een olie met een lange geschiedenis Castorolie wordt al duizenden jaren gebruikt. In het oude Egypte brandde ze in lampen en werd ze op huid en haar gebruikt. In de vorige eeuw was ze een gewild smeermiddel voor vliegtuig- en racemotoren, juist vanwege die stroperigheid die bij hoge temperaturen goed standhoudt. En vandaag kom je haar tegen in van alles, van cosmetica tot lakken en kunststoffen. In een fles op je badkamerplank zit dus een olie met een verrassend industrieel cv. Gele castorolie en black castor oil Je komt twee soorten tegen en het is handig het verschil te kennen. De gewone, koudgeperste castorolie is licht goudgeel met een milde geur. Bij Jamaican black castor oil worden de zaden eerst geroosterd en wordt de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. De ene is niet beter dan de andere, het zijn gewoon twee tradities. Wil je een pure, neutrale olie die je overal voor kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de logische keuze. Wat castorolie wel en niet is Tot slot iets waar ik graag eerlijk over ben, want rond deze olie hangt nogal wat verwachting. Castorolie is een cosmetische verzorgingsolie. Ze verzorgt je wimpers en wenkbrauwen, ze voedt het haar, ze maakt droog haar zachter en glanzender en ze maakt de huid soepel. Dat is wat een olie doet, en dat is best veel. Wat ze niet doet, is haar laten groeien. Dat wordt vaak beweerd en het mag ook niet zo gezegd worden, want daar is het geen middel voor. Wat mensen wel merken is dat goed verzorgde wenkbrauwen en wimpers er voller en verzorgder uitzien, en dat is iets anders. Ik zeg altijd: verwacht verzorging, geen toverstok. En geef het tijd, want je huid vernieuwt zich in weken en je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken is een eerlijke termijn om iets te merken. In het volgende artikel loop ik langs alles waar castorolie in de praktijk voor gebruikt wordt, en net zo belangrijk: waar ze minder geschikt voor is. Lees ook Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let

Erfahren Sie mehr
castor olie

Waar is castorolie goed voor?

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar waar castorolie vandaan komt en waarom ze zo stroperig is. Nu de vraag die de meeste mensen eigenlijk als eerste stellen: waar is castorolie eigenlijk goed voor? Ik loop de toepassingen met je langs, en ik ben er ook eerlijk over waar deze olie minder handig is. Want dat hoort er net zo goed bij, en het scheelt je een fles die halfvol in de kast blijft staan. Eerst even: wat een olie eigenlijk doet Voordat we naar de toepassingen gaan, is het handig om te snappen wat er gebeurt als je een olie op je huid of haar aanbrengt. Anders blijft het bij "het voelt fijn" en weet je niet waarom. De buitenste laag van je huid is dat muurtje van stenen met specie ertussen: huidcellen met vetten daartussen. Die laag heeft één hoofdtaak, en dat is vocht binnenhouden. In diezelfde hoornlaag zit ook een eiwit dat water aan zich bindt, waardoor de laag soepel blijft in plaats van bros. Is er te weinig vet tussen de stenen, dan verdampt er meer vocht dan de bedoeling is, en dat voel je: strak, ruw, dof. Een olie vult niets aan in de diepte. Wat ze doet, is bovenop gaan liggen en het verdampen afremmen. En juist daar is castorolie sterk in, want door die dikte blijft ze liggen waar je haar neerlegt. Het gevolg is dat de huid soepel wordt en dat ze haar natuurlijke vochtbalans beter behoudt. Bij haar werkt het anders, en daar kom ik zo op terug. 1. Wimpers en wenkbrauwen Dit is waar castorolie het bekendst om is, en niet zonder reden. Wimpers en wenkbrauwen krijgen weinig verzorging en wel veel te verduren: make-up, afschminken, wrijven in je ogen, een föhn erlangs. Een olie die blijft zitten is dan prettig, want ze verzorgt de haren en houdt ze soepel, waardoor ze er voller en verzorgder uitzien. Wat ik hier belangrijk vind om te herhalen: dit is verzorging, geen groei. Wimpers hebben hun eigen levenscyclus en die verandert niet door een olie. Maar goed verzorgde wenkbrauwen liggen mooier, breken minder snel en zien er gewoon verzorgder uit. Dat is de winst, en dat is voor de meeste vrouwen precies wat ze zoeken. 2. Droog haar, en dan vooral de lengtes en punten Je haar is anders dan je huid: de haarschacht leeft niet meer. Wat je ziet is keratine, en de buitenkant daarvan bestaat uit een schubbenlaag die als dakpannen over elkaar ligt. Ligt die laag mooi glad, dan weerkaatst je haar het licht en glanst het. Staan de schubben omhoog door hitte, wrijving of droogte, dan grijpen de haren in elkaar, en dat is wat je als pluis en klit ervaart. Een olie legt zich langs die schubben en maakt de buitenkant gladder. Daardoor voedt ze het haar, maakt ze droog haar zachter en glanzender en kam je er makkelijker doorheen. Castorolie is voor dit doel bijna te dik om puur te gebruiken, zeker in fijn haar. Mengen met een lichtere olie werkt in de praktijk veel prettiger, en dat laat ik in het volgende artikel precies zien. 3. De hoofdhuid, met beleid Een hoofdhuidmassage met olie is heerlijk en veel mensen worden er rustig van. Je hoofdhuid is huid, dus dezelfde regels gelden: een olie op de huid maakt haar soepel. Wel twee kanttekeningen. Wie snel glanzend haar heeft, kan olie op de hoofdhuid als zwaar ervaren. En castorolie is zo dik dat je haar na een hoofdhuidmassage twee keer moet wassen. Doe het dus bewust, één keer per week, en verdund. 4. Droge plekken op je lichaam Ellebogen, knieën, hielen, knokkels: de plekken die altijd als eerste droog aanvoelen. Daar komt de dikte van castorolie juist goed van pas, want ze blijft liggen waar je haar aanbrengt en trekt niet meteen in de mouw van je trui. Breng haar aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen, dan sluit je het aanwezige vocht in. Dat maakt echt verschil, veel meer dan wanneer je wacht tot je helemaal droog bent. 5. Nagelriemen en lippen Twee plekken die weinig aandacht krijgen en er snel op vooruit gaan. Eén druppel per hand in je nagelriemen voor het slapen verzorgt de huid rondom je nagels en maakt die soepel. Op je lippen werkt een dunne laag ook, al is de smaak niet iedereen even lief. Doe het dan 's avonds. 6. Als draagolie Castorolie is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik. Dat betekent dat je haar kunt mengen: met een lichtere olie zoals jojoba of argan om haar makkelijker uitsmeerbaar te maken, of als basis in een zelfgemaakt mengsel. Voor veel mensen is dit trouwens de fijnste manier om castorolie überhaupt te gebruiken. Puur is ze aan de zware kant, verdund heeft ze alle voordelen en kun je haar overal op kwijt. 7. De rijpere huid Castorolie is geschikt voor de rijpere huid. Rond je dertigste verandert de huid geleidelijk: ze wordt wat droger, wat dunner, en het duurt langer voordat ze zich vernieuwt. Een rijke olie voelt dan vaak prettiger dan een lichte. Ze voedt de huid en houdt haar soepel, en daardoor helpt ze fijne lijntjes minder zichtbaar te maken. Belangrijk: dat is een cosmetisch effect, dus zolang je haar gebruikt. Een olie draait geen veroudering terug en dat beloof ik ook niet. Waar castorolie minder geschikt voor is En dan het eerlijke deel. Voor een aantal situaties is dit gewoon niet de handigste olie. Op het hele gezicht bij een huid die snel glanst. Castorolie is rijk en blijft liggen. Wie merkt dat een rijke olie op het gezicht te zwaar zit, gebruikt haar prettiger op het lichaam, in het haar of alleen op de droge zones. Overdag onder make-up. Ze trekt daar te langzaam voor in. Gebruik haar 's avonds, dan heeft ze de hele nacht. Puur in fijn haar. Dat wordt zwaar en plakkerig en het wast lastig uit. Verdunnen is hier het antwoord. Op de ooglijn zelf. Langs de wenkbrauw en over de wimpers: prima. In je oog: niet fijn. Houd afstand van de rand van je ooglid. Verder geldt voor elke nieuwe olie: doe eerst een test in je elleboogholte en wacht een dag. Reageert je huid rustig, dan kun je door. Merk je irritatie, dan stop je gewoon. Zwanger, of gebruik je verzorging op voorschrift, overleg het dan even met je huidprofessional. Van buiten en van binnen Ik zeg altijd dat verzorging twee kanten heeft. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich namelijk continu, en het materiaal daarvoor komt uit je voeding. Die twee kanten doen echt iets anders, en ze vervangen elkaar niet. Dat betekent praktisch: verwacht van een olie wat een olie kan. Ze verzorgt de buitenkant, en dat mag gewoon goed gedaan worden. Wat je eet, hoe je slaapt en hoeveel spanning je meedraagt, dat is een ander gesprek, met een eigen antwoord. Wat je mag verwachten en wanneer Het effect op je huid en haar merk je meteen: soepeler, gladder, glanzender. Dat komt doordat de olie er nog op ligt, en dat is precies de bedoeling. Voor het verzorgde beeld van je wenkbrauwen en je lengtes moet je verder kijken. Reken op vier tot zes weken van consequent gebruik, en oordeel daarvoor niet. In het volgende artikel wordt het praktisch: hoeveel je precies gebruikt, op welk moment, hoe je castorolie uit je haar krijgt en welke fouten ik het vaakst voorbij zie komen. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let

Erfahren Sie mehr
Castor oil hand

Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema

◷ 6 min leestijd We hebben gekeken waar castorolie vandaan komt en waar ze goed voor is. Nu het stuk waar je meteen iets aan hebt: hoe je haar precies gebruikt. Want olie is zo'n product waarbij de manier van aanbrengen echt uitmaakt. Dezelfde fles kan geweldig bevallen of juist tegenvallen, puur door de hoeveelheid en het moment. En bij castorolie geldt dat sterker dan bij welke olie ook, want ze is zo dik dat te veel meteen straft. Ik loop het met je door: eerst je wenkbrauwen en wimpers, dan je haar, dan je huid. En daarna de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen, plus een weekschema waarmee je gewoon kunt beginnen. De gouden regel: minder dan je denkt Als je één ding onthoudt, laat het dit zijn. Castorolie doseer je in druppels, niet in scheuten. Voor je wenkbrauwen en wimpers samen heb je aan wat er aan een borstel blijft hangen genoeg. Voor je lengtes is een halve theelepel voor de meeste haarlengtes al ruim. Gebruik je te veel, dan blijft er een laag liggen die niet meer wegtrekt, en dan is de conclusie al snel dat olie niets voor jou is. Terwijl de dosering het probleem was. Warm de olie trouwens altijd even op tussen je handen of tussen je vingers, dan wordt ze dunner en verdeelt ze veel makkelijker. Wenkbrauwen en wimpers Doe dit 's avonds, als laatste stap, op een schoon gezicht zonder oog-make-up. Neem een schone mascaraborstel, een schone wenkbrauwborstel of een wattenstaafje. Ik was zo'n borstel elke week even met wat shampoo en laat hem drogen. Doop de borstel in de olie en veeg het overtollige er aan de rand af. Hij mag absoluut niet druipen. Borstel je wenkbrauwen in de richting waarin ze groeien, van binnen naar buiten. Je verdeelt de olie over de haren en legt ze meteen mooi. Voor je wimpers: strijk voorzichtig over de lengte van je wimpers, van de basis naar de punten, en blijf weg van de rand van je ooglid. Je hoeft niet tot aan de aanzet te gaan. Laat het zitten tot de ochtend. Spoel je gezicht dan af met lauw water. Elke avond is prima. Bij verzorging is consequent zijn belangrijker dan veel gebruiken, en dat is ook meteen het lastigste eraan. Je haar: castorolie als masker voor het wassen Dit is de manier waarop castorolie in je haar het beste tot haar recht komt, en ook de manier die het minst misgaat. Meng haar eerst Puur is castorolie voor de meeste mensen te dik. Meng haar half om half met een lichtere olie, bijvoorbeeld jojoba of argan. Heb je fijn haar, ga dan naar één deel castorolie op twee delen lichte olie. Je houdt de voedende werking en je wast het er veel makkelijker uit. Zo breng je het aan Begin met droog of licht vochtig haar, niet drijfnat. Neem een halve theelepel van het mengsel in je handpalm en wrijf je handen tegen elkaar. Verdeel het door de lengtes en vooral de punten. Blijf van je hoofdhuid af, tenzij je die bewust masseert. Kam het rustig door met een grove kam, zodat het overal komt. Doe je haar in een knot en laat het minimaal een half uur zitten. Een nacht mag ook, leg dan een oude handdoek op je kussen. En zo krijg je het er weer uit Hier gaat het meestal mis, dus let even op. Doe de shampoo op je droge, olieachtige haar, dus vóórdat je het natmaakt. Masseer het goed door, en voeg dan pas water toe. Op die manier bindt de shampoo zich aan de olie in plaats van dat het water haar wegduwt. Was daarna nog een tweede keer met een kleine hoeveelheid shampoo. Klaar. Doe je het andersom, dan blijf je met plakkerige lengtes zitten en denk je onterecht dat de olie niet deugt. En na het wassen Op handdoekdroog haar kun je één druppel van het mengsel door je punten strijken. Dat maakt droog haar zachter en glanzender en helpt tegen pluis. Één druppel, echt niet meer. Hoofdhuidmassage Als je dit fijn vindt: neem het verdunde mengsel, breng het met je vingertoppen in kleine cirkels aan op je hoofdhuid en masseer vijf minuten. Doe dit één keer per week, altijd vóór het wassen, en houd bovenstaande wasvolgorde aan. Wie snel glanzend haar heeft, slaat de hoofdhuid gewoon over en houdt het bij de lengtes. Je huid Voor droge plekken op je lichaam is het simpel: breng de olie aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen. Dat is de belangrijkste tip van dit hele artikel voor je lichaam, want je sluit dan het vocht in dat er nog op zit. Wacht je tot je helemaal droog bent, dan is een deel al verdampt en werkt dezelfde hoeveelheid olie merkbaar minder goed. Voor je nagelriemen: één druppel per hand voor het slapen, even inmasseren. Voor je gezicht: gebruik castorolie 's avonds, verdund met een lichtere olie, en houd het bij de droge zones als je huid overdag snel glanst. De zes fouten die ik het vaakst zie Te veel gebruiken. Verreweg nummer één. Halveer wat je nu gebruikt en kijk of het genoeg is. Meestal wel. Puur gebruiken in het haar. Mengen met een lichtere olie is geen zuinigheid, het is gewoon prettiger en het wast beter uit. Water vóór shampoo bij het uitwassen. Shampoo eerst, op droog haar. Dit lost negen van de tien klaagverhalen over olie in het haar op. Op een kurkdroge huid aanbrengen. Licht vochtig is het moment, meteen na het wassen of douchen. Alles tegelijk veranderen. Voeg één nieuw product per keer toe en geef het een paar weken, anders weet je nooit wat wat deed. Te snel oordelen. Je huid vernieuwt zich in weken, je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken, en dan pas terugkijken. Bewaren en houdbaarheid Zet de fles koel en donker weg, dus niet op de vensterbank en niet naast de verwarming. Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Draai de dop of de pipet goed dicht, dan komt er minder zuurstof bij. Kijk op de verpakking naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M erin, bijvoorbeeld 12M: zo lang kun je de olie na openen gebruiken. Ruikt ze scherp of muf, gooi haar dan weg. Een goede castorolie ruikt mild en een beetje aards. Een simpel weekschema om mee te beginnen Als je niet weet waar je moet starten, houd dan dit aan. Elke avond: wenkbrauwen en wimpers met een schone borstel, en één druppel in je nagelriemen. Eén keer per week: een half uur tot een nacht castorolie verdund in je lengtes, vóór het wassen. Shampoo op droog haar, twee keer wassen. Na elke douche: een dunne laag op de droge plekken van je lichaam, op de nog vochtige huid. Twee of drie keer per week: verdund op de droge zones van je gezicht, 's avonds als laatste stap. Meer heb je niet nodig om te merken of castorolie bij je past. Houd dit vier tot zes weken vol en kijk dan pas terug, want eerder zegt het weinig. In het laatste artikel van deze reeks kijken we naar het kopen zelf: waar je op let als je een pure castorolie zoekt, en hoe je aan de fles en het etiket al een hoop kunt zien. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Pure castorolie kiezen: waar je op let

Erfahren Sie mehr
Gouden castorolie die uit een amberkleurige fles in een glazen schaal wordt geschonken

Pure castorolie kiezen: waar je op let

◷ 6 min leestijd Castorolie is een van de simpelste producten die je kunt kopen. Eén plant, één perssnede, één ingrediënt. En juist daarom valt het zo op hoe groot de verschillen zijn tussen de flessen die je tegenkomt. De ene olie is licht goudgeel en ruikt mild, de andere is waterhelder en ruikt nergens naar. De ene kost een paar euro, de andere het vijfvoudige. Wat koop je dan eigenlijk? In dit laatste artikel van de reeks loop ik langs de punten waar ik zelf op let. Neem het gerust mee naar de winkel of houd het ernaast als je online zoekt. 1. Draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst Dit is de belangrijkste stap en hij kost je vijf seconden. Op het etiket hoort één ingrediënt te staan: Ricinus Communis Seed Oil. Dat is de internationale naam voor castorolie, en die naam is overal ter wereld hetzelfde, dus je kunt er altijd op terugvallen. Staan er meer ingrediënten, kijk dan goed wat het zijn. Parfum of fragrance is toegevoegde geur, en die heeft een pure olie niet nodig. Paraffinum liquidum of mineral oil is minerale olie, een goedkopere basis die vaak wordt bijgemengd. En een lijst met vijf andere plantaardige oliën is prima als je een mengsel zoekt, maar dan koop je geen castorolie. 2. Koudgeperst en ongeraffineerd Zoals we in het eerste artikel zagen, bepaalt de manier van persen wat er in de fles zit. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch zijn uitgeperst zonder warmte, waardoor de begeleidende stoffen uit het zaad grotendeels bewaard blijven. Zoek dus naar de woorden koudgeperst of cold pressed op het etiket. Je ziet en ruikt het trouwens ook. Een koudgeperste castorolie is licht goudgeel en heeft een milde, licht aardse geur. Is een olie volkomen kleurloos en ruikt ze naar helemaal niets, dan is ze geraffineerd. Dat is geen ramp, maar het is wel een andere olie dan waar je naar op zoek was. 3. Donker glas, geen doorzichtig plastic Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Amberkleurig of donker glas houdt licht tegen en geeft niets af aan de olie. Een doorzichtige plastic fles op een verlichte schap is dus geen best begin, hoe mooi de olie er ook uitziet. Let ook op de sluiting. Een pipet of een druppeldop helpt je enorm bij het doseren, en dat is bij castorolie belangrijker dan bij welke olie ook, want je hebt er zo weinig van nodig. Een wijde schenkopening maakt overdoseren juist heel makkelijk. 4. Reken even de prijs per milliliter uit Flessen komen in allerlei formaten en dat maakt vergelijken lastig. Deel gewoon de prijs door het aantal milliliters, dan zie je in één keer wat je werkelijk betaalt. En trap niet in de val van de grote fles. Bij castorolie gebruik je een paar druppels per keer, dus een fles van 50 ml gaat maanden mee. Koop je 250 ml omdat het per milliliter voordeliger lijkt, dan is de kans groot dat de laatste helft over datum gaat voordat je haar opmaakt. Dan is het uiteindelijk duurder. 5. Houdbaarheid en herkomst Kijk naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M, bijvoorbeeld 12M. Dat is de periode waarin je de olie na openen kunt gebruiken. Een goede leverancier vermeldt daarnaast waar de zaden vandaan komen en of het product vegan is. Bij castorolie is dat laatste vanzelfsprekend, want het is een plantaardige olie, maar het zegt wel iets over hoe zorgvuldig een merk zijn etiket opstelt. 6. Gele castorolie of black castor oil Kom je Jamaican black castor oil tegen: daarbij zijn de zaden geroosterd en is de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. Het is een eigen traditie met een eigen aanhang. Zoek je een pure, neutrale olie die je op je huid, je haar en je wenkbrauwen kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de veiligste keuze qua geur en kleur. 7. Wat je niet hoeft te betalen Grote woorden op een etiket zeggen weinig. Wat wél iets zegt, staat in kleine letters: het ingrediënt, de perswijze, de verpakking en de houdbaarheid. Een goede castorolie hoeft geen ingewikkeld verhaal te hebben, want het is juist een heel simpel product. Twee tests die je thuis kunt doen Heb je twee flessen naast elkaar staan, dan weet je binnen een minuut welke je prettiger vindt. De geurtest. Ruik aan beide, met een korte pauze ertussen, want je neus went sneller dan je denkt. Een goede castorolie ruikt mild en licht aards, nooit scherp of muf. Ruikt ze naar oude olie, dan is ze over. De handrugtest. Wrijf van elke olie één druppel op de rug van je hand. Castorolie hoort merkbaar stroperig te zijn en blijft even liggen voordat ze intrekt, want dat is precies waar ze het van moet hebben. Voelt een olie dun en waterig aan, dan is er hoogstwaarschijnlijk iets bijgemengd. Onze castorolie Op basis van precies deze punten hebben we onze eigen olie samengesteld. ScKIN Castor Oil is pure, koudgeperste castorolie uit de zaden van Ricinus communis, vegan, in een fles van 50 ml met pipet. Wat ze doet, in gewone taal: castorolie verzorgt wimpers en wenkbrauwen en voedt het haar. Ze maakt droog haar zachter en glanzender. Op je huid maakt ze de huid soepel en helpt ze de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Ze is geschikt voor de rijpere huid en helpt fijne lijntjes minder zichtbaar te maken door de huid te voeden en soepel te houden. En ze is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik, dus je kunt haar prima mengen met een lichtere olie. Wat ze niet doet, hebben we in deze reeks ook eerlijk benoemd: ze laat geen haar groeien. Wat je wel merkt, zijn verzorgde wenkbrauwen en wimpers en zachtere, glanzendere lengtes. Voor mij is dat precies genoeg reden om zo'n fles op je badkamerplank te hebben staan. Bekijk ScKIN Castor Oil Van buiten en van binnen Ik zeg het in elke reeks over oliën, en ik blijf het zeggen. Verzorging heeft twee kanten. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich continu en het materiaal daarvoor komt uit je voeding, dus een olie is nooit een vervanging voor gevarieerd eten, genoeg drinken en fatsoenlijk slapen. Maar het stuk dat je aan de buitenkant doet, mag gewoon goed zijn. En daar heb je eigenlijk verrassend weinig voor nodig: één eerlijke olie, de juiste hoeveelheid en een beetje geduld. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst. Staat daar één ingrediënt, is de olie koudgeperst, zit ze in donker glas en ruikt ze mild, dan zit je goed. Gebruik daarna minder dan je denkt, doe het 's avonds, en geef het vier tot zes weken. Kom je er niet uit welke olie bij jouw huid past, stel je vraag dan gerust. We denken graag met je mee. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema

Erfahren Sie mehr