ScKIN Journal
Wat omega-3 vetzuren precies zijn
◷ 6 min leestijd Omega-3, dat is zo'n woord dat je overal tegenkomt. Op een pak eieren, op een verpakking brood, op een fles olie in het schap. Het klinkt gezond, en dat is het ook, maar als ik vraag wat het nou eigenlijk is, blijft het bij de meeste mensen een beetje vaag. Terwijl het best de moeite waard is om te snappen wat omega-3 doet, want dan begrijp je meteen waarom het zo vaak terugkomt in adviezen over voeding. Vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI vind ik omega-3 een van de mooiste voorbeelden van hoe voeding en je lichaam samenwerken. In dit eerste artikel van deze reeks neem ik je mee in wat omega-3 vetzuren zijn, waar ze in je lichaam meedraaien, en waarom je ze uit je eten moet halen. Vet heeft een slechte naam, en dat is niet terecht Veel mensen zijn jarenlang bang geweest voor vet. Vet zou dik maken, vet zou slecht zijn, dus we gingen massaal voor de magere variant. Wat daarbij vaak vergeten wordt, is dat je lichaam bepaalde vetten juist heel hard nodig heeft. Ze zijn bouwmateriaal, ze doen mee in ontelbare processen, en zonder loopt het gewoon minder soepel. Omega-3 hoort bij die groep. Het is een vetzuur, en dan een van het soort dat we essentieel noemen. Essentieel klinkt als een marketingterm, maar het heeft een heel precieze betekenis: je lichaam kan het niet zelf aanmaken. Waar je lichaam heel veel stoffen prima zelf in elkaar zet, lukt dat bij omega-3 niet. Je bent dus volledig afhankelijk van wat er op je bord ligt. Krijg je het via je voeding binnen, dan heb je het. Zit het er weinig in, dan mist je lichaam een grondstof waar het niks anders voor kan gebruiken. Dat is meteen de reden dat je er zoveel over hoort. Voor de meeste voedingsstoffen heeft je lichaam een reserveplan, maar voor de essentiële vetzuren niet. Ze horen daarom gewoon bij de basis. Drie soorten omega-3, en waarom dat verschil telt Als we het over omega-3 hebben, gaat het eigenlijk over een klein groepje vetzuren met lastige namen. De drie die ertoe doen zijn ALA, EPA en DHA. Ik houd het simpel. ALA is de plantaardige vorm. Die zit in dingen als lijnzaad, walnoten en chiazaad. EPA en DHA zijn de vormen die vooral uit de zee komen, uit vette vis en zeevoeding. Het verschil is belangrijker dan je zou denken, want je lichaam kan de plantaardige ALA maar voor een klein deel omzetten naar EPA en DHA. Die omzetting is een omweg, en er gaat onderweg veel verloren. Ik gebruik daar vaak het beeld voor van hapklaar materiaal. EPA en DHA uit de zee zijn als het ware kant en klaar voor je lichaam, terwijl ALA nog een heel bewerkingstraject moet doorlopen voordat je er hetzelfde uithaalt. Allebei hebben ze waarde, maar het is goed om te weten dat de plantaardige vorm en de vorm uit vis niet zomaar inwisselbaar zijn. Waar omega-3 in je lichaam meedraait En dan het interessante deel: wat doet zo'n vetzuur nou eigenlijk. Om dat te snappen moet je even inzoomen op je cellen. Elke cel in je lichaam is omgeven door een membraan, een soort huid om de cel heen. Je kunt je dat voorstellen als een muur met specie ertussen. De vetten die je binnenkrijgt, bepalen mee waar die specie van gemaakt is. Krijg je genoeg soepele omega-3 binnen, dan blijven die membranen buigzaam en doen ze hun werk beter. Er is één plek waar dat extra opvalt, en dat zijn je hersenen. Je hersenen bestaan voor een groot deel uit vet, en juist DHA zit daar in hoge concentraties. DHA is een belangrijke bouwsteen voor de hersenen. Ook in je ogen zit veel DHA. Het is dus geen toeval dat omega-3 steeds weer opduikt als het over je hoofd en je ogen gaat, want daar zit het letterlijk verwerkt in het weefsel. Een verhaal uit mijn vak dat ik graag deel Binnen de kPNI kijken we vaak naar de evolutie, naar hoe de mens geworden is zoals hij nu is. En daar zit een prachtig verhaal over omega-3 in. Onze verre voorouders leefden een groot deel van de tijd aan de rand van het water, en aten daar veel schaal- en schelpdieren. Precies die voeding is rijk aan DHA. Wetenschappers denken dat juist die rijke bron aan omega-3 een rol heeft gespeeld in het feit dat onze hersenen zich zo hebben kunnen ontwikkelen, tot het punt dat we konden gaan praten, plannen en vooruitdenken. Ik vind dat zelf een van de mooiste inzichten uit mijn opleiding. Het laat zien dat omega-3 geen modegril is, maar iets wat al heel lang bij ons hoort. Onze biologie is als het ware afgestemd op een voeding waarin die vetzuren ruim aanwezig waren. Waarom omega-3 zo breed meedoet Wat ik mensen graag meegeef, is dat omega-3 niet één taakje in je lichaam heeft, maar overal een beetje meedraait. Dat komt door die rol in de celmembranen. Omdat elke cel zo'n membraan heeft, van je huidcellen tot je hersencellen tot de cellen in je bloedvaten, raakt de kwaliteit van je vetten eigenlijk je hele lijf. Je kunt het vergelijken met de kwaliteit van de bakstenen en de specie in een heel gebouw: het bepaalt niet één kamer, maar de stevigheid van het geheel. Daarnaast maakt je lichaam uit deze vetzuren allerlei signaalstoffen. Dat zijn de berichten waarmee je lichaam processen aanstuurt. Ik ga daar in het derde artikel dieper op in, want juist daar komt de verhouding met een ander vetzuur om de hoek kijken. Voor nu is het genoeg om te weten dat omega-3 zowel bouwmateriaal als een soort communicatiemiddel is. Twee heel verschillende rollen, en allebei belangrijk. Wat dit betekent voor jou De kern van dit artikel is eigenlijk simpel. Omega-3 is een essentieel vetzuur, wat wil zeggen dat je lichaam het niet zelf maakt en je het dus uit je voeding haalt. Er zijn drie vormen, waarbij EPA en DHA uit de zee kant en klaar zijn en de plantaardige ALA maar deels wordt omgezet. En die vetzuren draaien mee in je cellen, met een hoofdrol voor DHA in je hersenen en je ogen. Dat maakt omega-3 wat mij betreft echt een basisstof. Geen hype, geen ingewikkeld verhaal, maar iets wat gewoon bij een gezonde voeding hoort en waar je best wat aandacht aan mag geven. Zeker omdat je lichaam er, anders dan bij veel andere voedingsstoffen, geen eigen achterdeur voor heeft. Nu je weet wat het is, wordt de volgende vraag natuurlijk: waar haal je het dan vandaan. Welke voeding levert je die omega-3, en hoe bouw je dat handig in je week in. Daar ga ik in het volgende artikel praktisch op in. Lees ook Waar zit omega-3 in? De belangrijkste bronnen in je eten De verhouding tussen omega-3 en omega-6 in je eten EPA en DHA uit visolie: dit vind je in ScKIN Omega+
Erfahren Sie mehrWaar zit omega-3 in? De belangrijkste bronnen in je eten
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat omega-3 vetzuren zijn: essentiële vetten die je lichaam niet zelf maakt, met EPA en DHA uit de zee en ALA uit plantaardige bronnen. De logische vervolgvraag is dan natuurlijk waar je die omega-3 vandaan haalt. Want als je lichaam het niet zelf aanmaakt, komt het volledig uit wat je eet. In dit artikel loop ik met je langs de belangrijkste bronnen, en geef ik je praktische manieren om ze in je week te krijgen. Vette vis is de rijkste bron Als het om EPA en DHA gaat, is vette vis met afstand de beste bron. Denk aan zalm, makreel, haring, sardines en ansjovis. Dat zijn de vissen waar het vet als het ware doorheen zit, en daar zitten die kant en klare omega-3 vetzuren in. Een fijne vuistregel is een paar keer per week een portie vette vis. Voor veel mensen is dat al een flinke stap, want vis staat lang niet altijd standaard op het menu. Een Hollandse haring is trouwens een van de makkelijkste manieren om het binnen te krijgen, en sardines uit blik zijn goedkoop, houdbaar en verrassend rijk aan omega-3. Je hoeft er dus geen ingewikkelde gerechten voor te maken. Wat ik mensen vaak meegeef: wees niet te streng voor jezelf over welke vis nou precies het beste is. Zalm, makreel, haring, sardines en ansjovis zitten allemaal goed in het vet, en afwisseling is juist prettig. Vind je verse vis gedoe, kies dan gerookt of uit blik. Het gaat erom dat je het regelmatig eet, niet dat het elke keer een uitgebreide maaltijd is. Een blik sardines op een cracker is net zo goed een bron als een stuk verse zalm. Schaal- en schelpdieren, de klassieke bron Naast vis zijn ook schaal- en schelpdieren een mooie bron. Mosselen, oesters en garnalen leveren omega-3, en het is precies dit soort voeding waar onze voorouders het van moesten hebben. Als je van dit soort dingen houdt, is het een fijne manier om variatie aan te brengen. En anders is het geen ramp, want de vette vis hierboven doet het belangrijkste werk. De plantaardige bronnen: lijnzaad, walnoten en chiazaad Dan de plantaardige kant. Hier zit de omega-3 in de vorm van ALA, en zoals ik in het vorige artikel vertelde, zet je lichaam die maar voor een deel om naar EPA en DHA. Toch zijn deze bronnen zeker de moeite waard, want ze zijn makkelijk toe te voegen en leveren daarnaast nog van alles. De rijkste is gemalen lijnzaad. En let op dat woord gemalen, want heel lijnzaad glijdt vaak onverteerd door je heen en dan haal je er weinig uit. Maal het zelf of koop het gemalen, en bewaar het in de koelkast, want deze vetten zijn gevoelig en worden snel ranzig. Een eetlepel door je yoghurt of havermout is zo gebeurd. Walnoten zijn een andere makkelijke bron, en meteen een fijne snack. Een handje walnoten in plaats van iets uit een zak levert je naast omega-3 ook nog vezels en een verzadigd gevoel. Chiazaad werkt vergelijkbaar met lijnzaad en is fijn in een ontbijt of een pudding. Eieren en vlees: het hangt af van het voer Wat veel mensen niet weten, is dat de hoeveelheid omega-3 in eieren en vlees sterk afhangt van wat het dier zelf gegeten heeft. Kippen die buiten scharrelen en een omega-3-rijk voer krijgen, leggen eieren met meer omega-3. En vlees van dieren die gras hebben gegeten bevat er meer van dan vlees van dieren die vooral graan kregen. Op de verpakking van omega-3-eieren staat dat vaak vermeld. Het is geen hoofdbron, maar het telt mee. Zo bouw je het praktisch in je week Ik krijg vaak de vraag hoe je dit nou behapbaar houdt, zonder dat je met lijstjes in de weer moet. Mijn tip is om het klein en concreet te maken. Zet bijvoorbeeld twee vaste vismomenten in je week, een doordeweeks en een in het weekend. Leg een pak gemalen lijnzaad in de koelkast en schep er elke ochtend een lepel van door je ontbijt. En houd walnoten in huis als vaste snack. Met die drie gewoontes zit je al een heel eind, zonder dat je er echt over na hoeft te denken. Om het nog concreter te maken, geef ik je een paar voorbeelden zoals ik ze zelf voor me zie. Een lunch van een volkorenboterham met makreel of haring, met wat rauwkost erbij. Een avondmaaltijd met een stuk zalm uit de oven, groente en een aardappel. Een ontbijt van yoghurt met gemalen lijnzaad, walnoten en wat fruit. En als tussendoortje simpelweg een handje walnoten in plaats van iets uit een pak. Je hoeft dit niet elke dag te doen, maar als je er een paar van vast in je week zet, loopt het vanzelf. Vis uit blik verdient hier trouwens een streepje extra aandacht, want het is de makkelijkste manier om vaker vis te eten. Sardines, makreel en zalm uit blik zijn goedkoop, lang houdbaar en zo op tafel. Ik zeg vaak: zet een paar blikken in je voorraadkast, dan heb je op een drukke dag altijd een snelle bron achter de hand. Eet je helemaal geen vis, dan is het goed om te beseffen dat je met alleen plantaardige bronnen vooral ALA binnenkrijgt, en dat je lichaam daar maar een deel van omzet naar de kant en klare EPA en DHA. Dat is geen reden tot zorg, maar het is wel iets om rekening mee te houden. Ik kom daar in het laatste artikel van deze reeks op terug. Let op de bereiding Nog een praktisch punt dat vaak vergeten wordt: omega-3 is gevoelig voor hitte, licht en lucht. Bak vette vis daarom rustig en niet te heet, en bewaar noten en zaden koel en donker. Zo houd je de vetzuren zo goed mogelijk intact. Het is een klein ding, maar het scheelt in wat je er uiteindelijk uithaalt. Tot slot Samengevat: vette vis is je rijkste bron van de kant en klare EPA en DHA, schaal- en schelpdieren doen mee, en lijnzaad, walnoten en chiazaad leveren de plantaardige ALA. Eieren en vlees tellen mee, afhankelijk van het voer. Met een paar vaste gewoontes krijg je het aardig voor elkaar. In het volgende artikel gaat het over iets waar veel mensen nog nooit bij hebben stilgestaan: niet alleen hoeveel omega-3 je binnenkrijgt telt, maar ook de verhouding met een ander vetzuur, omega-6. En juist die verhouding is in ons moderne eten flink verschoven. Lees ook Wat omega-3 vetzuren precies zijn De verhouding tussen omega-3 en omega-6 in je eten EPA en DHA uit visolie: dit vind je in ScKIN Omega+
Erfahren Sie mehrDe verhouding tussen omega-3 en omega-6 in je eten
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat omega-3 is en waar je het in je voeding vindt. Nu wil ik je meenemen in iets wat minstens zo belangrijk is, en waar veel mensen nog nooit bij hebben stilgestaan: de verhouding tussen omega-3 en omega-6. Want het gaat niet alleen om hoeveel omega-3 je binnenkrijgt, maar ook om hoe dat zich verhoudt tot dat andere vetzuur. En juist daar is in ons moderne eten iets verschoven. Omega-6 is ook essentieel, dus geen boosdoener Laat ik beginnen met een misverstand uit de wereld te helpen. Omega-6 is niet het slechte broertje van omega-3. Het is, net als omega-3, een essentieel vetzuur. Je lichaam kan het niet zelf maken en je hebt het nodig, punt. Het probleem zit niet in omega-6 op zich, maar in de verhouding waarin we het binnenkrijgen ten opzichte van omega-3. Je moet je voorstellen dat je lichaam uit beide vetzuren allerlei signaalstoffen maakt. Dat zijn stofjes waarmee je lichaam processen aanzet en weer afremt, een soort interne berichten. Uit de omega-6 kant komen signalen die dingen op scherp zetten, uit de omega-3 kant komen signalen die de boel weer tot rust brengen. Je hebt ze allebei nodig, en je wilt dat die twee kanten in evenwicht zijn. De lopende band die overbelast raakt Om te snappen waarom de verhouding zo telt, gebruik ik graag het beeld van een lopende band. Zowel omega-3 als omega-6 worden in je lichaam bewerkt door dezelfde reeks stappen, dezelfde lopende band als het ware. Ze maken gebruik van dezelfde meewerkers om hun werk te doen. En daar zit hem de kneep. Als je heel veel omega-6 binnenkrijgt en weinig omega-3, dan is die lopende band vooral bezig met de omega-6 kant. Er blijft dan minder ruimte over om de omega-3 kant te verwerken. De één neemt als het ware de plek van de ander in. Krijg je de twee in een prettiger evenwicht binnen, dan kan die band zijn werk voor beide kanten netjes doen. Waarom de moderne verhouding is verschoven Vanuit de kPNI kijken we graag naar hoe we vroeger aten. Onze voorouders kregen omega-3 en omega-6 in een veel gelijkmatiger verhouding binnen. In ons huidige eten is dat behoorlijk uit balans geraakt, met veel meer omega-6 dan vroeger. Dat komt vooral door plantaardige oliën die veel omega-6 bevatten, zoals zonnebloemolie, maïsolie en sojaolie. Die zitten in ontzettend veel producten: in koekjes, in sauzen, in snacks, in gefrituurd eten, in kant-en-klaarmaaltijden. Zonder dat je het doorhebt, tikt het flink aan. En tegelijk eten veel mensen juist weinig van de omega-3-bronnen die ik in het vorige artikel noemde. Zo loopt de verhouding twee kanten op tegelijk. Ik zeg altijd dat ons lichaam nog is afgestemd op dat oude patroon. De biologie verandert langzaam, en ons eten is in korte tijd enorm veranderd. Dat verschil is precies waar het in mijn vak zo vaak over gaat. Wat je zelf kunt doen om de balans te verschuiven Het fijne is dat je hier zelf best veel aan kunt doen, en met dingen die goed te overzien zijn. Ik loop de belangrijkste met je langs. 1. Kies andere vetten om mee te bakken Dit is misschien wel de grootste. Bak niet standaard in zonnebloemolie of andere zaadoliën, want daar zit veel omega-6 in. Zonnebloemolie raad ik sowieso af om in te bakken. Kies liever voor olijfolie, een beetje roomboter of kokosvet. Dat is een kleine wissel in je keuken met een groot effect over de tijd. 2. Kijk kritisch naar bewerkte voeding De grootste bron van omega-6 zit vaak verstopt in kant-en-klare producten, sauzen en snacks. Je hoeft niet alles te schrappen, maar het helpt om te weten dat juist daar veel van dat vetzuur binnenkomt. Wat vaker zelf koken met verse ingrediënten schuift de verhouding vanzelf de goede kant op. 3. Zet de omega-3-bronnen wat vaker op tafel De andere helft van de verhouding verbeter je door de omega-3 kant op te hogen. Dus die paar keer vette vis per week, dat lepeltje gemalen lijnzaad, dat handje walnoten. Je duwt de balans als het ware van twee kanten in de goede richting. 4. Let op je noten- en oliekeuze Niet alle noten zijn gelijk. Walnoten leveren relatief veel omega-3, terwijl veel andere noten juist meer omega-6 bevatten. Dat wil niet zeggen dat je die moet laten staan, maar walnoten zijn een slimme vaste keuze. En kies bij een dressing eens voor walnoot- of lijnzaadolie in plaats van zonnebloemolie. 5. Leer de etiketten een beetje lezen Een praktische gewoonte die je vanzelf helpt: kijk bij kant-en-klare producten even naar de ingrediëntenlijst. Kom je daar zonnebloemolie, maïsolie, sojaolie of het algemene woord plantaardige olie tegen, dan weet je dat daar de omega-6 kant zit. Je hoeft dat product echt niet altijd te laten liggen, maar je gaat er bewuster mee om. En vaak vind je gewoon een alternatief waar bijvoorbeeld olijfolie in zit. Zo hoef je niets uit je hoofd te leren, je leest gewoon even mee. Wat ik zelf een fijne gedachte vind: je hoeft de verhouding niet op de milligram te regelen. Je lichaam werkt met gemiddelden over de tijd. Doe je de grote dingen goed, dus je bakvet, je bewerkte voeding en je omega-3-bronnen, dan komt de rest vanzelf mee. De kleine uitschieters maken niet uit, het gaat om het patroon. Het gaat om het geheel, niet om perfectie Ik wil hier graag benadrukken dat je hier niet obsessief in hoeft te worden. Het gaat niet om één maaltijd of om precieze getallen bijhouden. Het gaat om de grote lijn van hoe je door de week heen eet. Bak je met andere vetten, kook je wat vaker zelf, en zet je de omega-3-bronnen regelmatig op tafel, dan schuift die verhouding vanzelf de goede kant op. In het laatste artikel van deze reeks kom ik terug op iets wat ik in de eerdere delen al even aanstipte: de kant en klare vorm van omega-3, EPA en DHA uit visolie. Want als je weinig vis eet, of je wilt gewoon een brede basis, dan is het goed om te weten hoe dat zit. Lees ook Wat omega-3 vetzuren precies zijn Waar zit omega-3 in? De belangrijkste bronnen in je eten EPA en DHA uit visolie: dit vind je in ScKIN Omega+
Erfahren Sie mehrEPA en DHA uit visolie: dit vind je in ScKIN Omega+
◷ 6 min leestijd In deze reeks nam ik je mee in de wereld van omega-3. We keken naar wat het is, essentiële vetzuren die je lichaam niet zelf maakt. We keken naar waar je het vindt, van vette vis tot lijnzaad en walnoten. En we keken naar de verhouding met omega-6, die in ons moderne eten flink is verschoven. In al die artikelen kwamen steeds twee namen terug: EPA en DHA. De twee omega-3 vetzuren uit de zee die je lichaam meteen kan gebruiken. In dit laatste artikel wil ik je vertellen hoe je die op een makkelijke manier binnenkrijgt. Waarom juist EPA en DHA steeds terugkwamen Even een korte samenvatting, want dit is de rode draad van de hele reeks. Er zijn drie vormen van omega-3. De plantaardige ALA uit lijnzaad en walnoten moet je lichaam nog omzetten naar EPA en DHA, en van die omzetting gaat maar een klein deel goed. EPA en DHA uit de zee zijn de kant en klare vormen, die je lichaam direct kan inzetten. Daarom draaide het in mijn verhaal telkens weer om die twee. DHA is bovendien een belangrijke bouwsteen voor de hersenen, en zit ook in hoge mate in je ogen. Het is dus niet zomaar een vetzuur, het is materiaal waar je lichaam letterlijk mee bouwt. Die EPA en DHA, dat is Omega+ Precies die kant en klare vetzuren, EPA en DHA uit visolie, hebben we bij ScKIN gebundeld in Omega+. Twee softgels per dag leveren je 1000 mg EPA en 750 mg DHA. Daarmee heb je die twee vormen waar deze hele reeks over ging in een vaste, ruime dosering te pakken, ook op de dagen dat er geen vis op je bord ligt. En dan de vraag die ik altijd stel bij visolie: waar komt het vandaan en hoe vers is het. Want daar zit een wereld van verschil. De visolie in Omega+ komt uit wild gevangen Alaska Pollock en is MSC gecertificeerd, wat staat voor een verantwoorde herkomst. De totoxwaarde, een maat voor de versheid van de olie, ligt onder de 5, en dat is laag. Daarnaast is Omega+ Partner of GOED. Ik hecht daar veel waarde aan, want bij visolie maakt kwaliteit echt uit. Wat EPA en DHA voor je doen Nu het deel waar je waarschijnlijk het meest benieuwd naar bent: waar dragen deze vetzuren aan bij. Ik houd me daarbij aan wat er officieel over EPA en DHA gezegd mag worden, want daar ben ik in mijn vak streng in. DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie.1 De inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen.2 EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart.3 Zie het als een brede basis voor je hersenen, je hart en je gezichtsvermogen, van binnenuit. Geen wondermiddel, wel een fundament dat je het hele jaar door kunt leggen, naast een gevarieerde voeding. Ook fijn tijdens zwangerschap en borstvoeding Nog iets waar ik apart bij stil wil staan, want dit maakt Omega+ bijzonder binnen onze lijn. Het is het enige ScKIN-product dat ook aanbevolen is tijdens de zwangerschap en de borstvoeding. Dat heeft alles te maken met DHA. De inname van DHA door de moeder draagt namelijk bij tot een goede ontwikkeling van de ogen en tot de normale ontwikkeling van de hersenen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen.4 Juist in die periode is een goede omega-3 basis dus extra waardevol. Waarom de kant en klare vorm zo praktisch is Ik kom nog even terug op dat verschil tussen de plantaardige ALA en de EPA en DHA uit vis, want daar draaide het in deze reeks steeds om. Eet je een paar keer per week vette vis, dan krijg je die kant en klare vormen gewoon uit je voeding. Maar veel mensen halen dat niet, en met alleen plantaardige bronnen kom je vooral aan ALA, waarvan je lichaam maar een deel omzet. Een dagelijkse visolie is dan een simpele manier om die brede basis toch te leggen. Ik zie het zelf het liefst zo: je voeding op de eerste plaats, gevarieerd en met aandacht voor die omega-3-bronnen, en een goede visolie als vaste basis eronder. Niet als vervanging van goed eten, wel als een manier om die kant en klare vetzuren elke dag binnen te hebben. Voor wie ik het vaak een fijne basis vind Ik merk dat een goede visolie vooral prettig is voor mensen die weinig vis eten, of die merken dat het er in drukke periodes bij inschiet. Vegetariërs krijgen uit hun voeding vooral de plantaardige ALA binnen, en zoals gezegd zet je lichaam daar maar een deel van om naar EPA en DHA. Ook voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven kan het om die reden een waardevolle aanvulling zijn. En verder gewoon voor iedereen die een brede basis wil leggen naast een gevarieerde voeding. Het is geen kuur voor even, maar iets wat je het hele jaar door rustig kunt aanhouden. Hoe je Omega+ gebruikt Het gebruik is eenvoudig: twee softgels per dag, bij voorkeur bij een maaltijd. Bij een maaltijd met wat vet erin worden de vetzuren het prettigst opgenomen. Gebruik je medicijnen of ben je onder behandeling, overleg dan even met een deskundige. Bekijk ScKIN Omega+ Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: omega-3 hoort bij de basis, je lichaam maakt het niet zelf, en de kant en klare vormen EPA en DHA komen uit de zee. Zorg voor die vetzuren via je voeding waar het kan, en leg er een goede visolie onder waar dat handig is. Zo houd je die basis het hele jaar door op orde. 1 DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie. Dit gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. 2 De inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen. Dit gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. 3 EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart. Dit gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg EPA en DHA. 4 De inname van DHA door de moeder draagt bij tot een goede ontwikkeling van de ogen en tot de normale ontwikkeling van de hersenen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen. Dit gunstige effect wordt verkregen bij een aanvullende dagelijkse inname van 200 mg DHA bovenop de aanbevolen dagelijkse inname van omega-3 vetzuren. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat omega-3 vetzuren precies zijn Waar zit omega-3 in? De belangrijkste bronnen in je eten De verhouding tussen omega-3 en omega-6 in je eten
Erfahren Sie mehr


