Zum Inhalt springen

Mit „Ausgezeichnet“ bewertet | Rezensionen lesen

Der ScKIN Club: Jetzt beitreten + 25 Punkte

Bestellung vor 12:00 Uhr, Lieferung am nächsten Werktag*

Kostenloser Versand ab 50 EUR (NL)

Folaatrijke voeding: linzen, kikkererwten, asperges, avocado, broccoli en biet

Waar zit folaat in? De bronnen op je bord

◷ 6 min leestijd

In het vorige artikel keken we naar wat folaat doet: methylvlaggetjes aanleveren en bouwstenen leveren voor nieuw DNA. Nu de praktische kant. Waar haal je het vandaan, en hoe zorg je dat het ook echt op je bord belandt?

Want dat laatste is bij deze vitamine een verhaal apart. Folaat is namelijk kwetsbaar. Het lost op in water en het kan slecht tegen hitte. Je kunt dus prima een folaatrijke groente kopen en er alsnog weinig van binnenkrijgen, puur door hoe je hem klaarmaakt. Daar wil ik je vooral bewust van maken.

Bladgroente, de bron waar de naam vandaan komt

We beginnen bij het blad. Spinazie, boerenkool, andijvie, rucola, veldsla, romaine en verse kruiden als peterselie en koriander zijn stuk voor stuk goede bronnen. Hoe donkerder groen, hoe meer er in zit.

Een handvol verse spinazie door een salade of op het laatste moment door een warm gerecht is een van de makkelijkste manieren om je dagelijkse hoeveelheid op te hogen. Let op het woord "op het laatste moment", want daar kom ik zo op terug.

Peulvruchten: de stille winnaars

Als ik één categorie mag aanwijzen die het meest onderschat wordt, dan zijn het peulvruchten. Linzen staan bovenaan, gevolgd door kikkererwten, zwarte bonen, kidneybonen en bruine bonen.

Een portie linzen levert een flink deel van wat je op een dag gebruikt. En het mooie is dat je er meteen eiwit en vezels bij krijgt, waardoor zo'n maaltijd je ook langer verzadigd houdt. Ik zeg dan ook vaak: als je één ding aan je week toevoegt, maak het dan twee keer een peulvruchtenmaaltijd.

Groenten die je misschien niet verwacht

  • Asperges zijn een uitgesproken goede bron. Jammer genoeg maar een paar maanden per jaar vers, maar in het seizoen absoluut het benutten waard.
  • Broccoli, spruitjes en bloemkool dragen stevig bij. Vooral broccoli is het hele jaar door beschikbaar en makkelijk.
  • Rode biet is een mooie bron, rauw geraspt door een salade of gekookt als bijgerecht.
  • Avocado levert folaat en bovendien goede vetten.
  • Paprika en tomaat dragen op een bescheiden manier bij, maar omdat veel mensen ze dagelijks eten tellen ze mee.

En verder

Citrusvruchten, vooral sinaasappel, leveren folaat. Ook zonnebloempitten, volkoren producten en eieren dragen bij. Lever is van oudsher de allerrijkste bron; dat staat niet bij iedereen op het menu, maar het is goed om te weten.

Daarnaast is in Nederland een aantal producten verrijkt, waaronder sommige ontbijtgranen en smeersels. Daar gaat het meestal om de synthetische vorm, foliumzuur, en dat is precies waar het volgende artikel over gaat.

Hier gaat het vaakst mis: de bereiding

Nu het deel waar je het meeste aan hebt. Folaat is wateroplosbaar en gevoelig voor hitte. Dat betekent twee dingen.

Het lekt weg in het kookwater. Kook je broccoli twintig minuten in ruim water en giet je dat water weg, dan heb je een flink deel van de folaat door de gootsteen gespoeld. Dit is geen detail; het gaat om een aanzienlijk deel.

Het breekt af door langdurige hitte. Hoe langer en heter, hoe minder er overblijft.

Wat je daaraan doet is gelukkig simpel:

  • Stoom in plaats van koken. Bij stomen komt de groente niet in het water te liggen, dus blijft er meer behouden. Een stoommandje in een pan met een laagje water is genoeg.
  • Kook kort. Groente mag best een beetje beet houden. Dat is niet alleen lekkerder, het scheelt ook echt.
  • Gebruik het kookvocht. Maak je toch soep of een stoofpot, dan blijft alles wat uit de groente lekt gewoon in het gerecht. Dat is de reden dat een groentesoep in dit opzicht zo gunstig is.
  • Eet een deel rauw. Een salade met rauwe bladgroente, geraspte biet of wat rauwkost naast je warme maaltijd is de meest directe manier.
  • Voeg blad op het laatst toe. Roer verse spinazie of peterselie pas door je gerecht als het vuur eraf is. De restwarmte is genoeg om het te laten slinken.

Bewaren doet er ook toe

Folaat gaat ook achteruit door licht, lucht en tijd. Bladgroente die een week in de koelkast heeft gelegen levert minder dan dezelfde groente van gisteren. Koop bladgroente daarom in kleinere hoeveelheden en eet het snel op. Diepvriesgroente is trouwens een prima alternatief: die wordt vlak na de oogst ingevroren, waardoor er vaak meer bewaard blijft dan in verse groente die lang onderweg is geweest.

Een dag waarin folaat vanzelf meekomt

Ontbijt: yoghurt met een handvol zonnebloempitten en een sinaasappel erbij.

Lunch: een volkoren boterham met ei en avocado, met daarnaast een salade van rucola en veldsla.

Tussendoor: een paar rauwe worteltjes of wat paprika.

Avondeten: een linzenschotel met kort gestoomde broccoli, en op het laatste moment een flinke hand verse spinazie erdoor. Peterselie eroverheen.

Als je die dag legt naast een dag met wit brood, vleeswaren, pasta met saus en doorgekookte groente, dan zit er een wereld van verschil tussen. Niet omdat er ergens iets bijzonders in zit, maar door de optelsom.

Wie er iets meer op mag letten

Er zijn situaties waarin je lichaam meer folaat vraagt of waarin de inname sneller achterblijft. Zwangerschap noemde ik al; overleg daarover met je verloskundige of huisarts. Verder vragen periodes van snelle groei er meer van, net als een voedingspatroon met weinig groente en veel bewerkte producten. Ook alcohol speelt een rol, want dat werkt de opname en het gebruik van folaat tegen.

Gebruik je medicatie, dan is het goed om te weten dat sommige middelen de folaathuishouding beïnvloeden. Vraag dat na bij je apotheek of je arts; die kennen jouw situatie.

Wat een gewone portie ongeveer oplevert

Mensen vragen me vaak om een gevoel bij de getallen, dus laat ik het in verhoudingen zetten in plaats van in microgrammen. Een volwassene gebruikt per dag een hoeveelheid die je grofweg haalt met drie tot vier goede porties.

Een flinke opscheplepel gekookte linzen is zo'n portie. Een stevige hand rauwe spinazie ook. Een half kopje gekookte kikkererwten, een portie kort gestoomde broccoli, een halve avocado of een handvol asperges tellen elk als een portie. Een sinaasappel komt daar nog eens bovenop.

Zo bekeken is het heel behapbaar. Een lunchsalade met blad en een avondmaaltijd met peulvruchten en groen brengt je er al bijna. Het punt is vooral dat het elke dag moet gebeuren, want folaat sla je niet in grote hoeveelheden op zoals je dat met bijvoorbeeld vitamine D wel doet. Je lichaam wil het dagelijks aangeleverd krijgen.

Samengevat

Zet twee keer per week peulvruchten op tafel, eet dagelijks iets groens en bereid het kort. Stoom in plaats van koken, gebruik je kookvocht als het kan en roer je verse blad op het laatste moment door je gerecht. Dat zijn kleine handelingen die samen meer doen dan welk lijstje dan ook.

In het volgende artikel gaan we naar de vraag die ik het vaakst krijg: wat is nu eigenlijk het verschil tussen foliumzuur en folaat, en waarom staat er op sommige verpakkingen 5-MTHF?

Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen, lees je welke producten hierbij passen.

Lees ook

Vorherigen Post Nächster Beitrag