Zum Inhalt springen

Mit „Ausgezeichnet“ bewertet | Rezensionen lesen

Der ScKIN Club: Jetzt beitreten + 25 Punkte

Bestellung vor 12:00 Uhr, Lieferung am nächsten Werktag*

Kostenloser Versand ab 50 EUR (NL)

ScKIN Journal

ScKIN Vitamin B12+

Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen

◷ 6 min leestijd In deze reeks liepen we langs wat folaat doet, waar het in zit en waarom de vorm waarin je het binnenkrijgt zoveel uitmaakt. In dit laatste artikel maak ik de brug naar het product. Dat folaat waar deze reeks over ging, de actieve 5-MTHF-vorm uit het vorige artikel, zit in ScKIN Vitamin B12+. En het zit daar niet toevallig, maar precies om de reden die ik in het derde artikel beschreef: folaat en vitamine B12 werken naast elkaar op dezelfde band en horen daarom bij elkaar. Wat erin zit Eén zuigtablet per dag levert: 400 mcg folaat als 5-MTHF, onder de naam Quatrefolic. Dat is 200 procent van de dagelijkse referentie-inname, en het is de actieve vorm die geen omzetting meer nodig heeft. 20.000 mcg vitamine B12, verdeeld over twee actieve vormen: methylcobalamine en adenosylcobalamine. De eerste hoort bij methylering, de tweede werkt mee in de energiestofwisseling in de mitochondriën. 2,8 mg vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat, ofwel P5P. Ook dat is de actieve vorm. Je ziet hier een lijn in: alle drie de B-vitamines zitten erin in de vorm waarin je lichaam ze direct kan gebruiken. Dat is bewust zo gekozen. Ik zeg altijd dat het er niet om gaat wat je binnenkrijgt, maar wat er in je cel aankomt. Wat deze stoffen volgens de goedgekeurde claims doen Folaat draagt bij aan een normale bloedaanmaak.1 Folaat draagt bij aan een normale celdeling.1 Folaat draagt bij aan een normaal homocysteïnemetabolisme.1 Folaat helpt vermoeidheid te verminderen.1 Folaat draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem.1 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel.2 Vitamine B6 ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.3 Leg die lijst naast het eerste artikel en je ziet de twee grote taken terug die ik daar beschreef: het bouwen van nieuwe cellen en het draaiend houden van de methyleringsband. Over zwangerschap Voor folaat bestaat één specifieke goedgekeurde claim die met zwangerschap te maken heeft, en die mag alleen gevoerd worden bij een product dat 400 mcg per dagdosering levert. Vitamin B12+ haalt die hoeveelheid precies. De claim luidt: adequate inname van foliumzuur door de moeder verhoogt de kans op een gezond verloop van de vroege zwangerschap.4 Daarbij hoort altijd de vermelding dat dit gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 400 mcg folaat. Wat ik daarbij wil zeggen: overleg altijd met je verloskundige of huisarts over wat bij jouw situatie past. Zij kijken naar het geheel, en dat is precies zoals het hoort. Waarom een zuigtablet Dit is een vraag die ik vaak krijg en het antwoord is leuk om te weten. De tablet is bedoeld om onder je tong te laten smelten, dus sublinguaal. Het slijmvlies onder je tong is dun en rijk doorbloed. Een deel van de werkzame stof kan daar direct worden opgenomen, zonder eerst de hele route door je maag en darm af te leggen. Voor vitamine B12 is dat prettig, omdat de opname via de darm een aantal stappen vraagt die niet bij iedereen even soepel verlopen. En dan mijn belangrijkste praktische tip, waar ik altijd op hamer: niet doorslikken. Laat de tablet echt smelten. Sabbelen, sabbelen, sabbelen tot er niets meer van over is. Slik je hem in één keer door, dan gaat het voordeel van die route verloren. Neem er dus even de tijd voor. Waarom er zoveel vitamine B12 in zit Als je 20.000 mcg leest, denk je misschien: dat is wel heel veel. Dat klopt, en daar zit een gedachte achter die ik graag uitleg. De gewone route waarlangs vitamine B12 uit voeding wordt opgenomen, verloopt via een aantal stappen in je maag en je darm. Er is maagzuur nodig om B12 los te maken uit je eten, en er is een transporteiwit nodig dat je maag zelf aanmaakt om het verderop de darmwand door te helpen. Die route werkt prima, maar hij heeft een beperkte capaciteit en hij vraagt nogal wat van je vertering. Daarnaast bestaat er een tweede route: een klein deel van de B12 kan passief worden opgenomen, zonder dat transporteiwit. Die route heeft geen slot en geen sleutel nodig, maar hij is inefficiënt. Er komt maar een fractie doorheen. En dat is precies waarom er in een sublinguale formule met een ruime hoeveelheid wordt gewerkt: een fractie van veel is nog steeds een bruikbare hoeveelheid. Vitamine B12 is bovendien wateroplosbaar. Wat je lichaam op dat moment niet gebruikt, wordt via je nieren uitgescheiden. Dat is de reden dat deze vitamine ruim gedoseerd kan worden. Voor wie dit vooral interessant is Vitamine B12 komt in voeding vooral voor in dierlijke producten. Wie plantaardig of overwegend plantaardig eet, komt deze vitamine op het bord dus nauwelijks tegen. Dat is de bekendste groep, en voor hen is dit een vaste aanvulling. Daarnaast speelt leeftijd een rol. De aanmaak van maagzuur neemt bij veel mensen af naarmate ze ouder worden, en dat maakt die eerste stap van de opnameroute lastiger. Ook mensen die langdurig maagzuurremmers gebruiken lopen hier tegenaan; overleg daarover met je arts of apotheek, want zij kennen jouw situatie. En dan is er de groep waar dit artikel mee begon: wie in een levensfase zit waarin er veel nieuwe cellen gebouwd worden, gebruikt meer folaat. Vitamin B12+ is geschikt voor een plantaardig voedingspatroon. Hoe je het inneemt Eén zuigtablet per dag, en mijn voorkeur gaat uit naar de ochtend. Laat hem onder je tong smelten en drink er niet meteen overheen. Verder geldt wat ik bij alles zeg: geef het tijd. Rode bloedcellen leven ongeveer honderdtwintig dagen, dus een productielijn die soepeler gaat lopen zie je niet terug in een week. Denk in maanden, niet in dagen. Bekijk Vitamin B12+ Tot slot Wat ik je na deze vier artikelen vooral wil meegeven: je bord blijft de basis. Twee keer per week peulvruchten, dagelijks iets groens, kort bereid en op het laatste moment toegevoegd. Dat is waar folaat vandaan komt. En als je aanvult, kijk dan naar de vorm op de achterkant van de verpakking en of vitamine B12 erbij zit. Dat zijn de twee dingen die er in mijn ogen het meest toe doen. 1 Folaat (5-MTHF, 400 mcg, 200% RI) draagt bij aan een normale bloedaanmaak, aan een normale celdeling, aan een normaal homocysteinemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem, en helpt vermoeidheid te verminderen. 2 Vitamine B12 (20.000 mcg) draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel. 3 Vitamine B6 (P5P, 2,8 mg, 200% RI) ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. 4 Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 400 mcg folaat. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte, zwangerschap of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat foliumzuur in je lichaam doet Waar zit folaat in? De bronnen op je bord Foliumzuur en actief folaat (5-MTHF): waar het verschil zit

Erfahren Sie mehr
Glazen karaf water naast een stenen schaal met verse spinazie

Foliumzuur en actief folaat (5-MTHF): waar het verschil zit

◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat folaat doet en waar het in zit. Nu het onderwerp waar ik de meeste vragen over krijg, en waar in de winkelschappen ook de meeste verwarring over bestaat. Foliumzuur, folaat, 5-MTHF: wat is nu wat? Ik leg het graag uit, want als je dit eenmaal snapt, kijk je anders naar een etiket. Drie namen, drie verschillende dingen Folaat is de verzamelnaam voor de vormen zoals ze van nature in voeding voorkomen. In je spinazie, je linzen en je broccoli zit folaat. Foliumzuur is de synthetische vorm. Die komt in de natuur niet voor. Het is gemaakt in een laboratorium en wordt gebruikt in verrijkte voedingsmiddelen en in veel supplementen. Foliumzuur is stabiel en goedkoop, en dat is precies waarom het zo veel gebruikt wordt. 5-MTHF, voluit 5-methyltetrahydrofolaat, is de vorm waarin je lichaam het uiteindelijk gebruikt. Dit is het eindstation. Alles wat je binnenkrijgt moet hiernaartoe worden omgezet voordat het mee kan doen op die lopende band van methylering die ik in het eerste artikel beschreef. De weg die foliumzuur moet afleggen En hier wordt het interessant. Foliumzuur is niet actief zoals het is. Voordat je lichaam er iets mee kan, moet het een aantal omzettingen door, elk met een eigen enzym dat het werk doet. Je moet je dat voorstellen als een productiestraat met een paar stations. Bij elk station wordt er iets aan het molecuul veranderd. Aan het einde van de straat rolt 5-MTHF eruit, en dat is de vorm die je cel kan gebruiken. Het laatste station in die straat wordt bediend door een enzym met een naam die je misschien wel eens bent tegengekomen: MTHFR. Zolang alle stations soepel draaien, is er niets aan de hand. Je eet foliumzuur, het gaat door de straat, en er komt bruikbaar folaat uit. Waarom die productiestraat niet bij iedereen even vlot loopt Alleen is er iets met dat MTHFR-station. De snelheid waarmee dat enzym werkt verschilt van mens tot mens, en dat komt doordat het gen dat ervoor codeert in verschillende varianten voorkomt. Bij een deel van de bevolking werkt dat enzym gewoon wat langzamer. Dat is geen ziekte en geen defect; het is variatie, zoals mensen ook verschillen in lengte en in hoe snel ze cafeïne afbreken. Wat het wel betekent: bij die mensen verloopt de omzetting van foliumzuur naar de actieve vorm minder vlot. Ze eten of slikken foliumzuur, maar er komt aan het eind van de straat minder bruikbaar folaat uit dan je op basis van het etiket zou verwachten. Dit is precies waarom in mijn vakgebied al jaren de voorkeur uitgaat naar de actieve vorm. Als je 5-MTHF binnenkrijgt, sla je die hele productiestraat over. Het is, zoals ik het graag noem, hapklaar voor in de cel. Er hoeft niets meer mee te gebeuren. Natuurlijk folaat uit voeding zit hier tussenin Misschien vraag je je af hoe het dan zit met het folaat uit je bord. Dat is een terechte vraag. Folaat uit voeding komt binnen in vormen die dichter bij het eindstation zitten dan synthetisch foliumzuur. Het hoeft dus minder stappen te doorlopen. Daar staat tegenover dat folaat uit voeding kwetsbaarder is, zoals je in het vorige artikel las. Het lekt weg in kookwater en het kan slecht tegen langdurige hitte. Beide vormen hebben dus hun eigen aandachtspunt: bij voeding is dat de bereiding, bij de synthetische vorm is dat de omzetting. Waarom vitamine B12 in dit verhaal thuishoort Er is nog een reden waarom ik folaat nooit los bekijk, en die is belangrijk genoeg om apart te noemen. Folaat en vitamine B12 werken op die lopende band direct naast elkaar. Ze geven elkaar als het ware het stokje door bij het omzetten van homocysteïne. Als er wel volop folaat is maar het B12-station stokt, dan loopt de band alsnog vast. Vakmensen noemen dat een folaatval: het folaat komt binnen, maar het kan zijn werk niet afmaken omdat de volgende stap niet kan worden gezet. Daar komt nog iets bij. Een ruime inname van foliumzuur kan het beeld in bloedonderzoek vertroebelen, waardoor het lastiger wordt om te beoordelen hoe iemand ervoor staat met vitamine B12. Juist daarom wordt aan een goede folaatformule standaard vitamine B12 toegevoegd. Die twee horen bij elkaar, in je voeding en op je etiket. Wat je op een etiket kunt herkennen Pak eens een verpakking erbij en kijk wat er staat. Je komt drie dingen tegen: Foliumzuur, soms als "pteroylmonoglutaminezuur". Dat is de synthetische vorm, die de hele productiestraat nog door moet. 5-MTHF, soms aangeduid als methylfolaat, calcium-L-methylfolaat of onder een merknaam zoals Quatrefolic. Dat is de actieve vorm. Staat er B12 bij? Dat zegt iets over hoe goed er over de formule is nagedacht. Ik zeg altijd tegen mensen: kijk niet alleen naar het aantal microgrammen op de voorkant. Kijk naar de vorm op de achterkant. Een lager getal in een vorm die je lichaam direct kan gebruiken, kan meer opleveren dan een hoger getal dat nog een hele weg moet afleggen. De voedingsstoffen die hierbij horen Voor folaat is een aantal gezondheidsclaims officieel vastgesteld. Zo draagt folaat bij aan een normale bloedaanmaak en aan een normale celdeling.1 Folaat draagt bij aan een normaal homocysteïnemetabolisme en helpt vermoeidheid te verminderen.1 Daarnaast draagt folaat bij aan de normale werking van het immuunsysteem.1 Vitamine B12 loopt daar direct naast: vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel.2 En vitamine B6 ondersteunt eveneens de normale werking van het zenuwstelsel.3 Dat is die band waar ik het over had: drie stoffen die naast elkaar staan en elkaar het stokje doorgeven. Samengevat Folaat is de natuurlijke vorm, foliumzuur de synthetische, en 5-MTHF de vorm waarin je lichaam het daadwerkelijk gebruikt. Hoe verder een vorm al onderweg is, hoe minder je lichaam er nog aan hoeft te doen. En omdat folaat en vitamine B12 direct naast elkaar werken, horen ze in de praktijk bij elkaar. In het laatste artikel van deze reeks kijken we naar waar je bij een aanvulling op let. 1 Folaat draagt bij aan een normale bloedaanmaak, aan een normale celdeling, aan een normaal homocysteinemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem, en helpt vermoeidheid te verminderen. 2 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel. 3 Vitamine B6 ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat foliumzuur in je lichaam doet Waar zit folaat in? De bronnen op je bord Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen

Erfahren Sie mehr
Folaatrijke voeding: linzen, kikkererwten, asperges, avocado, broccoli en biet

Waar zit folaat in? De bronnen op je bord

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat folaat doet: methylvlaggetjes aanleveren en bouwstenen leveren voor nieuw DNA. Nu de praktische kant. Waar haal je het vandaan, en hoe zorg je dat het ook echt op je bord belandt? Want dat laatste is bij deze vitamine een verhaal apart. Folaat is namelijk kwetsbaar. Het lost op in water en het kan slecht tegen hitte. Je kunt dus prima een folaatrijke groente kopen en er alsnog weinig van binnenkrijgen, puur door hoe je hem klaarmaakt. Daar wil ik je vooral bewust van maken. Bladgroente, de bron waar de naam vandaan komt We beginnen bij het blad. Spinazie, boerenkool, andijvie, rucola, veldsla, romaine en verse kruiden als peterselie en koriander zijn stuk voor stuk goede bronnen. Hoe donkerder groen, hoe meer er in zit. Een handvol verse spinazie door een salade of op het laatste moment door een warm gerecht is een van de makkelijkste manieren om je dagelijkse hoeveelheid op te hogen. Let op het woord "op het laatste moment", want daar kom ik zo op terug. Peulvruchten: de stille winnaars Als ik één categorie mag aanwijzen die het meest onderschat wordt, dan zijn het peulvruchten. Linzen staan bovenaan, gevolgd door kikkererwten, zwarte bonen, kidneybonen en bruine bonen. Een portie linzen levert een flink deel van wat je op een dag gebruikt. En het mooie is dat je er meteen eiwit en vezels bij krijgt, waardoor zo'n maaltijd je ook langer verzadigd houdt. Ik zeg dan ook vaak: als je één ding aan je week toevoegt, maak het dan twee keer een peulvruchtenmaaltijd. Groenten die je misschien niet verwacht Asperges zijn een uitgesproken goede bron. Jammer genoeg maar een paar maanden per jaar vers, maar in het seizoen absoluut het benutten waard. Broccoli, spruitjes en bloemkool dragen stevig bij. Vooral broccoli is het hele jaar door beschikbaar en makkelijk. Rode biet is een mooie bron, rauw geraspt door een salade of gekookt als bijgerecht. Avocado levert folaat en bovendien goede vetten. Paprika en tomaat dragen op een bescheiden manier bij, maar omdat veel mensen ze dagelijks eten tellen ze mee. En verder Citrusvruchten, vooral sinaasappel, leveren folaat. Ook zonnebloempitten, volkoren producten en eieren dragen bij. Lever is van oudsher de allerrijkste bron; dat staat niet bij iedereen op het menu, maar het is goed om te weten. Daarnaast is in Nederland een aantal producten verrijkt, waaronder sommige ontbijtgranen en smeersels. Daar gaat het meestal om de synthetische vorm, foliumzuur, en dat is precies waar het volgende artikel over gaat. Hier gaat het vaakst mis: de bereiding Nu het deel waar je het meeste aan hebt. Folaat is wateroplosbaar en gevoelig voor hitte. Dat betekent twee dingen. Het lekt weg in het kookwater. Kook je broccoli twintig minuten in ruim water en giet je dat water weg, dan heb je een flink deel van de folaat door de gootsteen gespoeld. Dit is geen detail; het gaat om een aanzienlijk deel. Het breekt af door langdurige hitte. Hoe langer en heter, hoe minder er overblijft. Wat je daaraan doet is gelukkig simpel: Stoom in plaats van koken. Bij stomen komt de groente niet in het water te liggen, dus blijft er meer behouden. Een stoommandje in een pan met een laagje water is genoeg. Kook kort. Groente mag best een beetje beet houden. Dat is niet alleen lekkerder, het scheelt ook echt. Gebruik het kookvocht. Maak je toch soep of een stoofpot, dan blijft alles wat uit de groente lekt gewoon in het gerecht. Dat is de reden dat een groentesoep in dit opzicht zo gunstig is. Eet een deel rauw. Een salade met rauwe bladgroente, geraspte biet of wat rauwkost naast je warme maaltijd is de meest directe manier. Voeg blad op het laatst toe. Roer verse spinazie of peterselie pas door je gerecht als het vuur eraf is. De restwarmte is genoeg om het te laten slinken. Bewaren doet er ook toe Folaat gaat ook achteruit door licht, lucht en tijd. Bladgroente die een week in de koelkast heeft gelegen levert minder dan dezelfde groente van gisteren. Koop bladgroente daarom in kleinere hoeveelheden en eet het snel op. Diepvriesgroente is trouwens een prima alternatief: die wordt vlak na de oogst ingevroren, waardoor er vaak meer bewaard blijft dan in verse groente die lang onderweg is geweest. Een dag waarin folaat vanzelf meekomt Ontbijt: yoghurt met een handvol zonnebloempitten en een sinaasappel erbij. Lunch: een volkoren boterham met ei en avocado, met daarnaast een salade van rucola en veldsla. Tussendoor: een paar rauwe worteltjes of wat paprika. Avondeten: een linzenschotel met kort gestoomde broccoli, en op het laatste moment een flinke hand verse spinazie erdoor. Peterselie eroverheen. Als je die dag legt naast een dag met wit brood, vleeswaren, pasta met saus en doorgekookte groente, dan zit er een wereld van verschil tussen. Niet omdat er ergens iets bijzonders in zit, maar door de optelsom. Wie er iets meer op mag letten Er zijn situaties waarin je lichaam meer folaat vraagt of waarin de inname sneller achterblijft. Zwangerschap noemde ik al; overleg daarover met je verloskundige of huisarts. Verder vragen periodes van snelle groei er meer van, net als een voedingspatroon met weinig groente en veel bewerkte producten. Ook alcohol speelt een rol, want dat werkt de opname en het gebruik van folaat tegen. Gebruik je medicatie, dan is het goed om te weten dat sommige middelen de folaathuishouding beïnvloeden. Vraag dat na bij je apotheek of je arts; die kennen jouw situatie. Wat een gewone portie ongeveer oplevert Mensen vragen me vaak om een gevoel bij de getallen, dus laat ik het in verhoudingen zetten in plaats van in microgrammen. Een volwassene gebruikt per dag een hoeveelheid die je grofweg haalt met drie tot vier goede porties. Een flinke opscheplepel gekookte linzen is zo'n portie. Een stevige hand rauwe spinazie ook. Een half kopje gekookte kikkererwten, een portie kort gestoomde broccoli, een halve avocado of een handvol asperges tellen elk als een portie. Een sinaasappel komt daar nog eens bovenop. Zo bekeken is het heel behapbaar. Een lunchsalade met blad en een avondmaaltijd met peulvruchten en groen brengt je er al bijna. Het punt is vooral dat het elke dag moet gebeuren, want folaat sla je niet in grote hoeveelheden op zoals je dat met bijvoorbeeld vitamine D wel doet. Je lichaam wil het dagelijks aangeleverd krijgen. Samengevat Zet twee keer per week peulvruchten op tafel, eet dagelijks iets groens en bereid het kort. Stoom in plaats van koken, gebruik je kookvocht als het kan en roer je verse blad op het laatste moment door je gerecht. Dat zijn kleine handelingen die samen meer doen dan welk lijstje dan ook. In het volgende artikel gaan we naar de vraag die ik het vaakst krijg: wat is nu eigenlijk het verschil tussen foliumzuur en folaat, en waarom staat er op sommige verpakkingen 5-MTHF? Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat foliumzuur in je lichaam doet Foliumzuur en actief folaat (5-MTHF): waar het verschil zit Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen

Erfahren Sie mehr
Verse bladgroenten: spinazie, rucola, romaine en peterselie

Wat foliumzuur in je lichaam doet

◷ 6 min leestijd Foliumzuur is een van die vitamines waarvan bijna iedereen de naam kent, en waarvan tegelijk maar weinig mensen weten wat het nu eigenlijk doet. De meesten koppelen het aan zwangerschap, en dat is terecht, maar het is een fractie van het verhaal. Foliumzuur werkt elke dag, in elk lichaam, bij iedereen. Ik wil je in dit artikel meenemen in wat er echt gebeurt. En ik begin graag bij de naam, want die verklapt meer dan je denkt. De naam komt van blad Folium is Latijn voor blad. Deze vitamine is voor het eerst gevonden in bladgroente, in spinazie om precies te zijn, en daar heeft ze haar naam aan te danken. Dat is meteen een handig ezelsbruggetje voor waar je het vandaan haalt, maar daar kom ik in het volgende artikel uitgebreid op terug. In Nederland kom je deze vitamine tegen onder een paar verschillende namen, en dat is verwarrend. Vitamine B11 is de Nederlandse aanduiding, vitamine B9 is de internationale. Het gaat om dezelfde stof. En dan is er nog het verschil tussen foliumzuur en folaat, waar ik het derde artikel helemaal aan wijd, want daar zit echt iets belangrijks. Methylering: de lopende band van je lichaam Om te snappen wat folaat doet, moet ik je meenemen naar een proces dat methylering heet. Het klinkt technisch, maar het idee erachter is heel eenvoudig. Je moet je voorstellen dat je lichaam de hele dag door kleine vlaggetjes uitdeelt. Zo'n vlaggetje is een methylgroep, een piepklein stukje molecuul. Door zo'n vlaggetje ergens op te plakken, verandert je lichaam wat een stof doet. Een gen wordt aan- of uitgezet. Een hormoon wordt onschadelijk gemaakt zodat het kan worden afgevoerd. Een neurotransmitter wordt opgebouwd of juist opgeruimd. Ik vergelijk het graag met een lopende band. Aan het begin komt er materiaal binnen, onderweg krijgt het bewerkingen, en aan het eind rolt er iets af dat af is. Methylering is een van de belangrijkste bewerkingen op die band. En folaat is de stof die de vlaggetjes aanlevert. Dat maakt in één klap duidelijk waarom folaat overal opduikt. Het zit niet in één orgaan. Het zit in een proces dat overal loopt: in je lever, in je hersenen, in je bloed, in je huid. Het kruispunt dat homocysteïne heet Er is één plek op die band waar je folaat het beste in actie ziet, en dat is bij een stof die homocysteïne heet. Homocysteïne ontstaat als tussenproduct wanneer je lichaam eiwitten verwerkt. Het is een stof die niet bedoeld is om te blijven liggen; hij moet weer worden omgezet. Die omzetting terug naar methionine heet remethylering, en daar is precies zo'n methylvlaggetje voor nodig. Folaat levert het aan, vitamine B12 helpt bij de overdracht, en vitamine B6 en vitamine B2 doen mee in de omliggende stappen. Wat ik hier zo mooi aan vind: je ziet meteen dat deze vitamines niet los van elkaar werken. Ze staan met elkaar op die band. Ontbreekt er ergens een schakel, dan stokt het proces, hoeveel je van die andere ook hebt. Dat is de reden dat ik in mijn werk nooit naar één B-vitamine kijk, maar altijd naar het groepje. Nieuwe cellen bouwen De tweede grote taak van folaat is het bouwen van nieuw DNA. Elke keer als een cel zich deelt, moet het complete DNA worden gekopieerd. De bouwstenen daarvoor, de basen waar de code uit bestaat, worden gemaakt in stappen waar folaat onmisbaar bij is. Dat betekent dat folaat het hardst nodig is op de plekken waar cellen zich het snelst vernieuwen. En dat zijn er meer dan je denkt: je bloed, je darmwand, je huid, je afweer. Allemaal weefsels die zich in dagen tot weken volledig vernieuwen. Je bloed en waarom je moe kunt worden Hier komen die twee taken samen, en dit is het stuk dat het meest praktisch is. Rode bloedcellen worden continu aangemaakt in je beenmerg, en ze leven ongeveer honderdtwintig dagen. Er is dus een permanente productielijn. Die aanmaak vraagt veel celdeling, en daarmee veel folaat en vitamine B12. Als die productielijn minder soepel loopt, worden er cellen gemaakt die groter zijn dan normaal en die hun werk minder goed doen. Hun werk is zuurstof vervoeren. En daar zit de link met hoe je je voelt. Minder efficiënt zuurstoftransport merk je aan je energie. Het is geen kwestie van willen of van discipline. Het is een transportprobleem. Ik zeg vaak tegen mensen: als je energie al een tijd anders aanvoelt dan je van jezelf gewend bent, laat dan eens naar je bloed kijken bij de huisarts. Dan weet je iets, in plaats van dat je gokt. Waarom het bij zwangerschap zo vaak genoemd wordt Nu snap je waarschijnlijk zelf al waarom deze vitamine juist rond zwangerschap zoveel aandacht krijgt. In die periode worden er in hoog tempo nieuwe cellen gemaakt, en elke celdeling vraagt folaat. De behoefte ligt in die fase dan ook hoger dan normaal. Ik geef hier bewust geen advies over, want dat hoort bij je verloskundige of je huisarts. Zij kijken naar jouw situatie. Ik noem het vooral omdat het zo goed laat zien waar folaat voor dient: overal waar snel gebouwd wordt. En je hoofd Tot slot nog iets wat minder bekend is. Neurotransmitters, de stoffen waarmee je zenuwcellen met elkaar praten, worden aangemaakt en weer afgebroken in stappen waarin methylering meedoet. Serotonine en dopamine horen daarbij. Folaat en vitamine B12 zitten daar dus vlak bij in de buurt. Dat is geen reden om folaat als stemmingsmiddel te zien, zo wil ik het beslist niet neerzetten. Het laat vooral zien hoe verweven dit is. Je lichaam gebruikt dezelfde basisprocessen voor je bloed, je lever en je hoofd. Wat ik hiervan meeneem Folaat is een aanleveraar. Het zorgt dat er vlaggetjes beschikbaar zijn voor het methyleringswerk, en het levert bouwstenen voor nieuw DNA. Daarmee raakt het je bloed, je energie, je lever, je afweer en elk weefsel dat zich snel vernieuwt. In het volgende artikel gaan we naar je bord: waar zit folaat in, en waarom gaat er bij het koken zoveel van verloren? Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar zit folaat in? De bronnen op je bord Foliumzuur en actief folaat (5-MTHF): waar het verschil zit Folaat aanvullen: waarom de vorm en de combinatie tellen

Erfahren Sie mehr