ScKIN Journal
Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12
◷ 7 min leestijd Vitamine B12 is zo'n vitamine waar iedereen wel eens van gehoord heeft, maar waar veel mensen eigenlijk niet zo goed van weten wat het nou precies doet. En wat nog minder bekend is: er bestaan meerdere vormen van B12, en die vormen verschillen best wel van elkaar. In dit artikel neem ik je mee in die verschillende vormen, want als je begrijpt hoe ze van elkaar verschillen, snap je ook waarom het ene supplement iets heel anders is dan het andere. Ik doe dit vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI, waar we altijd kijken naar hoe je lichaam met een stof aan de slag gaat. Niet alleen wat je binnenkrijgt, maar wat je lichaam ermee kan. En juist bij B12 is dat een heel mooi voorbeeld, want daar zit het grote verschil. Even kort: wat is vitamine B12 eigenlijk Vitamine B12 is een in water oplosbare vitamine die je lichaam nodig heeft voor een hele reeks processen. Het speelt onder andere een rol bij je energiehuishouding, bij je zenuwen, bij de aanmaak van rode bloedcellen en bij de opbouw van je DNA. Je lichaam maakt B12 niet zelf aan, dus je bent voor je B12 afhankelijk van wat je binnenkrijgt. Van nature zit het vooral in dierlijke producten zoals vlees, vis, ei en zuivel. Tot zover is het een gewone vitamine. Maar dan komt het interessante deel, want B12 komt in verschillende chemische jasjes voor, en dat jasje bepaalt hoeveel werk je lichaam nog moet verzetten voordat het er iets mee kan. De vormen op een rij Je moet je voorstellen dat je lichaam pas echt iets aan B12 heeft op het moment dat het in de cel zit, in een vorm die daar meteen bruikbaar is. Ik noem dat altijd hapklaar voor in de cel. Sommige vormen van B12 zijn dat al vanaf het begin, en andere vormen moeten eerst nog een aantal keer omgezet worden voordat ze zover zijn. Cyanocobalamine Cyanocobalamine is de synthetische vorm. Je komt hem veel tegen in gewone multivitamines, en in een lage dosering is dat op zich prima. Er is ook veel onderzoek naar gedaan. Alleen heeft deze vorm nog vier omzettingsstappen nodig in je lichaam voordat hij bruikbaar is in de cel. Vier keer moet je lichaam er dus nog iets mee doen, en bij elk van die stappen kan het wat soepeler of wat stroever lopen, afhankelijk van hoe je lichaam ervoor staat. Hydroxocobalamine Hydroxocobalamine is wel een natuurlijke vorm, en je ziet hem vaak terug bij injecties. Deze vorm heeft nog drie omzettingsstappen nodig voordat je cel ermee aan de slag kan. Ook hier geldt weer: elke stap is een moment waarop het proces kan haperen. Methylcobalamine En dan komen we bij de vormen waar mijn eigen voorkeur naar uitgaat: de actieve vormen. Methylcobalamine is er daar een van. Deze vorm is natuurlijk en hoeft nul keer omgezet te worden. Hij is meteen hapklaar voor in de cel. Methylcobalamine is vooral belangrijk voor je DNA, voor je hersenen en voor je zenuwen. Het woord methyl zit er niet voor niets in: het verwijst naar methylering, een proces dat ik in het tweede artikel wat verder uitleg en dat in vrijwel je hele lichaam meespeelt. Voor je zenuwen gebruik ik graag het beeld van een stroomdraad. Om een stroomdraad zit altijd een rubberen omhulsel, zodat de stroom netjes op zijn plek blijft en niet alle kanten op schiet. Rondom je zenuwen zit ook zo'n beschermend laagje, de myelineschede. Methylcobalamine speelt een rol bij dat hele verhaal van zenuwoverdracht, en die vettige structuren zitten trouwens ook in je hersenen. Vandaar dat B12 wel eens de brain vitamin genoemd wordt. Adenosylcobalamine De tweede actieve vorm is adenosylcobalamine. Ook natuurlijk, ook nul omzettingsstappen, dus ook meteen bruikbaar in de cel. Waar methylcobalamine vooral in het DNA- en zenuwverhaal actief is, werkt adenosylcobalamine met name in je energiehuishouding. Het is actief in je mitochondriën, en die noem ik altijd de energiefabriekjes van je cellen. Daar wordt je energie gemaakt, en adenosylcobalamine draait daar middenin mee. Wat ik zo mooi vind aan deze twee actieve vormen samen, is dat ze elkaar aanvullen. De een zit meer op het spoor van je zenuwen en je DNA, de ander meer op het spoor van je energie. Samen dekken ze een breed veld af. Waar B12 van nature vandaan komt Voordat we naar de vorm in supplementen kijken, is het goed om te weten waar B12 van nature zit. Dat is vooral in dierlijke producten: vlees, vis, ei en zuivel. Planten bevatten er nauwelijks tot geen bruikbare B12. Dat verklaart waarom mensen die plantaardig eten er vaak bewust voor kiezen om B12 aan te vullen, want die hoek van de voeding valt bij hen simpelweg weg. Hetzelfde geldt in mindere mate naarmate we ouder worden, omdat ons lichaam de B12 uit voeding dan wat minder makkelijk oppakt. Dat is geen alarm, gewoon iets om te weten, en het maakt het extra interessant om te snappen in welke vorm je B12 dan het beste aanvult. Actief betekent: klaar voor gebruik Ik gebruik het woord actief steeds, dus laat ik het nog even scherp neerzetten. Een actieve vorm is een vorm die je lichaam niet meer hoeft te bewerken. Hij ligt als het ware al in het goede jasje klaar om zijn werk in de cel te doen. Een niet-actieve vorm is niet slecht, maar hij staat nog een paar stations van de eindstreep af. Bij methylcobalamine en adenosylcobalamine sla je die stations over. Dat is de reden dat mijn eigen voorkeur naar die twee uitgaat: niet omdat de rest niet deugt, maar omdat je met de actieve vorm minder afhankelijk bent van hoe je lichaam er die dag voor staat. Waarom dit onderscheid ertoe doet Je zou kunnen denken: B12 is B12, wat maakt het uit welke vorm er in mijn supplement zit. Maar zoals je nu ziet, zit het verschil hem in het aantal stappen dat je lichaam nog moet zetten. Een vorm met vier omzettingsstappen vraagt meer van je lichaam dan een vorm die al meteen klaarligt voor de cel. En bij ieder van die stappen speelt mee hoe jouw lichaam er op dat moment voor staat: hoe je spijsvertering loopt, of je veel op je bord hebt, of je lekker in je vel zit. In de praktijk merk ik dat dit onderscheid mensen echt helpt om bewustere keuzes te maken. Niet omdat de ene vorm per se moet, maar omdat het fijn is om te snappen wat je binnenkrijgt en wat je lichaam er nog mee moet doen. Wat je hiervan meeneemt De kern van dit eerste artikel: B12 bestaat in meerdere vormen, en die verschillen in hoeveel bewerking je lichaam nog moet uitvoeren. Cyanocobalamine en hydroxocobalamine hebben nog respectievelijk vier en drie omzettingsstappen nodig. Methylcobalamine en adenosylcobalamine zijn de actieve vormen die meteen hapklaar zijn voor in de cel, waarbij de een vooral in het zenuw- en DNA-verhaal meedraait en de ander in je energiehuishouding. In het volgende artikel ga ik dieper in op de opname: waarom die omzettingsstappen zo bepalend zijn, en wat er in je lichaam gebeurt tussen het moment dat je B12 binnenkrijgt en het moment dat je cel er iets mee kan. Lees ook Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+
Erfahren Sie mehrWaarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname
◷ 6 min leestijd In het eerste artikel zag je dat B12 in verschillende vormen bestaat, en dat die vormen verschillen in het aantal omzettingsstappen dat je lichaam nog moet zetten. In dit tweede deel gaan we een laag dieper. Want die stappen klinken misschien abstract, en ik wil je laten voelen waarom ze in de praktijk zoveel uitmaken voor wat er uiteindelijk in je cellen terechtkomt. Een stof binnenkrijgen is niet hetzelfde als hem gebruiken Dit is eigenlijk het hart van hoe wij binnen de kPNI naar voeding kijken. Wat er op het etiket staat, is wat je binnenkrijgt. Maar wat je lichaam er daadwerkelijk mee kan, is een ander verhaal. Tussen die twee zit een heel traject van omzetten, vervoeren en activeren, en op elk punt in dat traject kan het soepel of stroef lopen. Ik gebruik daar graag het beeld van een lopende band voor. Stel je een lopende band voor waar een product langskomt en bij elk station een bewerking krijgt. Loopt die band lekker door, dan komt er aan het eind een keurig eindproduct uit. Maar hapert er ergens een station, dan stokt de hele band en blijft er van alles liggen. Zo werkt het ook met de omzetting van een vitamine: elke omzettingsstap is een station, en elk station moet zijn werk kunnen doen. Waarom die omzettingsstappen kwetsbaar zijn Elke omzettingsstap in je lichaam heeft hulpstoffen nodig om te kunnen draaien. Dat zijn vaak andere vitamines en mineralen, die we cofactoren noemen. Zie een cofactor als een meewerker die nodig is om een stap uit te voeren. Is zo'n meewerker even niet goed op zijn plek, dan komt die ene stap moeizamer op gang. Nu snap je waarom het uitmaakt of een vorm nog vier stappen te gaan heeft of nul. Bij cyanocobalamine, de synthetische vorm, staan er nog vier van die stations op de band. Bij hydroxocobalamine nog drie. Elk station is een plek waar het kan haperen. Bij de actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine, is de band als het ware al doorlopen: die stof is al hapklaar voor in de cel en hoeft niet meer omgezet te worden. Daarmee ben je een stuk minder afhankelijk van of al die tussenstappen op dat moment goed lopen. En hoe soepel die band draait, verschilt echt per persoon en per periode. Spanning, hoe je spijsvertering loopt, wat er op je bord ligt, hoe je slaapt: het speelt allemaal mee in hoe vlot je lichaam die omzettingen doet. In een drukke, hectische tijd verbruik je bovendien meer van allerlei vitamines en mineralen, dus dan vraagt je lichaam ook wat meer. Dat is precies waarom een vorm die al klaarligt in zulke periodes zo prettig kan zijn: je bent dan minder afhankelijk van of net alle stations lekker meedraaien. Methylering: het proces achter de vorm Ik beloofde je in het vorige artikel wat meer uitleg over dat woord methyl in methylcobalamine, en dat wil ik hier geven, want het is echt de moeite waard. Methylering is een proces waarbij je lichaam een klein bouwsteentje, een methylgroep, aan van alles vastmaakt: aan je DNA, aan bepaalde stoffen, aan boodschapperstofjes in je hoofd. Je kunt die methylgroepjes zien als een soort schakelaars. Door zo'n groepje aan of af te koppelen, zet je lichaam bepaalde functies aan of juist uit. Dat gebeurt de hele dag door, op ontelbaar veel plekken in je lichaam, en het speelt een rol in bijna alle lichaamsfuncties. B12 is een van de stoffen die dit methyleringsproces mee mogelijk maken, samen met onder andere folaat en vitamine B6. Die drie werken vaak als een klein team samen. En dat verklaart meteen waarom je in goede supplementen niet alleen de actieve vorm van B12 tegenkomt, maar ook de actieve vormen van die andere twee. Folaat en B6 kennen ook een actieve vorm Precies hetzelfde principe van omzetting geldt namelijk voor folaat en vitamine B6. Ook die vitamines bestaan in een vorm die je lichaam eerst nog moet bewerken, en in een actieve vorm die al klaarligt. Bij folaat heet die actieve vorm 5-MTHF, ook wel de gemethyleerde vorm van folaat. Die is meteen bruikbaar, zonder dat je lichaam hem eerst hoeft om te zetten. Bij vitamine B6 is de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat, vaak afgekort tot P5P. Ook die ligt hapklaar. Kies je voor de actieve vormen van deze drie samen, dan geef je je lichaam een team dat meteen aan de slag kan, zonder eerst nog een rij omzettingsstappen te hoeven doorlopen. Het is geen alles of niets Ik wil hier wel iets belangrijks bij zeggen, want ik houd van eerlijk. Het is niet zo dat de niet-actieve vormen waardeloos zijn. Cyanocobalamine in een multivitamine doet gewoon zijn werk voor heel veel mensen, en er is veel onderzoek naar gedaan. Het punt is genuanceerder: hoe meer omzettingsstappen een vorm nog te gaan heeft, hoe meer je afhankelijk bent van of al die stappen bij jou soepel lopen. En dat kan per persoon en per periode verschillen. Voor wie daar meer zekerheid in wil, zijn de actieve vormen een prettige keuze, omdat je die tussenstappen simpelweg overslaat. Wat dit praktisch voor je keuze betekent Als je een B12 uitzoekt, loont het dus om verder te kijken dan alleen het getal op de verpakking. Een hoog aantal microgrammen zegt iets over hoeveel erin zit, maar niet in welke vorm en dus niet over hoeveel werk je lichaam er nog mee heeft. Kijk daarom op het etiket welke vorm er wordt gebruikt. Zie je methylcobalamine en adenosylcobalamine staan, dan weet je dat je de actieve vormen in handen hebt. Zie je bij folaat de aanduiding 5-MTHF en bij B6 de P5P-vorm, dan geldt hetzelfde voor die twee. Ik zeg altijd: het gaat niet om zoveel mogelijk, het gaat om zo bruikbaar mogelijk. Een vorm die je lichaam meteen kan gebruiken, heb je in verhouding minder van nodig om hetzelfde effect te bereiken, simpelweg omdat er onderweg niets verloren gaat aan omzetting. Dat is een prettiger uitgangspunt dan een grote hoeveelheid van een vorm die nog een hele band moet doorlopen. Wat je hiervan meeneemt Een stof binnenkrijgen en een stof kunnen gebruiken zijn twee verschillende dingen. Tussen die twee zit een lopende band van omzettingsstappen, en elke stap heeft cofactoren nodig om te draaien. Hoe minder stappen een vorm nog te gaan heeft, hoe minder er onderweg kan haperen. De actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine voor B12, plus 5-MTHF voor folaat en P5P voor B6, zijn al hapklaar voor in de cel. In het laatste inhoudelijke artikel van deze reeks kijken we naar de route zelf: hoe B12 je lichaam binnenkomt, en waarom het nogal uitmaakt of dat via je spijsvertering gaat, via een zuigtablet onder je tong, of via een injectie. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+
Erfahren Sie mehrDe B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+
◷ 6 min leestijd In deze reeks hebben we een mooie route afgelegd. In het eerste artikel keken we naar de verschillende vormen van B12 en het verschil tussen de niet-actieve en de actieve vormen. In het tweede zag je waarom die omzettingsstappen zo bepalend zijn, en hoe methylcobalamine, adenosylcobalamine, folaat en B6 samen een team vormen. In het derde artikel liepen we de routes langs waarlangs B12 je lichaam bereikt. In dit laatste deel breng ik alles samen en laat ik zien hoe wij deze inzichten bij ScKIN hebben vertaald naar een eigen B12. Kort samengevat wat we hebben gezien De vorm van B12 bepaalt hoeveel werk je lichaam nog moet verzetten. De synthetische vorm heeft nog vier omzettingsstappen te gaan, hydroxocobalamine nog drie. De twee actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine, zijn meteen hapklaar voor in de cel: de een draait vooral mee in het zenuw- en DNA-verhaal, de ander in je energiehuishouding. En de manier van innemen maakt uit: een zuigtablet onder de tong omzeilt een groot deel van de spijsvertering. Als je die twee dingen combineert, de actieve vorm en de opname via het mondslijmvlies, dan sla je een hoop tussenstappen in één keer over. En dat is precies het idee achter onze eigen B12. ScKIN Vitamin B12+ Onze Vitamin B12+ combineert de twee actieve B12-vormen die in deze reeks steeds terugkwamen: methylcobalamine en adenosylcobalamine, samen goed voor 20.000 mcg per dagdosering. Beide vormen liggen hapklaar voor in de cel, zonder dat je lichaam ze eerst hoeft om te zetten. Daarnaast hebben we bewust ook de andere twee teamleden in de actieve vorm toegevoegd. Folaat zit erin als 5-MTHF, de direct bruikbare vorm, met 400 mcg per dagdosering. En vitamine B6 zit erin als pyridoxaal-5-fosfaat, de P5P-vorm, met 2,8 mg. Zo krijg je het hele team in de vorm die meteen aan de slag kan. Aangevuld met zwarte bessen extract, als onderdeel van de complete formule. En het formaat is een zuigtablet, precies om de reden die je in het derde artikel las. Je laat hem smelten onder je tong, zodat de opname via je mondslijmvlies verloopt en een groot deel van de spijsvertering wordt omzeild. Denk aan die tip: sabbelen, sabbelen, sabbelen, totdat er niets meer van over is, en niet doorslikken. Zuiver en plantaardig Nog iets waar we bewust op hebben gelet: de zuiverheid. Er zijn best veel zuigtabletten die suiker bevatten om ze lekker weg te laten smelten, soms zelfs als er zonder suiker op de verpakking staat, dus het loont altijd om het etiket goed te lezen. Onze Vitamin B12+ is suikervrij en helemaal plantaardig. Dat laatste is fijn om te weten voor wie plantaardig eet, want juist bij die manier van eten valt de natuurlijke B12 uit dierlijke producten weg en kan een zuivere, vegan aanvulling prettig zijn. De frisse smaak komt van kersenaroma en het zwarte bessen extract, zonder dat daar suiker voor nodig is. Waar deze vitamines aan bijdragen Nu de vorm en de route helder zijn, is het goed om te benoemen waar de vitamines in deze formule aan bijdragen. Deze bijdragen horen bij de stoffen zelf, dus bij vitamine B12, folaat en vitamine B6. Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel.1 Vitamine B12 draagt daarnaast bij tot een normale psychologische functie en is goed voor het concentratievermogen.1 Ook draagt vitamine B12 bij tot een normale vorming van rode bloedcellen en tot de normale werking van het immuunsysteem.1 Folaat draagt bij aan een normale celdeling en helpt vermoeidheid te verminderen.2 En vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.3 Zo zie je dat de drie teamleden elkaar ook in hun bijdragen mooi aanvullen, rond dezelfde thema's: energie, zenuwen en een heldere geest. Bekijk Vitamin B12+ Voor wie dit prettig kan zijn Ik krijg vaak de vraag voor wie zo'n B12 nou fijn is. In de praktijk zie ik dat het aansluit bij mensen die plantaardig eten, omdat B12 van nature vooral in dierlijke producten zit. Ook mensen die wat ouder worden noem ik hier bewust, want de maagzuurproductie neemt met de jaren vanzelf wat af, waardoor de opname via de spijsvertering wat minder vlot verloopt. En verder is het gewoon prettig voor iedereen die zeker wil weten dat wat er binnenkomt ook meteen bruikbaar is. Geen van die groepen heeft iets bijzonders nodig, het is vooral fijn om te weten in welke situaties de actieve vorm en de sublinguale route hun voordeel laten zien. Praktisch in gebruik Je neemt een keer per dag een zuigtablet en laat die smelten onder je tong. Voor kinderen of bij een lichtere behoefte kun je de tablet breken en een halve of een kwart nemen, want de dosering leent zich daar goed voor. Zo doe je met een verpakking ook langer, wat prettig meegenomen is. En zoals bij elke route: drink er de dag door voldoende water bij, zes tot acht glazen is een prettige gewoonte. Zie deze B12 als een brede basis onder je dag, in de vorm die meteen bruikbaar is en via de route die een groot deel van de spijsvertering omzeilt. Geen vervanging van goede voeding, wel een manier om die basis breed te houden. Tot slot Als je een ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: bij B12 gaat het niet alleen om hoeveel er in zit, maar vooral om in welke vorm en via welke route. Snap je dat verschil, dan kun je veel bewuster kiezen wat bij jou past. En kom je er zelf niet helemaal uit, vraag dan gerust advies, we denken graag met je mee. 1 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid, tot de normale werking van het zenuwstelsel, tot een normale psychologische functie, is goed voor het concentratievermogen, draagt bij tot een normale vorming van rode bloedcellen en tot de normale werking van het immuunsysteem. Vitamine B12 (20.000 mcg totaal) per dagdosering. 2 Folaat draagt bij aan een normale celdeling en helpt vermoeidheid te verminderen. Folaat als 5-MTHF (400 mcg, 200% RI) per dagdosering. 3 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg, 200% RI) per dagdosering. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Niet geschikt voor kinderen tot en met 3 jaar. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt
Erfahren Sie mehrZuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar de vormen van B12 en naar de omzettingsstappen die je lichaam moet zetten voordat het er iets mee kan. In dit derde deel gaat het over de route: hoe komt B12 eigenlijk je lichaam binnen, en waarom maakt het zoveel uit of dat via je spijsvertering gaat, onder je tong smelt, of via een injectie binnenkomt. Elke route heeft zijn eigen verhaal, met voordelen en aandachtspunten. De klassieke route: via de spijsvertering Als je B12 uit je voeding haalt, of als je een gewone capsule of tablet doorslikt, dan legt die B12 een flinke reis af. Het gaat via je slokdarm naar je maag, van je maag naar je darmen, en pas daarna, als alles goed gaat, komt het in je bloedbaan terecht en uiteindelijk in je cel. Onderweg gebeurt er van alles. In je maag heb je bijvoorbeeld een stofje nodig dat intrinsic factor heet. Dat werkt een beetje als een transportwagentje: het koppelt zich aan de B12 en neemt hem mee op reis richting je darmen, waar hij op de juiste plek weer wordt losgelaten. Voor dat hele proces heb je goed maagzuur nodig. Je maagzuur moet echt zuur genoeg zijn, met een pH rond de twee, anders komt dat transportsysteem moeizamer op gang. En daar zit nou net de kwetsbaarheid, want er zijn allerlei alledaagse dingen die maken dat je maagzuur wat minder op sterkte is. Denk aan het gebruik van maagzuurremmers, aan drukte en spanning, of gewoon aan ouder worden, want naarmate we ouder worden neemt onze maagzuurproductie vanzelf wat af. Ook als je darmen niet helemaal in balans zijn, kan de opname stroever lopen. Het gevolg is dat er via deze route vaak maar een klein deel van de B12 daadwerkelijk wordt opgenomen. Er speelt nog iets mee. Sommige medicijnen kunnen de opname van B12 beïnvloeden, en ook bepaalde ingrepen aan de maag horen daarbij. Ik noem dit niet om je bezorgd te maken, maar om te laten zien hoeveel schakels er meedoen op deze route. Juist omdat het er zoveel zijn, is het zo interessant dat er ook routes bestaan die een deel van dat traject overslaan. Daar kijken we hierna naar. De route onder de tong: de zuigtablet Nu wordt het interessant, want er is een manier om een groot deel van die reis over te slaan: de zuigtablet, ook wel sublinguaal genoemd. Bij een zuigtablet laat je de tablet langzaam smelten onder je tong, zodat de B12 wordt opgenomen via je mondslijmvlies. Van daaruit komt hij vrij direct in je bloedbaan, zonder eerst die hele tocht door maag en darmen te maken. Belangrijk daarbij, en dit is een tip die ik echt aan iedereen meegeef: je moet zo'n zuigtablet niet doorslikken. Dat gaat automatisch als je niet oplet, en dan stuur je de B12 alsnog de lange route op. De bedoeling is dat je hem laat smelten. Ik zeg altijd: sabbelen, sabbelen, sabbelen, totdat er niets meer van over is. Zo geef je je mondslijmvlies de tijd om het op te nemen. Combineer je die opname via het mondslijmvlies met een actieve vorm van B12, dan slaat je lichaam twee soorten werk tegelijk over. Je omzeilt een groot deel van de spijsvertering, en de B12 hoeft ook niet meer omgezet te worden omdat hij al hapklaar is voor in de cel. Dat maakt de zuigtablet een prettige, praktische vorm, zeker voor mensen bij wie de opname via de maag of darmen wat lastiger loopt. De directe route: de injectie Dan de injectie, die je via de huisarts of een andere zorgverlener krijgt. Een injectie brengt de B12 rechtstreeks in je lichaam, dus ook die omzeilt de spijsvertering. Er zitten wel een paar aandachtspunten aan. Bij injecties wordt vaak hydroxocobalamine gebruikt, en dat is, zoals je in het eerste artikel las, een vorm die nog drie omzettingsstappen nodig heeft voordat hij bruikbaar is in de cel. Er bestaan ook injecties met methylcobalamine, die dan wel al in de actieve vorm zit. Verder zitten er in de ampullen van een injectie doorgaans wat toevoegingen, onder andere om het geheel houdbaar te maken. En je bent voor elke prik afhankelijk van een afspraak bij je zorgverlener, wat tijd en planning vraagt. Wat ik daarnaast in de praktijk terugzie, is dat een injectie een vrij grote hoeveelheid in één keer geeft. Sommige mensen voelen zich daar na zo'n prik heel opgejaagd door, terwijl ze op een ander moment juist wat vlak aanvoelen. Dat wisselende ritme van hoog en laag hoort een beetje bij de manier waarop een injectie werkt. Zuigtablet of injectie: hoe kies je Er is geen route die voor iedereen de beste is, en dat is precies waarom ik het fijn vind om de verschillen naast elkaar te zetten. Wat ik zelf prettig vind aan een zuigtablet, is dat je een constante inname hebt van een vaste hoeveelheid, elke dag hetzelfde, gewoon thuis. Je hoeft niets door te slikken, het smelt weg onder je tong, en het komt vrij direct in je bloedbaan. Voor wie liever niet steeds naar een zorgverlener gaat, is dat een groot pluspunt. De injectie heeft dan weer als voordeel dat hij rechtstreeks binnenkomt en in bepaalde situaties, bijvoorbeeld op medisch advies, juist de aangewezen weg is. Het een sluit het ander ook niet uit. Waar het mij om gaat, is dat je begrijpt wat er bij elke route gebeurt, zodat je samen met een deskundige een keuze kunt maken die bij jou past. Nog een praktisch punt dat voor elke route geldt: drink voldoende. Zes tot acht glazen water per dag is sowieso een goede gewoonte, en het helpt je lichaam om alles rustig zijn werk te laten doen. Wat je hiervan meeneemt De route waarlangs B12 je lichaam bereikt, maakt echt uit. Via de spijsvertering is het een lange reis met veel afhankelijkheden, van intrinsic factor tot maagzuur. De zuigtablet omzeilt een groot deel van die reis via je mondslijmvlies, zeker in combinatie met een actieve vorm. De injectie brengt B12 rechtstreeks binnen, met eigen voor- en nadelen en altijd via een zorgverlener. In het laatste artikel van deze reeks breng ik alles samen, en laat ik zien hoe wij bij ScKIN deze inzichten hebben vertaald naar onze eigen B12. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+
Erfahren Sie mehr


