Zum Inhalt springen

Back to School- doe de gratis Quiz

Mit „Ausgezeichnet“ bewertet | Rezensionen lesen

Der ScKIN Club: Jetzt beitreten + 25 Punkte

Bestellung vor 12:00 Uhr, Lieferung am nächsten Werktag*

Kostenloser Versand ab 50 EUR (NL)

Vitamine B12 opname

Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname

◷ 6 min leestijd

In het eerste artikel zag je dat B12 in verschillende vormen bestaat, en dat die vormen verschillen in het aantal omzettingsstappen dat je lichaam nog moet zetten. In dit tweede deel gaan we een laag dieper. Want die stappen klinken misschien abstract, en ik wil je laten voelen waarom ze in de praktijk zoveel uitmaken voor wat er uiteindelijk in je cellen terechtkomt.

Een stof binnenkrijgen is niet hetzelfde als hem gebruiken

Dit is eigenlijk het hart van hoe wij binnen de kPNI naar voeding kijken. Wat er op het etiket staat, is wat je binnenkrijgt. Maar wat je lichaam er daadwerkelijk mee kan, is een ander verhaal. Tussen die twee zit een heel traject van omzetten, vervoeren en activeren, en op elk punt in dat traject kan het soepel of stroef lopen.

Ik gebruik daar graag het beeld van een lopende band voor. Stel je een lopende band voor waar een product langskomt en bij elk station een bewerking krijgt. Loopt die band lekker door, dan komt er aan het eind een keurig eindproduct uit. Maar hapert er ergens een station, dan stokt de hele band en blijft er van alles liggen. Zo werkt het ook met de omzetting van een vitamine: elke omzettingsstap is een station, en elk station moet zijn werk kunnen doen.

Waarom die omzettingsstappen kwetsbaar zijn

Elke omzettingsstap in je lichaam heeft hulpstoffen nodig om te kunnen draaien. Dat zijn vaak andere vitamines en mineralen, die we cofactoren noemen. Zie een cofactor als een meewerker die nodig is om een stap uit te voeren. Is zo'n meewerker even niet goed op zijn plek, dan komt die ene stap moeizamer op gang.

Nu snap je waarom het uitmaakt of een vorm nog vier stappen te gaan heeft of nul. Bij cyanocobalamine, de synthetische vorm, staan er nog vier van die stations op de band. Bij hydroxocobalamine nog drie. Elk station is een plek waar het kan haperen. Bij de actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine, is de band als het ware al doorlopen: die stof is al hapklaar voor in de cel en hoeft niet meer omgezet te worden. Daarmee ben je een stuk minder afhankelijk van of al die tussenstappen op dat moment goed lopen.

En hoe soepel die band draait, verschilt echt per persoon en per periode. Spanning, hoe je spijsvertering loopt, wat er op je bord ligt, hoe je slaapt: het speelt allemaal mee in hoe vlot je lichaam die omzettingen doet. In een drukke, hectische tijd verbruik je bovendien meer van allerlei vitamines en mineralen, dus dan vraagt je lichaam ook wat meer. Dat is precies waarom een vorm die al klaarligt in zulke periodes zo prettig kan zijn: je bent dan minder afhankelijk van of net alle stations lekker meedraaien.

Methylering: het proces achter de vorm

Ik beloofde je in het vorige artikel wat meer uitleg over dat woord methyl in methylcobalamine, en dat wil ik hier geven, want het is echt de moeite waard. Methylering is een proces waarbij je lichaam een klein bouwsteentje, een methylgroep, aan van alles vastmaakt: aan je DNA, aan bepaalde stoffen, aan boodschapperstofjes in je hoofd. Je kunt die methylgroepjes zien als een soort schakelaars. Door zo'n groepje aan of af te koppelen, zet je lichaam bepaalde functies aan of juist uit.

Dat gebeurt de hele dag door, op ontelbaar veel plekken in je lichaam, en het speelt een rol in bijna alle lichaamsfuncties. B12 is een van de stoffen die dit methyleringsproces mee mogelijk maken, samen met onder andere folaat en vitamine B6. Die drie werken vaak als een klein team samen. En dat verklaart meteen waarom je in goede supplementen niet alleen de actieve vorm van B12 tegenkomt, maar ook de actieve vormen van die andere twee.

Folaat en B6 kennen ook een actieve vorm

Precies hetzelfde principe van omzetting geldt namelijk voor folaat en vitamine B6. Ook die vitamines bestaan in een vorm die je lichaam eerst nog moet bewerken, en in een actieve vorm die al klaarligt.

Bij folaat heet die actieve vorm 5-MTHF, ook wel de gemethyleerde vorm van folaat. Die is meteen bruikbaar, zonder dat je lichaam hem eerst hoeft om te zetten. Bij vitamine B6 is de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat, vaak afgekort tot P5P. Ook die ligt hapklaar. Kies je voor de actieve vormen van deze drie samen, dan geef je je lichaam een team dat meteen aan de slag kan, zonder eerst nog een rij omzettingsstappen te hoeven doorlopen.

Het is geen alles of niets

Ik wil hier wel iets belangrijks bij zeggen, want ik houd van eerlijk. Het is niet zo dat de niet-actieve vormen waardeloos zijn. Cyanocobalamine in een multivitamine doet gewoon zijn werk voor heel veel mensen, en er is veel onderzoek naar gedaan. Het punt is genuanceerder: hoe meer omzettingsstappen een vorm nog te gaan heeft, hoe meer je afhankelijk bent van of al die stappen bij jou soepel lopen. En dat kan per persoon en per periode verschillen. Voor wie daar meer zekerheid in wil, zijn de actieve vormen een prettige keuze, omdat je die tussenstappen simpelweg overslaat.

Wat dit praktisch voor je keuze betekent

Als je een B12 uitzoekt, loont het dus om verder te kijken dan alleen het getal op de verpakking. Een hoog aantal microgrammen zegt iets over hoeveel erin zit, maar niet in welke vorm en dus niet over hoeveel werk je lichaam er nog mee heeft. Kijk daarom op het etiket welke vorm er wordt gebruikt. Zie je methylcobalamine en adenosylcobalamine staan, dan weet je dat je de actieve vormen in handen hebt. Zie je bij folaat de aanduiding 5-MTHF en bij B6 de P5P-vorm, dan geldt hetzelfde voor die twee.

Ik zeg altijd: het gaat niet om zoveel mogelijk, het gaat om zo bruikbaar mogelijk. Een vorm die je lichaam meteen kan gebruiken, heb je in verhouding minder van nodig om hetzelfde effect te bereiken, simpelweg omdat er onderweg niets verloren gaat aan omzetting. Dat is een prettiger uitgangspunt dan een grote hoeveelheid van een vorm die nog een hele band moet doorlopen.

Wat je hiervan meeneemt

Een stof binnenkrijgen en een stof kunnen gebruiken zijn twee verschillende dingen. Tussen die twee zit een lopende band van omzettingsstappen, en elke stap heeft cofactoren nodig om te draaien. Hoe minder stappen een vorm nog te gaan heeft, hoe minder er onderweg kan haperen. De actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine voor B12, plus 5-MTHF voor folaat en P5P voor B6, zijn al hapklaar voor in de cel.

In het laatste inhoudelijke artikel van deze reeks kijken we naar de route zelf: hoe B12 je lichaam binnenkomt, en waarom het nogal uitmaakt of dat via je spijsvertering gaat, via een zuigtablet onder je tong, of via een injectie.

Lees ook

Vorherigen Post Nächster Beitrag