ScKIN Journal
De diepere laag achter vegetarisch eten, volgens de kPNI
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat vegetarisch eten voor je lichaam betekent en hoe je er praktisch mee omgaat. Nu duiken we een laag dieper, want dit is waar mijn vak, de kPNI, echt over gaat: niet naar losse stukjes kijken, maar naar hoe alles in je lichaam met elkaar samenwerkt. En als je snapt wat er onder de motorkap gebeurt, begrijp je ook waarom juist vitamine B12 zo'n bijzondere rol speelt. Je lichaam draait op kleine schakelaars Laat ik beginnen met een van de mooiste processen in je lichaam, dat de meeste mensen nog nooit bij naam hebben gehoord: de methylering. Klinkt ingewikkeld, maar het idee is eigenlijk heel simpel. Je moet je voorstellen dat je lichaam de hele dag door piepkleine schakelaartjes aan- en uitzet. Met zo'n schakelaar activeert je lichaam een proces, of zet het er juist eentje stil. Dat aan- en uitzetten gebeurt door het aanhangen of loshalen van een heel klein bouwsteentje, en dat noemen we methylering. Dit gaat over van alles: het aflezen van je DNA, het aanmaken en opruimen van je boodschapperstoffen in je brein, en het opruimen van stoffen die je lichaam wil afvoeren. Kortom, methylering speelt mee in vrijwel alles wat je lichaam doet. En om die schakelaars goed te laten werken, heeft je lichaam een paar vaste meewerkers nodig. Vitamine B12 is er daar één van, samen met folaat, vitamine B6 en vitamine B2. In de kPNI noemen we die meewerkers cofactoren: stoffen die zelf niet het werk zijn, maar zonder wie het werk niet gedaan kan worden. De twee gezichten van B12 Wat ik zo interessant vind aan B12, is dat hij eigenlijk twee gezichten heeft, twee actieve vormen die elk hun eigen werk doen. En allebei die vormen zitten in het lichaam op een andere plek te werken. De ene vorm werkt vooral in het deel van de cel waar je energie wordt gemaakt, in wat ik altijd liefkozend de energiefabriekjes van je cellen noem, de mitochondriën. Daar draait de hele dag een soort verbrandingsproces waarin je voeding wordt omgezet in bruikbare energie. B12 werkt in dat proces mee als cofactor. En daarom zeg ik altijd: dit is geen kortstondige oppepper die je even omhoog jaagt en daarna weer laat vallen. Het is meewerken aan je energie op de lange termijn, van binnenuit, op de plek waar je energie écht gemaakt wordt. De andere vorm werkt vooral in de rest van de cel en is nauw betrokken bij je zenuwstelsel, je brein en je boodschapperstoffen. En hier komt een van mijn favoriete beelden om de hoek. Je zenuwen kun je een beetje vergelijken met een stroomdraad, en om die draad heen zit een soort beschermend rubberen omhulsel, zodat het signaal netjes en snel doorkomt. B12 speelt een rol bij het onderhoud van dat omhulsel. Werkt dat goed, dan lopen je zenuwsignalen soepel. Je snapt dan meteen waarom deze vitamine zo verbonden is met hoe helder en veerkrachtig je je voelt. Het opruimverhaal van homocysteïne Dan is er nog een proces dat mooi laat zien hoe die B-vitaminen samenwerken. Bij de omzetting van eiwitten ontstaat er in je lichaam een tussenstof met de naam homocysteïne. Dat is een stof die je lichaam weer netjes wil omzetten naar iets bruikbaars. En laat dat nou precies zo'n klusje zijn waarbij vitamine B12, folaat en vitamine B6 de handen ineenslaan. Samen zorgen ze ervoor dat die tussenstof weer wordt omgezet, zodat alles blijft doorstromen. Je ziet hier prachtig terug waarom ik altijd zeg dat je nooit naar één losse vitamine moet kijken, maar naar het team. Waarom dit bij plantaardig eten extra speelt Nu je weet waar B12 allemaal aan meewerkt, snap je ook waarom het bij een plantaardig patroon een stof is om bewust mee om te gaan. B12 komt namelijk vrijwel alleen uit dierlijke voeding, en bovendien is de opname ervan een verrassend ingewikkeld verhaal. Je maag, je darmen en een aantal transportstofjes moeten allemaal netjes hun werk doen voordat die B12 uiteindelijk in je cel belandt. Er zitten dus best wel wat schakels in die keten, en bij ieder van ons loopt dat net weer een tikje anders. Daarbij komt dat je lichaam B12 opslaat in de lever, in een voorraad die een hele tijd meegaat. Fijn, maar het betekent ook dat je niet meteen merkt als je er structureel minder van binnenkrijgt. Precies daarom is het zo prettig om er aan de voorkant bewust voor te zorgen, in plaats van pas achteraf te kijken. Folaat, de trouwe partner Ik wil folaat hier ook even noemen, want die hoort echt in dit rijtje thuis. Folaat is de actieve, direct bruikbare vorm van foliumzuur, en het werkt zij aan zij met B12 in datzelfde methyleringsverhaal en bij het opruimen van homocysteïne. Folaat haal je gelukkig goed uit plantaardige voeding, denk aan donkere bladgroente, peulvruchten en volle granen. De naam zegt het eigenlijk al: folaat komt van het Latijnse woord voor blad. Toch is het fijn om te weten dat B12 en folaat elkaar nodig hebben, want dat verklaart waarom ze in een goede formule vaak samen zitten. En dan is er nog een derde teamlid dat ik niet onbenoemd wil laten: vitamine B6. Die maakt dit rijtje eigenlijk pas compleet. B6 is namelijk ook betrokken bij dat opruimwerk rond homocysteïne, en daarnaast speelt hij een rol bij je zenuwstelsel, net als B12. Je ziet dus een klein hecht clubje ontstaan: B12, folaat en B6, die op precies dezelfde plekken in je lichaam samen aan het werk zijn. Dat is voor mij het hart van hoe de kPNI naar voeding kijkt. Je lichaam werkt nooit met één losse stof, maar altijd met een samenspel, en het mooiste resultaat krijg je als dat hele team er is. Waar dit naartoe gaat Als je één ding meeneemt uit dit artikel, laat het dan dit zijn: vitamine B12 is geen los knopje dat je even omzet, maar een meewerker die op meerdere plekken tegelijk het verschil maakt. In je energiefabriekjes, in je zenuwstelsel en in dat fijne opruimwerk van je lichaam. En omdat hij vooral uit dierlijke voeding komt, is het bij een plantaardig patroon precies de stof om bewust te regelen. In het laatste artikel van deze reeks maak ik het concreet. Dan laat ik je zien hoe je die B12, samen met zijn vaste partners folaat en B6, praktisch en gericht binnenhaalt. Lees ook Vegetarisch eten: wat het vraagt van je lichaam Waarom rust, ritme en voeding zo'n rol spelen bij vegetarisch eten Hoe je je lichaam gericht ondersteunt bij vegetarisch eten Zeker als je plantaardig eet, is een goede vitamine B12 belangrijk. Bekijk Vitamin B12+ van ScKIN.
Erfahren Sie mehrWaarom rust, ritme en voeding zo'n rol spelen bij vegetarisch eten
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat vegetarisch eten voor je lichaam betekent: veel wat het prettig vindt, en een paar voedingsstoffen waar je wat bewuster mee omgaat. Nu het praktische deel, want daar heb je in je dagelijkse leven het meest aan. Ik geloof namelijk niet zo in ingewikkelde schema's. Ik geloof in een paar goede gewoontes die je volhoudt. Hieronder loop ik langs de dingen die in mijn ervaring het meeste verschil maken. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk op te pakken, begin met twee of drie en houd die een paar weken vast. 1. Eet gevarieerd en kijk naar kleur Dit is de basis onder alles. Als je minder of geen vlees eet, wordt variatie nog belangrijker, want je haalt je bouwstoffen uit een breder palet aan producten. Een mooie en simpele manier om dat te doen is op kleur letten. Groen, rood, oranje, paars, geel: hoe meer kleuren er in de loop van een week over je bord gaan, hoe breder het aanbod aan voedingsstoffen. Je hoeft dan niet met lijstjes te werken, je laat de kleur het werk doen. 2. Zet bij elke maaltijd een eiwitbron neer Eiwit is voor veel vegetariërs het onderdeel dat er ongemerkt bij inschiet. Toch is het juist zo belangrijk, want je lichaam gebruikt eiwit voor van alles: je spieren, je huid, je haar en talloze processen van binnenuit. Plantaardige eiwitbronnen zijn er genoeg: peulvruchten zoals linzen, kikkererwten en bonen, maar ook tofu, tempeh, noten, zaden en volle granen. Een handige gewoonte is om peulvruchten en granen in de loop van de dag te combineren, bijvoorbeeld linzen bij je rijst of hummus op je volkorenbrood. Samen leveren ze een completer eiwit dan apart. 3. Combineer ijzer met vitamine C Dit is echt zo'n tip die klein lijkt maar veel doet. IJzer uit plantaardige bronnen neemt je lichaam wat minder makkelijk op dan ijzer uit vlees. Vitamine C helpt daar enorm bij. Dus knijp een beetje citroen over je spinazie, eet een stukje paprika bij je linzenschotel, of neem een sinaasappel na de maaltijd. Wat je juist beter even apart houdt van je ijzerrijke maaltijd zijn koffie en thee, want die remmen de opname wat af. Drink die dus liever tussen de maaltijden door. 4. Wees bewust met vitamine B12 Zoals we in het vorige artikel zagen, zit vitamine B12 vrijwel alleen in dierlijke producten. Eet je vegetarisch met zuivel en eieren, dan haal je daar een deel uit. Eet je volledig plantaardig, dan is dit de stof om echt bewust mee om te gaan. B12 speelt namelijk een rol in je energie en je zenuwstelsel, en het is prettig om daar aan de voorkant goed voor te zorgen in plaats van het op zijn beloop te laten. In het laatste artikel van deze reeks ga ik hier praktisch dieper op in. 5. Denk aan de goede vetten De essentiële vetzuren, de omega 3-vetten, kan je lichaam niet zelf aanmaken. Eet je geen vis, kijk dan naar plantaardige bronnen: een lepel lijnzaad door je yoghurt of havermout, een handje walnoten als tussendoortje, en algenolie als je gerichter wilt aanvullen. Zo houd je dit stukje gewoon op orde. 6. Houd je bloedsuiker stabiel Nu iets over ritme, want wánneer en hóé je eet doet net zo goed mee als wát je eet. Een maaltijd van alleen snelle koolhydraten, denk aan wit brood of een zoet ontbijt, geeft je een piek en daarna een dip. En in die dip grijp je makkelijk weer naar iets snels. Combineer je koolhydraten steeds met wat eiwit en vezels, dan blijft je energie veel gelijkmatiger. Havermout met noten en zaden, volkorenbrood met hummus en een ei, een stuk fruit samen met een handje amandelen. Je hele lijf vaart er wel bij, en je hoofd ook. 7. Eet met enige regelmaat Je lichaam houdt van voorspelbaarheid. Als je op ongeveer vaste tijden eet, weet je systeem waar het aan toe is en hoeft het niet steeds bij te sturen. Sla je maaltijden vaak over en eet je dan 's avonds ineens veel, dan vraag je best wel wat van je vertering. Drie rustige eetmomenten op de dag, met eventueel iets kleins ertussen, werkt voor de meeste vrouwen prettiger dan de hele dag door snaaien. 8. Geef je rust en je slaap echt aandacht Ik zet dit bewust bij de voeding-tips, want ze horen bij elkaar. In je slaap herstelt je lichaam en ruimt het op. Slaap je structureel kort of onrustig, dan krijgt dat herstel minder ruimte, en dan merk je overdag dat je minder veerkracht hebt. Probeer rond dezelfde tijd naar bed te gaan en op te staan, ook in het weekend. En bouw ergens op de dag een moment in waarop je echt even niks hoeft: een korte wandeling zonder telefoon, een paar minuten rustig ademhalen. Regelmaat werkt daarbij beter dan lengte. 9. Drink verspreid over de dag Simpel, en toch vergeten veel mensen het. Een fles water op je bureau en een glas bij elke maaltijd is een van de makkelijkste basisgewoontes die je jezelf kunt aanleren. Water helpt je lichaam bij vrijwel alles, van je vertering tot je concentratie. En het scheelt echt of je verspreid over de dag kleine beetjes drinkt of pas 's avonds ineens veel. Je lichaam kan gelijkmatige teugjes gewoon prettiger verwerken. Hoe je dit volhoudt Kies uit dit rijtje twee of drie dingen die voor jou het makkelijkst voelen, en houd die een paar weken vast voordat je iets nieuws toevoegt. Zo bouw je rustig een patroon op dat blijft hangen, in plaats van dat je alles tegelijk verandert en het na een week weer loslaat. Vegetarisch eten wordt op die manier vanzelf iets waar je je goed bij voelt. In het volgende artikel gaan we een laag dieper. Dan laat ik je vanuit de kPNI zien wat er precies in je lichaam gebeurt, en waarom juist die ene vitamine, B12, zo'n sleutelrol speelt in je energie en je zenuwstelsel. Als je dat begrijpt, wordt het namelijk een stuk logischer waaróm je er bewust mee omgaat. Lees ook Vegetarisch eten: wat het vraagt van je lichaam De diepere laag achter vegetarisch eten, volgens de kPNI Hoe je je lichaam gericht ondersteunt bij vegetarisch eten
Erfahren Sie mehrVegetarisch eten: wat het vraagt van je lichaam
◷ 6 min leestijd Nou, je ziet het overal om je heen, en misschien doe je zelf ook al mee. Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om minder vlees te eten, of helemaal geen vlees meer. De ene doet het voor de dieren, de ander voor het milieu, en weer een ander merkt gewoon dat ze zich lichter voelt als er meer groente en peulvruchten op haar bord liggen. Ik vind dat eigenlijk een hele mooie beweging, en er is best wel wat voor te zeggen. Want als ik het vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI bekijk, dan zit er in het minderen met vlees veel wat je lichaam prettig vindt. Tegelijk is er één ding dat het waard is om te weten, juist omdat het zo makkelijk over het hoofd wordt gezien. En daar wil ik je in dit eerste artikel rustig in meenemen. Waarom minder vlees je lichaam vaak goed doet Laten we beginnen bij het goede nieuws, want dat is er volop. Ons lichaam is eigenlijk niet gebouwd op de enorme hoeveelheden rood vlees en zuivel die veel mensen sinds een paar generaties eten. In vlees van zoogdieren en in zuivel zit een suikermolecuul dat je lichaam zelf niet maakt en ook niet helemaal herkent als eigen. Eet je daar week in week uit veel van, dan bouwt je lichaam dat vreemde molecuul langzaam in, en dat houdt je afweer voortdurend een beetje bezig. Je zou het kunnen zien als een lage, sluimerende prikkeling op de achtergrond die er eigenlijk niet hoeft te zijn. Als je minder zoogdiervlees en zuivel eet, geef je je lichaam op dat vlak dus wat rust. Dat is een van de redenen dat mensen zich bij een meer plantaardig patroon vaak wat lichter en soepeler voelen. Eet je wel af en toe vlees, dan is er trouwens een mooie tip: zorg dat je vlak vóór zo'n maaltijd flink hebt bewogen, een stevige wandeling of een work-out. Je lichaam gebruikt die vreemde moleculen dan om je energievoorraden aan te vullen in plaats van ze in te bouwen. Kip, gevogelte, ei en vis vallen buiten dit verhaal, daar zit dat molecuul namelijk nauwelijks tot niet in. De keerzijde die de moeite waard is om te kennen En dan het punt waar ik je op wil wijzen, niet om je af te schrikken maar juist om je bewust te maken. Een deel van de voedingsstoffen die je lichaam nodig heeft, zit van nature vooral, of zelfs uitsluitend, in dierlijke voeding. Als je daar bewuster mee omgaat, kun je er ook bewuster voor zorgen dat je ze binnenkrijgt. En dat is eigenlijk het hele idee: weten waar je op mag letten. De bekendste hiervan is vitamine B12. Die zit vrijwel alleen in dierlijke producten: vlees, vis, ei, melk en melkproducten. In planten, algen en zeewier zit hooguit een stof die er een beetje op lijkt, maar die het werk van echte B12 in je lichaam niet doet. Eet je vegetarisch, dan haal je nog een deel binnen uit je zuivel en je eieren. Eet je helemaal plantaardig, dan wordt het iets waar je echt even bij stil mag staan. Het bijzondere aan B12 is dat je lever er een flinke voorraad van aanlegt, genoeg voor een hele tijd. Dat klinkt geruststellend, en dat is het ook, maar het heeft ook een keerzijde. Omdat die voorraad langzaam wordt aangesproken, merk je vaak niet meteen als je er structureel minder van binnenkrijgt. Het is dus iets om aan de voorkant goed te regelen, in plaats van af te wachten. Meer dan alleen B12 B12 is de bekendste, maar hij staat niet alleen. Er zijn nog een paar voedingsstoffen die bij een plantaardig patroon wat meer aandacht vragen, en het is fijn om ze te kennen. IJzer bijvoorbeeld. IJzer zit ook in plantaardige bronnen zoals peulvruchten, volle granen en donkere bladgroente, alleen neemt je lichaam het uit planten wat minder makkelijk op dan uit vlees. Een simpele truc helpt enorm: combineer die ijzerrijke plantaardige producten met iets wat vitamine C bevat, zoals paprika, citrusfruit of een handje bessen. Dan gaat de opname een stuk soepeler. En dan zijn er de essentiële vetzuren, de omega 3-vetten. Die heten niet voor niets essentieel: je lichaam kan ze niet zelf maken, dus je bent afhankelijk van wat er op je bord ligt. Vis is er een rijke bron van, en eet je die niet, dan wordt het interessant om te kijken naar plantaardige bronnen zoals lijnzaad, walnoten en algenolie. En als laatste je eiwitten. Je lichaam gebruikt eiwit als bouwmateriaal voor van alles, van je spieren tot je huid en je haar. Bij vlees en vis krijg je dat er min of meer vanzelf bij, maar plantaardig vraagt het net iets meer aandacht. Gelukkig zijn er volop mooie bronnen: peulvruchten, tofu, tempeh, noten, zaden en volle granen. In het volgende artikel laat ik je een simpele manier zien om die goed te combineren. Waarom die B12-voorraad je op het verkeerde been kan zetten Ik wil nog even terugkomen op die voorraad B12 in je lever, want dat vind ik echt een belangrijk punt om te snappen. Bij de meeste voedingsstoffen merk je vrij snel als er iets scheefloopt, omdat je lichaam er weinig van opslaat. Bij B12 ligt dat anders. Je lever bouwt er een royale voorraad van op, en daar teert je lichaam rustig op door als er even minder binnenkomt. Dat is aan de ene kant handig, want het geeft je lichaam speling. Aan de andere kant kan het je op het verkeerde been zetten, omdat je een tijdlang niks in de gaten hebt terwijl de voorraad langzaam wordt aangesproken. Precies daarom hoor je mij zeggen: regel het aan de voorkant. Niet omdat er meteen iets mis is, maar omdat je zo je lichaam een fijne, constante basis geeft in plaats van te wachten tot je iets merkt. Wat ik je wil meegeven Plantaardig of vegetarisch eten is geen tweederangs keuze, verre van. Het is een keuze waar je lichaam op heel veel vlakken baat bij heeft. Het vraagt alleen dat je een paar dingen bewust regelt, en dat is helemaal geen straf. Sterker nog, mensen die vegetarisch eten en er goed over nadenken, eten vaak gevarieerder en bewuster dan de gemiddelde vleeseter. Dat is echt een kracht. In dit artikel wilde ik je vooral het overzicht geven: minder zoogdiervlees geeft je lichaam rust, en tegelijk zijn er een paar stoffen, met B12 voorop, waar je bewust mee omgaat. In het volgende artikel word ik heel praktisch. Dan loop ik met je langs hoe je je dagen zo indeelt, met rust, ritme en de juiste voeding, dat je lichaam alle ruimte krijgt om lekker te draaien. Lees ook Waarom rust, ritme en voeding zo'n rol spelen bij vegetarisch eten De diepere laag achter vegetarisch eten, volgens de kPNI Hoe je je lichaam gericht ondersteunt bij vegetarisch eten
Erfahren Sie mehrEen brede basis aan vitaminen en mineralen tijdens de menopauze
◷ 6 min leestijd In deze reeks keken we naar wat er in de overgang gebeurt, wat je er praktisch aan kunt doen, en hoe je hormonen, je lever, je schildklier en je stress met elkaar samenhangen. In dit laatste artikel breng ik het bij elkaar en kijken we naar het stuk van binnenuit: welke vitaminen en mineralen in deze fase meedoen, en hoe je daar praktisch voor zorgt. Even samenvatten: welke stoffen kwamen er langs Als je de vorige artikelen terugleest, zie je dat er steeds dezelfde meewerkers voorbijkwamen. Ik zet ze even op een rij, want zo wordt het overzichtelijk. Voor je botten: vitamine D (helpt je calcium opnemen), calcium (het bouwmateriaal), vitamine K2, magnesium en mangaan. Voor je hormonale samenspel: zink en vitamine B6. Voor je energie: het hele B-complex en magnesium. Voor je weerstand tegen stress: vitamine B5, zink en magnesium. Voor een stabiele bloedsuiker: chroom. Voor je schildklier: jodium. Wat meteen opvalt: het zijn er nogal wat, en ze komen uit heel verschillende hoeken van je voeding. Zink haal je bijvoorbeeld uit vlees, noten en zaden, vitamine D deels uit de zon en uit vette vis, de B-vitaminen uit volkoren producten, ei en groente, jodium uit zeewier en vis. Een enkel product dekt dat nooit. Variatie is dus geen modewoord, maar gewoon praktisch. Waarom een brede basis vaak prettiger werkt dan een los pilletje In de praktijk zie ik dat vrouwen soms heel gericht een enkele stof gaan nemen omdat ze daar iets over gelezen hebben. Dat kan zinvol zijn, maar vaker is het handiger om te zorgen voor een brede basis. Je lichaam werkt namelijk niet met losse stoffen, maar met processen waarin veel stoffen tegelijk meedraaien. Ontbreekt er ergens een schakel, dan stokt het proces, hoeveel je van dat ene ook neemt. Die brede basis leg je in de eerste plaats met je voeding: gevarieerd, kleurrijk, met genoeg groente, goede vetten en eiwit. Merk je dat dat er in drukke periodes bij inschiet, dan kan een aanvulling praktisch zijn. Super Greens+ als brede basis onder je dag Daarvoor hebben we bij ScKIN Super Greens+: een maatschep per dag met 89 ingredienten. Daarin zit het volledige vitaminespectrum van A tot en met K2, aangevuld met mineralen zoals zink, magnesium, koper, jodium, chroom, mangaan, calcium en kalium, en een uitgebreide mix van groenten, algen, planten en kruiden. Precies die vitaminen en mineralen die in deze reeks steeds langskwamen, zitten er dus in. De erkende bijdragen komen van die vitaminen en mineralen. Zo draagt zink bij aan een normale hormoonhuishouding en vitamine B6 draagt bij tot de regulering van de hormonale activiteit.1,2 Voor je botten werken vitamine D, vitamine K2, calcium, magnesium en mangaan samen: vitamine D helpt je calcium op te nemen, en samen dragen ze bij aan het behoud van sterke botten.3,4,5,6,7 Voor je energie dragen vitamine B2, B3, B5, B6 en B12 bij aan een normale energiestofwisseling en helpen ze vermoeidheid te verminderen, net als foliumzuur.8 Vitamine B5 en zink dragen bij aan de normale weerstand tegen stress, magnesium draagt bij aan de geestelijke veerkracht, chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten, en jodium draagt bij aan een normale werking van de schildklier.9,10,11,12 De plantenmix beschouwen we als onderdeel van de formule. Zie het als een brede basis onder je dag, naast alles wat je met je voeding, je beweging en je rust doet. Geen vervanging van goed eten, en zeker geen wondermiddel, maar een manier om je basis breed te houden in een fase waarin je lichaam wat meer van die meewerkers vraagt. Bekijk Super Greens+ Hoe je het praktisch in je dag past Heel simpel: een maatschep Super Greens+ gaat prima door een glas water, door je smoothie of door een koude drank. Veel vrouwen nemen het in de ochtend, gewoon als vast onderdeel van hun dag, zodat je het niet vergeet. Verder hoef je er niks bijzonders voor te doen. Zie het echt als die brede basis, iets waar je niet over na hoeft te denken, terwijl je je aandacht bewaart voor de dingen die net wat meer vragen, zoals je maaltijden, je beweging en je rust. Voeding blijft de eerste stap Ik wil hier eerlijk in zijn, want dat hoort bij hoe ik werk. Geen enkel product vervangt een bord vol groente, goede vetten en eiwit. Die basis leg je in de keuken, elke dag opnieuw. Een brede aanvulling is precies dat, een aanvulling, bedoeld voor de dagen en de periodes waarin het met voeding alleen even niet lukt om alles binnen te krijgen. In een fase waarin je lichaam wat meer van die meewerkers vraagt, kan het net dat stukje rust in je hoofd geven dat je je basis breed houdt. Tot slot Als je een ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: de overgang is een fase waarin je lichaam zich opnieuw instelt, en waarin jij op heel veel plekken tegelijk invloed hebt. Met je voeding, met beweging, met rust, en met een brede basis aan bouwstoffen. Kies een paar dingen die voor jou kloppen, geef ze de tijd, en wees vooral een beetje lief voor jezelf onderweg. Dat is minder spannend dan een snelle oplossing, maar het is wel hoe je lichaam echt werkt. 1 Zink draagt bij aan een normale hormoonhuishouding, aan de normale weerstand tegen stress en helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. 2 Vitamine B6 draagt bij tot de regulering van de hormonale activiteit en aan een normale energiestofwisseling. 3 Vitamine D voor het behoud van sterke botten en helpt bij de normale werking van het immuunsysteem. 4 Vitamine K draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 5 Calcium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 6 Magnesium draagt bij aan het behoud van sterke botten en aan de geestelijke veerkracht. 7 Mangaan draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 8 Vitamine B2, B3, B5, B6 en B12 dragen bij aan een normale energiestofwisseling en helpen moeheid en vermoeidheid te verminderen; foliumzuur helpt vermoeidheid te verminderen. 9 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress. 10 Zink draagt bij aan de normale weerstand tegen stress. 11 Chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten. 12 Jodium draagt bij aan een normale werking van de schildklier. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Waarom de menopauze veel meer is dan opvliegers alleen Wat je zelf kunt doen tijdens de menopauze: praktische tips Wat niemand je vertelt over de menopauze (maar wat je wel moet weten) Op zoek naar magnesium in drie vormen? Bekijk Triple Magnesium+ van ScKIN.
Erfahren Sie mehrWat niemand je vertelt over de menopauze (maar wat je wel moet weten)
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat er in de overgang gebeurt en wat je er praktisch aan kunt doen. Nu gaan we een laag dieper, naar de samenhang. Want dit is precies waar mijn vak, de kPNI, over gaat: niet naar losse onderdelen kijken, maar naar hoe de systemen in je lichaam met elkaar praten. En in de overgang praten ze allemaal flink met elkaar mee. Je lever is de stille regelaar van je hormonen Als ik aan vrouwen vraag wat hun lever met hun hormonen te maken heeft, kijken ze me vaak wat glazig aan. En toch is dat verband een van de belangrijkste die er zijn. Je lever is namelijk de plek waar oestrogeen wordt afgebroken en klaargemaakt om je lichaam te verlaten. Je moet je dat voorstellen als een lopende band waarop het oestrogeen wordt verwerkt en afgevoerd. Loopt die lopende band goed, dan houd je je oestrogeen netjes in balans. Maar raakt je lever overbelast, bijvoorbeeld door veel suiker, alcohol of een hoop van die look-a-like-stoffen uit plastic, dan gaat het afvoeren trager. En dan kan er, ook al is je totale oestrogeen aan het dalen, alsnog een relatief overschot ontstaan ten opzichte van je progesteron. We noemen dat oestrogeendominantie. Het is een van de redenen dat een gezonde lever in deze fase zo waardevol is, en dat je met je voeding daar echt iets in kunt betekenen. Groene groente en koolsoorten helpen je lichaam bijvoorbeeld om oestrogeen af te voeren. De stille strijd tussen je bijnieren en je schildklier Hier komt een mechanisme waar ik in mijn trainingen altijd uitgebreid bij stilsta, omdat het zoveel verklaart. Je bijnieren, die je cortisol maken, en je schildklier, die je verbranding en je temperatuur regelt, staan bij langdurige stress eigenlijk in een soort strijd met elkaar. Als je lichaam lange tijd het gevoel heeft dat het moet overleven, dan zet het de schildklier een tandje lager. Zie het als de thermostaat in huis die je op zuinig zet om brandstof te sparen. Heel slim van je lichaam op de korte termijn, maar als die situatie lang aanhoudt, merk je dat aan je verbranding, je energie en je temperatuur. En laat de overgang nou net een fase zijn waarin veel vrouwen al meer stress ervaren. Zo grijpt het een op het ander in. Een van de dingen die je schildklier nodig heeft om zijn werk te doen is jodium, en jodium draagt dan ook bij aan een normale werking van de schildklier. Waarom je buikvet meepraat over je hormonen Nog zoiets wat niemand je vertelt: je vetweefsel is niet zomaar opslag, het is hormonaal actief. In je vetweefsel zit een proces, aromatase heet dat, dat testosteron kan omzetten in oestrogeen. In de overgang gebeurt dat sowieso wat meer. Dat is op zich geen ramp, maar het laat wel zien waarom de balans zo'n samenspel is, en waarom die stabiele bloedsuiker en dat beetje krachttraining uit het vorige artikel zo de moeite waard zijn. Ze grijpen allemaal op ditzelfde geheel in. De rol van zink, en waarom het zo veel plekken raakt Als er een mineraal is dat in dit hele verhaal steeds weer opduikt, dan is het zink. Zink draagt bij aan een normale hormoonhuishouding, en dat maakt het in deze fase een interessante speler. Daarnaast draagt zink bij aan de normale weerstand tegen stress en aan een normale concentratie, en het helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. Je ziet aan dat rijtje al hoe zo'n mineraal op heel verschillende plekken tegelijk meedoet. Dat is nou typisch hoe je lichaam werkt. Bloedsuiker, energie en de meewerkers achter de schermen Ik kom nog even terug op je bloedsuiker, want die verdient het. Het mineraal chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten. En je hele energiehuishouding leunt op je B-vitaminen: vitamine B2, B3, B5, B6 en B12 dragen allemaal bij aan een normale energiestofwisseling en helpen vermoeidheid te verminderen. Ook foliumzuur helpt daarbij. Dit zijn de meewerkers achter de schermen, de cofactoren die de processen mogelijk maken. In een fase waarin je lichaam extra aan de bak moet, mag je die basis dus niet vergeten. En specifiek voor je hormonen is er nog een fijne: vitamine B6 draagt bij tot de regulering van de hormonale activiteit. Samen met zink zijn dat twee stoffen die in dit hele hormonale samenspel gewoon meedraaien. Je botten, nog een keer, want ze zijn het waard In het eerste artikel noemde ik het al kort, maar het is te belangrijk om te laten liggen. Omdat oestrogeen een beschermende rol voor je botten heeft, verdient dit onderwerp in en na de overgang echt aandacht. En het mooie is dat je hier een duidelijk voedingsverhaal hebt. Vitamine D helpt je om calcium op te nemen, calcium is het bouwmateriaal, vitamine K2 helpt het op de juiste plek te krijgen, en magnesium en mangaan dragen mee bij aan het behoud van sterke botten. Vijf stoffen die als een team samenwerken. Dat is precies waarom ik altijd zeg dat je naar het geheel moet kijken, niet naar een enkel losstaand pilletje. En ja, ook je huid verandert mee Iets waar veel vrouwen zich in deze fase op verkijken, is de huid. Oestrogeen speelt namelijk een rol bij hoe je huid haar vocht vasthoudt en bij haar stevigheid, en als het daalt, verandert je huid gewoon mee. Dat hoort erbij, en het is geen teken dat je iets fout doet. Ook hier kun je van binnenuit iets aan de basis bijdragen. Vitamine C draagt bijvoorbeeld bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid, en zink helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. Ook vitamine A, vitamine B2, vitamine B3 en biotine dragen bij aan het behoud van een normale huid. Het zijn opnieuw dezelfde meewerkers die je overal tegenkomt, en dat is precies het punt: je lichaam gebruikt deze stoffen op talloze plekken tegelijk, van je botten tot je huid. Waarom je slaap in deze fase kwetsbaarder is Nog een verband dat het waard is om te kennen: je slaap. Progesteron heeft van nature een rustgevende, kalmerende kant, en juist dat hormoon is in de overgang aan het dalen. Daar komt bij dat je slaap en je stress nauw met elkaar samenhangen, want een lichaam dat 's avonds nog vol cortisol zit, komt nu eenmaal lastiger tot rust. Dat verklaart waarom veel vrouwen in deze fase merken dat hun nachten wat wisselvalliger worden. Het fijne is dat je hier van meerdere kanten iets aan doet: met je avondritme, met daglicht overdag, met dat rustige bewegen, en met het serieus nemen van je stress waar ik het eerder over had. Slaap staat dus niet los, het hangt vast aan datzelfde samenspel. Waarom dit samen bekeken moet worden Als je alleen naar je hormonen kijkt, mis je je lever. Als je alleen naar je botten kijkt, mis je je stress. Alles hangt samen, en dat is nou juist de kracht van deze manier van kijken. Je hoeft het niet allemaal tegelijk perfect te doen. Maar als je begrijpt dat je voeding, je beweging, je rust en je bouwstoffen allemaal op hetzelfde geheel ingrijpen, dan wordt het een stuk logischer waar je je aandacht aan geeft. In het laatste artikel van deze reeks vat ik samen welke voedingsstoffen in deze fase meedoen, en hoe je praktisch voor een brede basis zorgt. Lees ook Waarom de menopauze veel meer is dan opvliegers alleen Wat je zelf kunt doen tijdens de menopauze: praktische tips Een brede basis aan vitaminen en mineralen tijdens de menopauze
Erfahren Sie mehrWat je zelf kunt doen tijdens de menopauze: praktische tips
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel nam ik je mee in wat er tijdens de overgang eigenlijk gebeurt: een hormonale verschuiving die je hele lichaam raakt, met je stress en je bloedsuiker als belangrijke meespelers. Nu het praktische deel, want daar heb je uiteindelijk het meest aan. Hieronder loop ik langs de dingen die in mijn ervaring in deze fase het meeste verschil maken. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk te doen. Kies er twee of drie uit en houd die een paar weken vol, dat werkt beter dan alles in een keer willen omgooien. 1. Houd je bloedsuiker zo stabiel mogelijk Ik begin hier bewust mee, want het is de basis onder bijna al het andere. Een ontbijt van alleen snelle koolhydraten, denk aan een wit boterhammetje met jam of een glas jus, geeft je die lopende band van piek en dal waar ik het over had. Combineer je koolhydraten steeds met wat eiwit en wat vet, dan blijft die band veel rustiger lopen. Dus liever volkoren met een ei en avocado, of yoghurt van kokos met noten en een handvol bessen. Je energie blijft gelijkmatiger, en dat merk je in je hele dag. 2. Eet liever drie keer goed dan de hele dag door Veel vrouwen zijn gewend om te snacken, een koekje hier, een handje daar. Maar elk eetmoment vraagt weer een insulinereactie van je lichaam. Als je naar drie volwaardige maaltijden per dag gaat, en de tussendoortjes eigenlijk gewoon bij die maaltijden voegt, dan geef je je lichaam meer rust. Zorg dan wel dat die drie maaltijden echt vullend zijn, met genoeg eiwit en vet, zodat je het tussendoor volhoudt. 3. Wees niet zuinig met goede vetten Goede vetten zijn in deze fase je vriend. Je lichaam gebruikt vetten onder andere als bouwmateriaal voor je hormonen, dus het is niet het moment om vet te gaan mijden. Denk aan olijfolie over je groente, aan avocado, aan noten, zaden en pitten, en aan vette vis. Een deel van de vetzuren die daarin zitten noemen we essentieel, en dat betekent letterlijk dat je lichaam ze niet zelf kan maken. Je moet ze dus uit je voeding halen. Dat maakt ze best belangrijk om bewust in je dag te bouwen. 4. Ga voor de 500 gram groente Ik weet het, het klinkt als veel. Maar groente levert je de breedste mix aan vitaminen, mineralen en vezels, en juist die vezels helpen je bloedsuiker rustig te houden. Let eens bewust op kleur: groen, rood, oranje, paars. Elke kleur staat voor andere voedingsstoffen. En geef groene groente en koolsoorten zoals broccoli, bloemkool en spruitjes een vaste plek, want die groep is voor je hormonale balans extra interessant. Twee groentemomenten op een dag maakt het behapbaar: een handvol door je smoothie of soep, en een flinke portie bij je avondeten. 5. Minder suiker, zonder dat het een straf wordt Suiker is precies wat die lopende band op hol laat slaan. Je hoeft niet van de een op de andere dag alles te schrappen, maar kijk eens kritisch naar de verborgen suikers: in frisdrank, in vruchtensap, in kant-en-klare sauzen, in ontbijtgranen. Alles wat op de verpakking eindigt op -ose is een vorm van suiker. Vaak zit de grootste winst niet in het koekje dat je bewust eet, maar in de suikers die je niet eens doorhad. 6. Doe aan krachttraining Als er een vorm van bewegen is die in de overgang echt de moeite waard is, dan is het krachttraining. Je testosteron en je spiermassa dalen in deze fase, en met wat weerstandstraining geef je je spieren en je botten juist een prikkel om sterk te blijven. Het hoeft geen zware sportschool te zijn. Twee of drie keer per week met wat gewichten, of zelfs met je eigen lichaamsgewicht, doet al veel. En je botten worden er, samen met de juiste voeding, sterker van. 7. Beweeg vooral ook rustig en buiten Naast dat krachtwerk is juist het rustige bewegen belangrijk. Een stevige wandeling buiten doet iets met je stresssysteem wat een intensieve training niet doet. Sterker nog, alleen maar heel intensief trainen kan je cortisol in deze fase juist wat opjagen. Dus wissel af: af en toe je lichaam flink aanzetten, en daarnaast veel rustig bewegen in de buitenlucht. Dat daglicht is meteen goed voor je dag- en nachtritme. 8. Neem je stress echt serieus Je weet inmiddels waarom dit hormonaal zo zwaar weegt: je stresshormoon en je progesteron putten uit dezelfde bron. Dat maakt ontspanning geen luxe, maar onderdeel van je hormonale zorg. En het hoeft niet groots. Bouw ergens in je dag een moment in waarop je echt even niks moet: een paar minuten rustig ademhalen, een wandeling zonder telefoon, even in de tuin. Regelmaat werkt hierin beter dan lengte. 9. Geef je slaap alle ruimte Slaap is in de overgang vaak net wat wisselvalliger, en dat is precies waarom het aandacht verdient. Probeer rond dezelfde tijd naar bed te gaan en op te staan, ook in het weekend. Bouw je avond rustig af, met wat minder fel licht en wat minder scherm in het laatste uur. Je hoeft het niet perfect te doen, maar een beetje regelmaat helpt je lichaam enorm. 10. Ruim de nep-hormonen op Dit is er een die veel mensen niet kennen. In plastic en in allerlei chemische producten zitten stoffen die in je lichaam een beetje op oestrogeen lijken. We noemen ze xeno-oestrogenen, een soort look-a-likes. Je hoeft niet je hele huis om te bouwen, maar een paar simpele stappen helpen: bewaar je eten liever in glas dan in plastic, drink niet uit een plastic fles die in de zon heeft gelegen, en was je groente goed of kies waar het kan voor biologisch. Hoe je dit volhoudt Kies uit dit rijtje twee of drie punten die voor jou nu logisch voelen, en houd die vier weken vol voordat je iets nieuws toevoegt. Je hormonen laten zich niet in een paar dagen bijsturen, dus geef het tijd. In het volgende artikel ga ik een laag dieper en laat ik je zien hoe je hormonen, je lever, je schildklier en je stress met elkaar samenhangen. Want als je begrijpt waarom deze dingen werken, wordt het een stuk makkelijker om ze vol te houden. Lees ook Waarom de menopauze veel meer is dan opvliegers alleen Wat niemand je vertelt over de menopauze (maar wat je wel moet weten) Een brede basis aan vitaminen en mineralen tijdens de menopauze
Erfahren Sie mehrWaarom de menopauze veel meer is dan opvliegers alleen
◷ 6 min leestijd Nou, als er een levensfase is waar veel misverstanden over bestaan, dan is het de menopauze. Heel veel vrouwen denken bij dat woord meteen aan opvliegers, en dat is ook logisch, want dat is nou eenmaal het bekendste beeld. Maar in mijn werk als orthomoleculair therapeut zie ik eigenlijk elke keer weer dat de overgang veel breder is dan dat ene ding. Het is een periode waarin je hele lichaam zich opnieuw aan het instellen is, van je botten tot je stemming, en van je energie tot je huid. Ik wil je in dit eerste artikel graag meenemen in wat er eigenlijk gebeurt. Niet om je bang te maken, integendeel. Juist als je begrijpt wat er onder de motorkap speelt, ga je er heel anders mee om. Dan zie je die ene lastige week niet als iets wat mis is, maar als een fase die bij een groter geheel hoort. De overgang is een verschuiving, geen knop die omgaat Laten we bij het begin beginnen. We noemen het de menopauze, maar eigenlijk is dat het officiele moment: twaalf maanden achter elkaar geen menstruatie. De jaren daarvoor, de perimenopauze, zijn vaak het meest bewogen. In die periode gaan je eierstokken geleidelijk minder oestrogeen maken, en daalt ook je progesteron. En dat gaat niet netjes in een rechte lijn naar beneden, maar met pieken en dalen. Die schommeling is nou juist wat veel vrouwen voelen. Oestrogeen en progesteron regelen veel meer dan alleen je cyclus. Oestrogeen speelt bijvoorbeeld een rol bij je botdichtheid, bij de doorbloeding van je hersenen, bij hoe je huid haar vocht vasthoudt en bij je humeur. Progesteron heeft juist een rustgevende kant. Als die twee gaan dalen en ondertussen ook nog schommelen, dan merk je dat op allerlei plekken tegelijk. En dat verklaart waarom de overgang zo'n breed palet aan dingen kan geven, van slechter slapen tot een wat wisselende stemming. En dan is er nog testosteron Wat veel mensen niet weten, is dat vrouwen ook testosteron hebben, en dat dat hormoon in deze fase meedaalt. Testosteron heeft bij vrouwen te maken met je libido, je spiermassa en je energie. Dus als je merkt dat je spieren wat sneller inzakken of dat je motivatie anders aanvoelt, dan hoort dat gewoon bij het plaatje. Het is geen falen van jouw kant, het is biologie. Waarom stress hierin zo'n grote rol speelt Dit is misschien wel het belangrijkste stuk, en het wordt het vaakst overgeslagen. Boven je nieren zitten twee kleine klieren, je bijnieren, en die maken je stresshormoon cortisol. Cortisol is op zichzelf niet slecht, sterker nog, je hebt het elke ochtend nodig om wakker en alert te worden. Vroeger was cortisol er voor als er een tijger achter je aan zat: even alles op scherp, klaar om te rennen. Het punt is dat we tegenwoordig eigenlijk de hele dag het gevoel hebben dat er een tijger achter ons aan zit. De mail, de deadlines, de zorg voor iedereen om je heen. En hier komt een mooi, en tegelijk lastig, mechanisme. Je lichaam maakt progesteron en cortisol voor een deel uit dezelfde grondstof. Als je langdurig veel cortisol moet aanmaken omdat je continu aanstaat, dan gaat dat ten koste van je progesteron. Precies in de fase waarin je progesteron toch al aan het dalen is. Zo kan stress de hormonale verschuiving van de overgang eigenlijk versterken. Daarom zeg ik altijd: als je in deze periode iets aan je stress kunt doen, dan doe je meteen iets aan je hormonen. De lopende band van je bloedsuiker Nog zo'n radar die meedraait, is je bloedsuiker. Je moet je dat voorstellen als een lopende band die de hele dag doorloopt. Eet je iets met veel snelle suikers, dan schiet je bloedsuiker omhoog, en daarna net zo hard weer naar beneden. In dat dal krijg je weer trek, vaak juist in iets zoets, en zo blijf je de hele dag heen en weer gaan tussen piek en dal. Om die suiker te verwerken maakt je lichaam insuline aan, en veel insuline vraagt op zijn beurt weer veel van je lichaam. Het kost energie, en het werkt ontstekingsbevorderend. In de overgang wordt je lichaam gevoeliger voor dit hele proces. Een stabiele bloedsuiker is daarom een van de meest onderschatte dingen die je in deze fase voor jezelf kunt doen. En het fijne is: daar heb je zelf best veel invloed op, gewoon met hoe je je maaltijden samenstelt. Daar ga ik in het volgende artikel praktisch op in. Je botten vragen in deze fase om aandacht Oestrogeen heeft ook een beschermende rol voor je botten. Als het gaat dalen, verschuift de balans tussen botopbouw en botafbraak, en gaat de afbraak wat sneller. Dat is een van de redenen dat er in en na de overgang meer aandacht naar je botten mag. Nou is dat geen reden tot paniek, maar wel een reden om er bewust mee bezig te zijn. En daar spelen een paar voedingsstoffen een duidelijke rol in. Calcium is de bekende, dat is letterlijk bouwmateriaal voor je botten. Maar calcium kan zijn werk alleen goed doen met vitamine D erbij, want vitamine D helpt je lichaam om het calcium uit je voeding op te nemen. En dan is er nog vitamine K2, dat een rol speelt bij het op de juiste plek krijgen van dat calcium, namelijk in je botten. Ook magnesium hoort in dit rijtje thuis, want het draagt bij aan het behoud van sterke botten. Je ziet het al: het is nooit een enkele stof, het is altijd een samenspel. Bouwstoffen als meewerkers Dat brengt me bij iets wat de rode draad is in mijn vak, de kPNI. Je lichaam werkt niet met losse stoffen, maar met processen waarin heel veel stoffen tegelijk meedoen. Vitaminen en mineralen zijn in dat geheel de meewerkers, de cofactoren. Ze maken de processen mogelijk. Neem je energiehuishouding: het hele B-complex draait daarin mee, en die B-vitaminen dragen dus bij aan een normale energiestofwisseling en helpen vermoeidheid te verminderen. Magnesium doet daar ook aan mee. Het punt dat ik wil maken is dit: in een fase waarin je lichaam extra hard aan het werk is om zich opnieuw in te stellen, vraagt het ook wat meer van die meewerkers. Niet als wondermiddel, maar als basis. En die basis leg je in de eerste plaats met je voeding. Wat ik je wil meegeven De belangrijkste boodschap van dit artikel: de overgang is geen losstaand ding dat alleen over opvliegers gaat. Het is een verschuiving die je hele lichaam raakt, en waarin je hormonen, je stress, je bloedsuiker en je botten allemaal met elkaar in gesprek zijn. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eigenlijk juist goed nieuws. Want het betekent dat je op heel veel plekken tegelijk invloed hebt, gewoon met de keuzes die je elke dag maakt. In het volgende artikel word ik concreet en loop ik met je langs de dingen die in mijn ervaring het meeste verschil maken in deze fase. Praktisch, behapbaar, en zonder dat je je leven hoeft om te gooien. Lees ook Wat je zelf kunt doen tijdens de menopauze: praktische tips Wat niemand je vertelt over de menopauze (maar wat je wel moet weten) Een brede basis aan vitaminen en mineralen tijdens de menopauze
Erfahren Sie mehrDe vergeten oorzaak van hormonale onrust
◷ 6 min leestijd Nou, misschien herken je dit wel. Je voelt je een tijdlang niet helemaal jezelf. De ene week zit je lekker in je vel en de andere week is alles net even te veel, je slaapt onrustiger, je bent sneller geraakt, en je huid of je stemming lijkt een eigen leven te leiden. Vaak wordt er dan al snel naar de hormonen gewezen, en dat is ook niet gek, want hormonen sturen ontzettend veel aan in je lichaam. Maar wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI steeds weer zie, is dat we naar hormonen kijken alsof het losse knoppen zijn die je even bijstelt. En zo werkt het eigenlijk niet. Daarom wil ik je in dit artikel meenemen in iets wat vaak wordt overgeslagen: hormonale onrust begint zelden bij de hormonen zelf. Ze zijn meestal het gevolg, en niet de oorzaak. En als je snapt waar die onrust dan wél vandaan komt, wordt een heleboel ineens logischer. Hormonen werken als een systeem, niet als losse knoppen Je hebt niet één hormoon dat je humeur regelt en één dat je energie regelt en daar los van nog eentje voor je slaap. Ze praten allemaal met elkaar. Je schildklier, je bijnieren waar je stresshormoon vandaan komt, en je geslachtshormonen zoals oestrogeen en progesteron zitten in hetzelfde netwerk. En dat netwerk wordt aangestuurd vanuit je hersenen. Je moet je dat voorstellen als een bedrijf. Bovenin zit de hypothalamus, dat is degene die besluit dat er iets moet gebeuren. Die geeft het door aan de manager, de hypofyse, en die bepaalt hoe de opdracht wordt uitgevoerd. En helemaal onderaan zitten de uitvoerders, bijvoorbeeld je bijnieren of je schildklier, die het werk doen. Zit er ergens in die lijn ruis, dan merk je dat verderop in het hele bedrijf. Dat is precies waarom hormonale onrust zich zo breed kan laten voelen, van je slaap tot je stemming tot je huid. De thermostaat in je lijf Het mooie is dat je lichaam dit systeem heel slim in balans houdt, met een soort ingebouwde thermostaat. Als er een hormoon wordt aangemaakt, komt een deel daarvan later weer terug bij de hersenen, en dat is meteen het signaal om te stoppen. Vergelijk het met de verwarming thuis: wordt het warm genoeg in de kamer, dan slaat de thermostaat vanzelf af. Zo houdt je lichaam alles keurig tussen de lijntjes. Zolang die thermostaat goed werkt, kun je prima tegen een stootje. Een drukke week, een korte nacht, een spannende periode, je lichaam vangt het op en komt daarna weer in balans. Sterker nog, af en toe wat spanning is juist gezond, het houdt het systeem soepel. Het gaat pas wringen als de druk niet meer weggaat. De vergeten oorzaak: aanhoudende spanning En daar zit hem vaak de kneep. Als je heel lang achter elkaar in de hoogste versnelling staat, blijft je lichaam stresshormoon aanmaken. In het begin ga je daar goed op, je bent alert en je komt in beweging. Maar op een gegeven moment worden je cellen als het ware een beetje doof voor dat signaal. De hersenen blijven opdracht geven, het lichaam blijft aanmaken, en toch komt het niet meer goed aan. Wat je dan merkt is niet meer energie, maar juist het omgekeerde: je wordt moe van stress in plaats van scherp. Ik vind dat een belangrijk punt om te benoemen, omdat mensen vaak denken dat er iets kapot is. Dat is niet zo. Je lichaam doet precies wat het hoort te doen, alleen krijgt het te weinig ruimte om te herstellen. En zolang die stresskant vol aan staat, gaat de rest van het systeem mee wiebelen. Je stresshormoon en je geslachtshormonen delen namelijk bouwstoffen. Staat de ene as maandenlang op scherp, dan is er minder ruimte voor de andere. En dan is er nog je bloedsuiker De tweede grote meespeler die vaak vergeten wordt, is je bloedsuiker. Elke keer dat je iets met veel snelle suikers eet, schiet je bloedsuiker omhoog en daarna weer naar beneden. Die golfbeweging van piek naar dal voel je in je energie en in je stemming, en het hormoon dat die suiker opruimt vraagt op zijn beurt weer het nodige van je lichaam. Als dat de hele dag door heen en weer gaat, is dat een stille vorm van onrust die je hormonale systeem extra belast. Het fijne is: dit is precies een van de plekken waar je zelf het meeste invloed hebt. Daarover meer in het tweede artikel. Waar voeding in dit verhaal past Wat ik hier alvast wil meegeven, is dat je hormonen niet alleen gestuurd worden door hoeveel spanning je hebt, maar ook door of je lichaam de bouwstoffen heeft om al dat werk te doen. Want een hormoon dat wordt aangemaakt, moet ook nog kunnen aankomen op de cel. Dat gaat via receptoren, een soort deurbellen op de buitenkant van je cellen waarop een hormoon aanbelt. En of die deurbel goed werkt, hangt onder andere af van voedingsstoffen. Zo spelen zink, vitamine C en magnesium een rol in hoe je stresshormoon zijn werk doet. En essentiële vetzuren, de omega 3 die je uit vette vis haalt, zijn belangrijk omdat je celwand daardoor soepel blijft, waardoor die deurbellen beter reageren. Je schildklier, die je verbranding en je temperatuur regelt, heeft weer jodium en selenium nodig om haar hormoon te kunnen maken. En je bloedsuiker wordt mede in balans gehouden met hulp van chroom. Dit zijn geen wondermiddelen, het zijn gewoon de meewerkers waar je lichaam niet zonder kan. En je haalt ze in de eerste plaats uit je voeding. Wat dit betekent voor jou De belangrijkste boodschap van dit eerste artikel: als je je hormonaal onrustig voelt, kijk dan niet alleen naar het hormoon dat toevallig het meest opvalt. Kijk naar het geheel eronder. Hoeveel aanhoudende spanning staat er op je systeem? Hoe stabiel is je bloedsuiker door de dag? En krijgt je lichaam genoeg van de bouwstoffen die het nodig heeft om zijn werk te doen? Juist omdat het een systeem is, is er ook goed nieuws: je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken. Een paar dingen die de druk van de ketel halen, werken door in het hele netwerk. In het volgende artikel loop ik met je langs de leefstijlgewoontes die in mijn ervaring het meeste verschil maken. Lees ook 7 leefstijlgewoontes die je hormonale balans ondersteunen Hoe je hormonen samenhangen met je stress, je immuunsysteem en je darmen De voedingsstoffen die meespelen bij een normale hormoonhuishouding
Erfahren Sie mehrDe voedingsstoffen die meespelen bij een normale hormoonhuishouding
◷ 6 min leestijd In deze reeks keken we naar waar hormonale onrust vandaan komt, wat je er in je dagelijkse leven aan kunt doen, en hoe je hormonen samenhangen met je stress, je afweer en je darmen. In dit laatste artikel zet ik het stuk van binnenuit op een rij: welke voedingsstoffen een erkende rol spelen rond je hormoonhuishouding, en hoe je daar praktisch voor zorgt. Je lichaam werkt met meewerkers Wat in alle voorgaande artikelen terugkwam, is dat je hormonen niet in hun eentje werken. Ze hebben bouwstoffen nodig, een soort meewerkers die de processen mogelijk maken. Vitaminen en mineralen zijn precies dat. Ze zitten niet zelf aan de knoppen, maar zonder hen draait de machine niet lekker. En een aantal daarvan heeft een erkende rol als het gaat om je hormonen, je schildklier, je bloedsuiker en je weerstand tegen stress. Laat ik de belangrijkste voor je op een rij zetten, in gewone taal, zodat je ziet welke stoffen in dit verhaal steeds terugkwamen. Zink draagt bij aan een normale hormoonhuishouding en aan de normale weerstand tegen stress.1 Jodium ondersteunt een normale hormoonproductie door de schildklier en levert een bijdrage aan een normale werking van de schildklier.2 Selenium is essentieel voor de productie van schildklierhormonen.3 Chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten.4 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress en helpt om moeheid en vermoeidheid te verminderen.5 Vitamine C draagt bij tot een normaal energieleverend metabolisme en ondersteunt het immuunsysteem.6 Vitamine D draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem.7 Wat opvalt als je dit rijtje ziet, is dat het er nogal wat zijn, en dat ze uit heel verschillende hoeken van je voeding komen. Zink zit in vlees, noten en pompoenpitten, jodium in zeewier, vis en ei, selenium in paranoten, chroom in volkoren producten, vitamine C in fruit en paprika. Eén product dekt dat nooit. Daarom is variatie in wat je eet geen modewoord, maar gewoon praktisch. Nog iets wat ik vaak uitleg: je lichaam benut sommige van deze stoffen beter in de juiste combinatie. Vitamine C helpt je lichaam bijvoorbeeld om ijzer uit plantaardige voeding beter op te nemen, en veel processen lopen alleen soepel als er meerdere meewerkers tegelijk aanwezig zijn. Dat is nog een reden waarom een brede basis vaak prettiger uitpakt dan één losse stof. Waarom een brede basis vaak prettiger werkt In de praktijk zie ik dat mensen soms heel gericht één stof gaan nemen omdat ze daarover iets gelezen hebben. Dat kan zinvol zijn, maar vaker is het handiger om te zorgen voor een brede basis. Je lichaam werkt namelijk niet met losse stoffen, maar met processen waarin veel stoffen tegelijk meedoen. Ontbreekt er ergens een meewerker, dan stokt het proces, hoeveel je van dat ene ook neemt. Denk aan een orkest. Eén heel harde viool maakt nog geen mooi stuk muziek. Het gaat om het samenspel, om alle partijen die op het juiste moment meedoen. Zo werkt het in je lichaam ook: het geheel doet het werk, niet één losse speler. Die brede basis leg je in de eerste plaats met je voeding: gevarieerd, kleurrijk, met genoeg groente, vezels en goede vetten. Merk je dat dat er in drukke periodes bij inschiet, en dat is nou juist vaak wanneer je hormonaal het meest wiebelt, dan kan een aanvulling praktisch zijn. ScKIN Control+ Daarvoor hebben we bij ScKIN Control+. Het combineert een brede set vitaminen en mineralen, waaronder zink, jodium, selenium, chroom, vitamine A, vitamine C, vitamine D3, vitamine E, vitamine B5 en biotine, aangevuld met lactoferrine, MSM, mariadistel, groene thee en gember als onderdeel van de complete formule. De erkende bijdragen komen van die vitaminen en mineralen. Zo draagt zink bij aan een normale hormoonhuishouding en aan de normale weerstand tegen stress, ondersteunt jodium een normale hormoonproductie door de schildklier, en is selenium essentieel voor de productie van schildklierhormonen.1,2,3 Chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten, en vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress en helpt om moeheid en vermoeidheid te verminderen.4,5 De planten en overige ingrediënten beschouwen we als onderdeel van de formule. Zie het als een brede basis onder je dag, naast alles wat je met je voeding, je rust en je beweging doet. Geen vervanging van goed eten, wel een manier om je basis breed te houden in periodes waarin dat lastiger lukt. Bekijk Control+ Nog even dit Control+ bouw je rustig op: de eerste week één tablet per dag, de tweede week twee, en daarna drie tabletten per dag. Het is niet bedoeld voor kinderen onder de tien jaar en niet voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Gebruik je medicijnen of ben je onder behandeling, overleg dan even met je arts of een deskundige voordat je begint. Geef het daarnaast even de tijd. Voedingsstoffen doen hun werk geleidelijk, in de weken dat je lichaam ermee aan de slag gaat, en niet van de ene op de andere dag. Dat geldt voor je voeding net zo goed als voor een aanvulling. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: hormonale onrust is zelden een kwestie van één knop die verkeerd staat. Het is een systeem dat om rust, ritme en goede bouwstoffen vraagt. Geef het tijd, kies een paar dingen uit deze artikelen en houd ze een aantal weken vol. Dat is minder spannend dan een snelle oplossing, maar het is wel hoe je lichaam werkt. 1 Zink draagt bij aan een normale hormoonhuishouding en aan de normale weerstand tegen stress. 2 Jodium ondersteunt een normale hormoonproductie door de schildklier en levert een bijdrage aan een normale werking van de schildklier. 3 Selenium is essentieel voor de productie van schildklierhormonen. 4 Chroom draagt bij tot de instandhouding van normale bloedsuikergehalten. 5 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress en helpt om moeheid en vermoeidheid te verminderen. 6 Vitamine C draagt bij tot een normaal energieleverend metabolisme en ondersteunt het immuunsysteem. 7 Vitamine D draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook De vergeten oorzaak van hormonale onrust 7 leefstijlgewoontes die je hormonale balans ondersteunen Hoe je hormonen samenhangen met je stress, je immuunsysteem en je darmen
Erfahren Sie mehr


